8: te weinig geld

8: te weinig geld
Aan het einde van de les heb je nieuwe woorden geleerd. 
Aan het einde van de les heb je geleerd dat stelen slecht is. 
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

8: te weinig geld
Aan het einde van de les heb je nieuwe woorden geleerd. 
Aan het einde van de les heb je geleerd dat stelen slecht is. 

Slide 1 - Slide

Je moet nieuwe schoenen kopen, maar je hebt geen geld, wat doe je?

Slide 2 - Mind map

Wat gebeurt er als iemand geld steelt?

Slide 3 - Mind map

Zelf lezen
Moeilijke woord? -> onderstreep!
timer
4:00

Slide 4 - Slide

Wij lezen het verhaal.
Samen. 

Slide 5 - Slide

Uitkeringen
  • Als je niet kan werken. 
  • Je krijgt geld van Nederland
  • Zin: als je ziek bent, kun je een uitkering krijgen 

Slide 6 - Slide

de wasmachine

Slide 7 - Slide

de portemonnee

Slide 8 - Slide

gestolen (stelen)

Slide 9 - Slide

chef
Hij is chef in een restaurant. 
Chef = baas

Zin: de chef is vandaag niet op werk. 


Slide 10 - Slide

Spullen in de kringloopwinkel zijn meestal


  • tweedehands

Slide 11 - Slide

het kantoor - 2 kantoren

Slide 12 - Slide

opgelucht
pfieuw
blij
eindelijk! 

Zin: ik ben opgelucht, ik heb de bus gehaald!

Slide 13 - Slide

Regel 1 t/m 32

Slide 14 - Slide

Marjan is niet getrouwd
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quiz

In regel 16 staat: u kunt het lenen. Wat kun je lenen
A
extra geld
B
krant

Slide 16 - Quiz

Regel 34 t/m 52

Slide 17 - Slide

Marjan maakt 's avonds een kantoor schoon.
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quiz

regel 36: dat vinden ze niet leuk. wat vinden de kinderen niet leuk?
A
Dat Marjan elke maand meer geld heeft
B
Dat ze elke avond alleen thuis zijn.

Slide 19 - Quiz

Regel 54 t/m 74

Slide 20 - Slide

de chef zegt dat Marjan haar baan kwijt is.
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quiz

regel 69 en 70: je moet beloven dat dit nooit meer gebeurt. wat mag niet meer gebeuren?
A
dat Marjan geld steelt.
B
dat Marjan het geld terugbrengt.

Slide 22 - Quiz

Regel 75 t/m 88

Slide 23 - Slide

Marjan trouwt met een rijke man.
A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quiz

regel 83 staat: maar het gaat steeds beter. wat gaat steeds beter?
A
met weinig geld leven.
B
met de vrouw op het kantoor praten.

Slide 25 - Quiz

wat heb je geleerd?

Slide 26 - Mind map