Les 3

Thema School
Les 3
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Thema School
Les 3

Slide 1 - Slide

Oefening 1

1. Laat de leerlingen werkblad 1 erbij pakken en zeg dat je gaat               praten over vakken op school. Schrijf het woord vak eventueel op       het bord.
2. Wijs op de vakken (de bovenste 4 en de onderste 4 plaatjes) en            vraag welke vakken de leerlingen herkennen. Zorg dat alle vakken      bekend worden.
3. Wijs nu op de middelste rij plaatjes en benoem de schooltypen            die daar staan. Wat is het verschil? Voor wie zijn ze bedoeld?
4. Vraag welke vakken zij in hun land van herkomst hebben                      gevolgd. Bespreek eventuele verschillen met de situatie op de              plaatjes.
5. Laat de leerlingen nu vakken matchen met de schooltypen. Geef        eerst een of twee voorbeelden klassikaal.
6. Controleer daarna met de groep.
7. Wees ervan bewust dat er op de ISK misschien meer vakken zijn.

Slide 2 - Slide

Oefening 2

1. Laat de leerlingen werkblad 2 erbij pakken.
2. Lees onderstaande tekst voor en wijs relevante tekstdelen aan              tijdens het lezen:
- Hu en Heng zijn vader en zoon.
- Heng is 15 jaar. Heng gaat naar de ISK.
- Daar leert hij Nederlands.
- En andere vakken.
- Heng gaat later naar een andere school.
- Dan krijgt hij een diploma.

- Hu is 39 jaar. Hij gaat naar de taalschool.
- Daar leert hij Nederlands.
- En andere vakken.
- Hu moet inburgeringsexamen doen.
3. Stel vragen:
- Naar welke school gaat Heng?
- Naar welke school gaat Hu?
- ..........

Slide 3 - Slide

Oefening 2 (vervolg)

4. Laat de leerlingen werkblad 3 erbij pakken. Lees verder. Wijs                 tijdens het lezen op het bord aan.
- Dit is het rooster van Heng. Het rooster van maandag.
- Heng gaat vijf dagen naar school.
- Op maandag begint hij om half 9.
- Hij is om half 4 klaar.
- Heng heeft 3 vakken op maandag:
- Nederlands, Rekenen en Gym.
5. Stel nu vragen:
- Hoeveel vakken heeft Heng?
- ..........
6. Lees nu verder over Hu. Wijs weer aan op het bord.
- Hu zit op de taalschool.
- Hij gaat drie keer per week naar school.
- Op maandag, woensdag en vrijdag.
- Hij heeft op maandag 3 vakken:
- Spreken, Lezen en Schrijven.

Slide 4 - Slide

Oefening 2 (vervolg)

7. Stel vragen:
- Hoeveel keer per week gaat Hu naar school?
- Hoeveel vakken heeft Hu op maandag?

8. Stel nu nog andere vragen over het rooster van Hu. Wijs tijdens            het vragen duidelijk aan op het bord.
- Hoeveel vakken heeft Hu op woensdag?
- Hoeveel vakken heeft Hu op  vrijdag?

9. Het staat je vrij om de tekst vaker voor te lezen als je dat nodig            acht.

Slide 5 - Slide

Oefening 3

1. Kijk nogmaals naar werkblad 3.

2. Kijk naar de roosters van Heng en Hu op maandag en vraag:
- Hoeveel vakken heeft Heng op maandag?
- Hoeveel vakken heeft Hu op maandag?
- Is dat hetzelfde of is dat anders?

3. Ze hebben allebei 3 vakken, dus in hun geval is dat hetzelfde.

Slide 6 - Slide

Oefening 3 (vervolg)

4. Laat de leerlingen nu werkblad 4 erbij pakken.          Op dit werkblad staat een aantal roosters van            verschillende leerlingen.

5. Vergelijk steeds twee leerlingen: Jan en Anna,            Meike en Siem, Mirte en Maud, Ali en Mik.

6. Lees de roosters voor (het gaat om begrijpend          luisteren en vergelijken, ze hoeven dus niet zelf        te lezen, ze lezen alleen mee).

