Paragraaf 10.1 - Man en vrouw [4]

10.1 man en vrouw
begrippen
les 1: primaire en secundaire geslachtskenmerken - vruchtbaar- zaadcellen-eicellen- geslachtsorganen -erectie-sperma- zaadlozing.

afbeelding van mannelijk voortplantingsstelsel
1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

10.1 man en vrouw
begrippen
les 1: primaire en secundaire geslachtskenmerken - vruchtbaar- zaadcellen-eicellen- geslachtsorganen -erectie-sperma- zaadlozing.

afbeelding van mannelijk voortplantingsstelsel

Slide 1 - Slide

10.1 Man en vrouw
Leerdoel(en)

  • Je kunt de geslachtskenmerken van jongens en meisjes in verschillende levensfasen beschrijven

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

10.1 Wat zijn geslachtskenmerken?
Geslachtskenmerken
> kenmerken voor man of vrouw

  • Primaire geslachtskenmerken
    - vanaf je geboorte aanwezig
    - jongen > balzak en penis
    - meisje > vagina en schaamlippen

  • Secundaire geslachtskenmerken
    - ontstaan na begin puberteit (onder invloed van geslachtshormonen!)


Slide 4 - Slide

10.1 Vruchtbaar
Kinderen kunnen krijgen

In de puberteit worden jongens en meisjes vruchtbaar
  • Nu kunnen ze geslachtcellen aanmaken
  • Ook wel voortplantingscellen genoemd
  • Mannen --> zaadcellen
  • Vrouwen --> eicellen
  • Voortplantingscellen ontstaan in de geslachtsorganen

Slide 5 - Slide

10.1 Man en vrouw
Leerdoel(en)

  • Je kunt de bouw en werking van de geslachtsorganen van een man beschrijven

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

10.1 Man en vrouw
Hoe werken de geslachtsorganen van een man?

  • Zaadcel heeft een kop (met celkern) en een staart (om voort te bewegen)
    Zaadballen (teelballen) gaan zaadcellen maken (vanaf puberteit)
    - Zaadcellen opgeslagen in bijballen
    - Zaadballen en bijballen liggen in de balzak

  • Zaadcel van een man + eicel van een vrouw = baby


Slide 8 - Slide

10.1 Man en vrouw
Zaadlozing

  • Erectie is een stijve penis
  • Bij een erectie gaat extra bloed naar de zwellichamen
  • Als een man klaarkomt krijgt hij een zaadlozing
    - Zaadlozing is zaadcellen met vocht
  • Route zaadcel: bijbal > zaadleider > langs zaadblaasjes en prostaat > urinebuis

  • Zaadblaasjes en prostaat voegen zaadvocht toe aan zaadcellen
  • Zaadvocht en zaadcellen samen heet sperma


Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

De penis is ..
A
een primair geslachtskenmerk
B
een secundair geslachtskenmerk
C
een tertiair geslachtskenmerk
D
geen geslachtkenmerk

Slide 11 - Quiz

Secundair geslachtskenmerk
Primair geslachtskenmerk
Balzak
Borsten
Baardgroei
Schaamhaar (vrouw)
Penis
Vagina

Slide 12 - Drag question

Eicel
Zaadcel
Heeft een staart
Kan bevrucht worden
Is groter
Is kleiner
Bevindt zich in de eileider

Slide 13 - Drag question

In de penis bevinden zich:
A
teelballen
B
urinebuis en zwellichaam
C
zaadleiders en urinebuis
D
prostaat en zaadblaasjes

Slide 14 - Quiz

Welke functie heeft het zwellichaam in de penis?
A
Doorbloeding van de penis
B
Bescherming van de penis
C
Zorgen voor een erectie
D
Zorgen voor het lozen van zaadcellen

Slide 15 - Quiz

Zaadleider
Balzak
Prostaat
Teelbal
Penis
Zaadblaasje
Bijbal
Urinebuis

Slide 16 - Drag question

Balzak
Pubishaar
Voorhuid/eikel
Penis

Slide 17 - Drag question

Penis

Balzak
Zaadbal
Urinebuis
Bijbal
Zaadleider
Prostaat

Slide 18 - Drag question

Sleep de begrippen naar de juiste omschrijving
een levend wezen
fijn gevoel tijdens klaarkomen
als er sperma uit de penis komt
als de penis stijf wordt
orgasme
zaadlozing
erectie
organisme

Slide 19 - Drag question

1

2

3
4
5
6
Teelballen
Bijballen
Zaadleiders
Langs de prostaat en de zaadblaasjes
Urinebuis
Sperma verlaat het lichaam

Slide 20 - Drag question

Wat zijn follikels?

