This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
SPAREN
Slide 1 - Slide
Doel van dit hoofdstuk
Ik geef verschillende redenen waarom sparen zinvol kan zijn
Ik gebruik volgende woorden correct: rente, lenen, sparen, interest, getrouwheidspremie, pensioensparen
Ik lees korte teksten over geld en toon dat ik begrijp wat er staat.
Slide 2 - Slide
Sparen?
Slide 3 - Mind map
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Sparen is...
Je houdt iets van je bezittingen aan de kant, in plaats van het uit te geven.
Slide 8 - Slide
Waarom spaar jij?
Slide 9 - Open question
Sparen om in de toekomst iets duur te kopen
Gemoedsrust (onverwachte uitgave kunnen betalen)
Pensioensparen
Sparen om kinderen financieel te ondersteunen wanener ze wat ouder zijn.
Melanie wil eens ze niet meer werkt, bovenop haar pensioen beschikken over een extra centje.
Jorik werkt elk weekend. Het geld spaart hij. Zo hoopt hij zichzelf snel een nieuwe smartphone cadeau te kunnen doen.
De ouders van Joeri willen dat hun kinderen niets tekort komen. Van voor ze kinderen hadden, zetten ze geld opzij. Hiermee willen ze kunnen helpen als Joeri gaat studeren, alleen gaat wonen,...
De computer van Stan is gecrasht. Gelukkig spaart hij elke maand een beetje en kan hij zijn computer meteen vervangen.
Slide 10 - Drag question
Bank?
Sok onder de matras?
Waarom?
Bank?
Sok onder de matras?
Slide 11 - Slide
Rente? Interest?
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Een ander woord voor 'rente' is
A
Sparen
B
Getrouwheidspremie
C
Interest
D
Lenen
Slide 14 - Quiz
Leg uit in eigen woorden. Wat is sparen?
Slide 15 - Open question
Je zet geld opzij om een onverwachte kost te kunnen betalen. Dit valt onder
A
Pensioensparen
B
Gemoedsrust
C
Lenen
D
Financiële ondersteuning
Slide 16 - Quiz
Wat is pensioensparen?
A
Langetermijnsparen, voor een aanvullend pensioen
B
Gepensioneerden sparen voor (klein)kinderen
C
Extra belasting om vroeger op pensioen te kunnen gaan