Slide 7 - Slide

Oefening 4

1. Laat het echte rooster van de groep uit                    Zermelo op het digibord zien.
2. Bekijk het rooster en stel vragen over de                dagen, de tijden en de docenten.
3. Bespreek vervolgens de vakken.
4. Stel vragen over de vakken:
- Welk vak heb je op _______dag?
- Wie is de docent?
- Welk vak vind je makkelijk? Wat kun je             goed?
- Welk vak vind je moeilijk? Wat moet je nog       leren?

Slide 8 - Slide

Op de volgende dia's doen de leerlingen mee in LessonUp.
Ze zien steeds een vak. Noem het vak. De leerlingen kiezen of ze het vak leuk vinden of minder leuk.

Slide 9 - Slide

wiskunde
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll

sport
😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

muziek
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll

Nederlands
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

digitale
vaardigheden
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

drama
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll

beeldende
vorming
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

burgerschap
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

Oefening 5

1. Laat de leerlingen werkblad 5 erbij pakken.
2. Lees de volgende tekst voor.
- Het is maandag 11 uur.
- Heng heeft nu rekenen.
- Dat is een moeilijk vak voor Heng.
- Wat leer je bij rekenen?
- Kijk op het werkblad.
- Bij het vak rekenen werk je met getallen.
- 1, 2, 3, 4, enzovoorts.
- Wat leer je?
- Kijk maar goed:
- Ik heb hier drie pennen (of iets anders). 1, 2, 3.
- Nu doe ik er 1 bij.
- Hoeveel pennen zijn dit nu?
- Juist: 4.
- Bij rekenen schrijven we dit zo:
- 3 + 1 = 4

Slide 18 - Slide

Oefening 5 (vervolg)

- Op het werkblad zie je dat ook.
- Hier, hier, hier,...
- Dit is optellen:
- Ik heb 3 en 1 erbij.
- 1 meer. Dan is het 4.
- Dat is een +.
- Wijs maar aan.

3. Doe hetzelfde voor aftrekken.
- Ik heb hier 4 pennen (of iets anders). 1, 2, 3, 4.
- Nu doe ik er 1 af.
- Hoeveel pennen heb ik nu?
- Juist: 3.
- Bij rekenen schrijven we dit zo:
- 4 - 1 = 3.

Slide 19 - Slide

Oefening 5 (vervolg)

- Op het werkblad zie je dat ook.
- Hier, hier, hier,...
- Dit is aftrekken:
- Ik heb 4 en 1 eraf.
- 1 minder. Dan is het 3.
- Dat is een -.
- Wijs maar aan.

4. Wijs het eerste rijtje sommen aan op het werkblad en zeg:
- Zet een kruisje voor optellen.

5. Ga zo door met de rest van het werkblad als je dit nodig acht.

6. Als de leerlingen het leuk vinden, mogen ze de sommen maken.

7. Maak eventueel meer werkbladen op www.somprint.nl.

Slide 20 - Slide

Oefening 6

1. Lees de eerste zin duidelijk voor.
2. Tel de woorden terwijl je meetelt op je vingers.        Laat de leerlingen meetellen.
3. Lees de zin nog een keer en laat de leerlingen          samen met jou de zin herhalen.
4. Laat de leerlingen de zin als klas (zonder jou)            herhalen.
5. Zeg de zin nog een keer in een sneller tempo.
6. Laat de leerlingen de zin nog een keer zeggen.
7. Spreek steeds sneller en kijk hoe snel de                    leerlingen kunnen.
8. Herhaal met de rest van de zinnen.
Zinnen
Wat leer je op school?
Op school heb je vakken:
Nederlands, rekenen.
Wat vind je leuk?
Ik vind Nederlands spreken leuk.
Wat vind je moeilijk?
Ik vind rekenen moeilijk.
Wat is rekenen?
Leren met getallen.
Optellen en aftrekken.
Plus en min.

Slide 21 - Slide

Luister en zeg na.

Slide 22 - Slide

Laat de leerlingen nu online les 3 maken op www.ncbstart.nl.

Slide 23 - Slide