Slide 21 - Open question

10.1 man en vrouw
begrippen
les 2: follikels- eisprong/ovulatie- menstruatiecyclus

afbeelding van vrouwelijk voortplantingsstelsel

Slide 22 - Slide

10.1 Man en vrouw
Leerdoel(en) van deze les:

  • Je kunt de bouw en werking van de geslachtsorganen van een vrouw beschrijven

Slide 23 - Slide

1
2
3

4
5
6

Slide 24 - Slide

1

2
3

4
5
6




7


8
9

Slide 25 - Slide

10.1 Man en vrouw
Hoe werken de geslachtsorganen van een vrouw?

  1. In de eierstokken zitten onrijpe eicellen in kleine
    blaasjes > follikels
  2. Tijdens rijpen van eicel komt er meer vocht in follikel
    > follikel groeit > eicel groeit ook 
  3. Na enige tijd (1x per maand) barst follikel open > eisprong/ovulatie > rijpe eicel komt in eileider



Slide 26 - Slide

en dan
  • eicel kan in eileider worden bevrucht door zaadcel > vlak voor of na eisprong
  • zaadcellen zwemmen vanuit vagina via baarmoeder naar eileiders
  • wordt de eicel niet bevrucht > sterft af en wordt afgebroken

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

gemiddeld 450 keer!!!!!!!

Slide 29 - Slide

10.1 Man en vrouw

Slide 30 - Slide

10.1 Man en vrouw
Menstruatiecyclus
  1. Menstruatie en rijping van een eicel
    -
    cyclus begint met menstruatie en duurt gemiddeld 28 dagen
    - een vrouw verliest dan enkele dagen menstruatievocht (slijm met bloed)
    - ondertussen begint in een van de eierstokken een nieuwe eicel te rijpen
  2. Baarmoederslijmvlies wordt dikker
    - na menstruatie groeit baarmoederslijmvlies aan
    - baarmoeder wordt geschikt om een baby te laten groeien
  3. Eisprong (ovulatie)
    - 14 dagen na begin cyclus (begin menstruatie)
    - eicel blijft 12 tot 24 uur in leven
  4. Baarmoederslijmvlies blijft dik
    - eicel niet bevrucht? Baarmoederslijmvlies sterft af en laat los.
    - 2 weken na de eisprong (ovulatie) begint een nieuwe cyclus


Slide 31 - Slide

10.1 man en vrouw
begrippen
les 1: primaire en secundaire geslachtskenmerken - vruchtbaar- zaadcellen-eicellen- geslachtsorganen -erectie-sperma- zaadlozing.

afbeelding van mannelijk voortplantingsstelsel

Slide 32 - Slide

10.1 man en vrouw
begrippen
les 2: follikels- eisprong/ovulatie- menstruatiecyclus

afbeelding van vrouwelijk voortplantingsstelsel

Slide 33 - Slide

Waar/ onwaar?
Staan is waar
zitten is onwaar

Slide 34 - Slide

1
2
3

4
5
6

Slide 35 - Slide

10.1 man en vrouw
begrippen
les 3: soa, voorbehoedsmiddel, pil, pessarium, spiraaltje, sterilisatie, periodieke onthouding, 


Slide 36 - Slide

10.1 Man en vrouw
Leerdoel(en) van deze les:

  • Je kunt uitleggen op welke manieren je een zwangerschap kunt voorkomen

Slide 37 - Slide

10.1 Man en vrouw
Hoe voorkom je een zwangerschap?

Voorbehoedmiddel > zorgt ervoor dat een vrouw niet zwanger raakt
  • Condoom (enige die soa's ook voorkomt)
    - voorkomt dat zaadcellen bij de eicel komen
  • De pil
    - hormonen zorgen ervoor dat er geen eicellen rijpen
    - hierdoor geen eisprong en kan er geen bevruchting plaatsvinden
    - 3 weken slikken, daarna stopweek (menstruatie)
  • Spiraaltje
    - wordt in de baarmoeder geplaatst
    - hormoon of koper spiraal
  • Pessarium
    - sluit de baarmoedermond af, zaadcellen kunnen de eicel niet bereiken


Slide 38 - Slide

10.1 Man en vrouw
Sterilisatie

  • Man
    - zaadleiders worden doorgesneden en afgebonden
    - zaadcellen kunnen de penis niet meer verlaten
    - wel een zaadlozing, maar zonder zaadcellen
  • Vrouw
    - eileiders worden doorgesneden en afgebonden
    - rijpe eicellen kunnen niet meer naar de baarmoeder
    - zaadcellen kunnen de rijpe eicellen niet meer bereiken
    - menstruatie vindt gewoon plaats


Slide 39 - Slide

10.1 Man en vrouw
Onbetrouwbare methoden

  • Periodieke onthouding
    - geen geslachtsgemeenschap in de vruchtbare periode
    - voordeel: geen voorbehoedsmiddelen nodig
    - nadeel: eisprong (vruchtbare periode) is moeilijk te bepalen
  • Onderbreking van de geslachtsgemeenschap ("voor het zingen de kerk uit")
    - vlak voor de zaadlozing de penis terugtrekken uit de vagina
    - voordeel: geen voorbehoedsmiddelen nodig
    - nadeel: de man is soms te laat met terugtrekken en in het voorvocht kunnen ook zaadcellen aanwezig zijn

Slide 40 - Slide

Huiswerk!
Par 1: 5, 7 t/m 10

Par 1: 13 t/m 18 + 21 t/m 23
Par 1: 21 t/m 23 + 25

Slide 41 - Slide