Examenstrategie 4: Gap-Fill Vragen

Examenstrategie 4:
Gap-Fill Vragen
1 / 12
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Examenstrategie 4:
Gap-Fill Vragen

Slide 1 - Slide

Gap-Fill Vragen
- Komen veel voor in examens: 

Which of the following fits the gap ( _______ ) in paragraph 4?
       a. Consequently
       b. Furthermore
       c. Instead
       d. Similarly 

Slide 2 - Slide

Soorten Gap-Fill Vragen:
- Functiewoorden (however, indeed, yet) = zoeken naar
   verbanden.
- Werkwoord (cheered, ignored, yawned) of bijvoeglijk
   naamwoord (stupid, triumphant) = zoeken naar de 
   positieve / negatieve toon van de tekst/woorden.
- Zelfstandig naamwoord (actors, audiences) = zoeken naar 
   verwijzing naar eerder genoemde personen/dingen.

Slide 3 - Slide

Strategie:
1. Hele tekst = gap-fill vragen? Scan eerst de tekst om te weten 
    waar het over gaat. 
2. Begin met lezen tot je de eerste "gap" tegenkomt: wat zijn 
    de antwoordmogelijkheden?
3. Weet je wat de mogelijkheden betekenen: zo nee, zoek de 
    vertalingen op. 

Slide 4 - Slide

Strategie:
4. Lees de zin voor en na de zin waar de "gap" in staat: bijna 
    altijd staat de oplossing tot het antwoord daarin. 
5. Bedenk wat voor soort woord je zelf zou invullen. 
6. Streep antwoordmogelijkheden weg (zijn er bijv. positieve 
    woorden terwijl het iets negatiefs moet zijn, enz.)
7. Kies het antwoord dat het beste past. 

Slide 5 - Slide

Tips:
- Als de tekst bestaat uit alleen gap-fill vragen: ga na het 
  maken van de hele tekst terug naar de eerste paar vragen, je 
  hebt nu namelijk een beter idee van waar de tekst over gaat. 
- Let extra op signaalwoorden: "so" en "therefore" geven bijv. 
   aan dat er een verklaring komt, dus zal de "gap" een reden 
   bevatten, net zoals "but" en "however" een tegenstelling
   aankondigen. 

Slide 6 - Slide

Tips:
- Als er tussen de 4 antwoordmogelijkheden 2 antwoorden 
   zitten die een tegenstelling vormen (groot-klein, positief-
   negatief) dan is 1 van die twee het antwoord, de andere 
   antwoorden zijn 'onzin-antwoorden'. 

Slide 7 - Slide

Examples from exams-> type 2
 9 Which of the following fits the gap in paragraph 4?

A we are forever indebted to their creative genius
B we are increasingly resistant to their wonders
C we are willing to accept the risks the artists run 

Slide 8 - Slide

Example from Exam -> Type 1
Which of the following fits the gap in paragraph 4?

A Consequently
B Meanwhile
C Obviously
D Paradoxically 

Slide 9 - Slide

Example from exam -> type 3
Which of the following fits the gap in paragraph 8?
A cutting-edge
B hands-off
C ill-mannered
D narrow-minded
E up-front 

Slide 10 - Slide

Vooruitblik toets
3 vocab exercises (zelfde als vorige keer)
1 leestekst (wel/niet vragen)
1 leestekst (gap-tekst)
1 leestekst (multiple choice)

Slide 11 - Slide

Wat nu?
Leesdossier (22 december inleveren)
Boek uitzoeken (keuze uiterlijk 22 december vertellen/checken)


Slide 12 - Slide