4HV - BS 1 en BS 2 (controle)

Inleiding in de biologie
1 / 15
next
Slide 1: Slide
BiologieSecondary Education

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Inleiding in de biologie

Slide 1 - Slide

Wat is een organisme?
A
Ze zijn wezens die alleen voortplanten.
B
Ze zijn levenloze wezens.
C
Ze zijn levende wezens
D
Ze zijn alleen dieren en schimmels

Slide 2 - Quiz

Benoem enkele levensverschijnselen.

Slide 3 - Open question

Wat is het verschil tussen levensloop en levenscyclus?
A
Elk individu heeft een levensloop en elk soort heeft een levenscyclus
B
Elk individu heeft een levenscyclys en elk soort heeft een levensloop

Slide 4 - Quiz

Wanneer behoren 2 individuen tot dezelfde soort?
A
Als ze nakomelingen kunnen krijgen
B
Als ze vruchtbare nakomlingen kunnen krijgen
C
Als ze heel erg op elkaar lijken
D
Als ze evenveel chromosomen hebben.

Slide 5 - Quiz

Leg uit wat het verschil is tussen levenloos en dood.

Slide 6 - Open question

Wat is de juiste volgorde van organisatieniveaus van klein naar groot?
A
Orgaan - populatie orgaanstelsel - weefsel - organisme - molecuul - cel -biosfeer- ecosysteen
B
molecuul - Cel-weefsel-orgaan-orgaanstelsel - organisme -populatie - ecosysteem - biosfeer
C
Biosfeer - ecosysteem - populatie-weefsel- organisme- cel - molecuul - orgaan - orgaanstelsel
D
,molecuul - cel- orgaan - populatie - ecosysteem - weefsel - orgaanstelsel - biosfeer - organisme

Slide 7 - Quiz

Welke is een orgaanstelsel?
A
Hart en bloedvaten
B
Longen en luchtpijp
C
Hersenen en zenuwcellen
D
Verteringsstelsel

Slide 8 - Quiz

Wat is een weefsel?
A
een groep organen met hetzelfde functie
B
Een groep cellen met hetzelfde vorm
C
een groep organen met hetzelfde vorm en functie
D
een groep cellen met hetzelfde vorm en functie

Slide 9 - Quiz

Benoem voorbeelden van weefsels?

Slide 10 - Open question

Noem voorbeelden van biotische factoren?

Slide 11 - Open question

Hebben tussencelstoffen van verschillende weefsels dezelfde functie?
A
Ja
B
Nee

Slide 12 - Quiz

Welke van de volgende beschrijven, beschrijft emergente eigenschap?
A
Ontstaan van eigenschappen op een lager organisatieniveau
B
Ontstaan van eigenschappen op hetzelfde organisatieniveau
C
Het ontstaan van eigenschappen op een hogere organisatieniveau

Slide 13 - Quiz

Wat is tussencelstof?
A
Alles wat tussen de cellen van de weefsels ligt
B
Stof dat in elke cel zit.
C
Stof dat alleen in je bloed voorkomt
D
Alles wat cellen kunnen opnemen.

Slide 14 - Quiz

Leg uit wat een abiotische factor is.

Slide 15 - Open question