Muziekgeschiedenis: de voorlopers van de Popmuziek

Popmuziek
1 / 48
next
Slide 1: Slide
MuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Popmuziek

Slide 1 - Slide

Pick a bale of cotton
Luister naar het fragment en bepaal de:
1 artiest.

2 de stijl.

fragment 1
fragment 2
fragment 3
fragment 4
fragment 5
fragment 6

Slide 2 - Slide

Wat is popmuziek?
  1.  Eigentijdse muziek die eenvoudig toegankelijk is en gewaardeerd wordt door het grote publiek.
  2. De populariteit van de muziek is belangrijker dan de inhoudelijke muzikale eigenschappen.
  3. Vaak heeft het beluisteren van deze muziek een recreatief doeleinde 

Slide 3 - Slide

De voorlopers van popmuziek
Begin van de moderne popmuziek is ontstaan in Amerika aan het begin van de 20ste eeuw. Er zijn 3 grote lijnen te zien
  1. Zwarte muziek
  2. Witte muziek
  3. Spirituele muziek

Slide 4 - Slide

zwarte muziek: worksongs
Uitgevoerd/gecomponeerd door slaven die werken op:
  • Plantages
  • Mijnen
  • Spoorwegen

Slide 5 - Slide

Kenmerken van worksongs
  1. wordt gezongen door slaven tijdens het werk
  2. verminderd de verveling tijdens herhalende werkzaamheden.
  3. continue ritme verbetert de werkzaamheden .
  4. Geen gebruik van instrumenten.
  5. Call and Response
  6. Alleen zang

Slide 6 - Slide

kenmerken  Spirituals
  • Voor zowel blanken als donkere mensen  
  • Christelijke gemeenschap eerde God
  • Bracht hoop
  • Soms Call en Response
  • vooral eenstemmig: unisono
  • Langzaam tempo 

Slide 7 - Slide

Witte muziek
voorlopers van de huidige popmuziek.
Europese voorlopers: Folk

Slide 8 - Slide

Kenmerken Folkmuziek
  • Door Europeanen meegenomen 
  • Gebruik van traditionele muziekinstrumenten: tin-whistle, banjo, accoreon etc.
  • Tekst is gericht op tradities en ervaringen
  • Men wordt verwacht mee te doen en niet alleen luisteren.
  • Verbind mensen uit een bepaalde regio en sociale klasse
  • vermaak.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

welke muziekstijl hoor je hier
A
worksong
B
spiritual
C
folk

Slide 11 - Quiz

welke muziekstijl hoor je hier?
A
spiritual
B
worksong
C
folk

Slide 12 - Quiz

welke muziekstijl hoor je hier?
A
folk
B
worksong
C
spiritual

Slide 13 - Quiz

welke muziekstijl hoor je hier?
A
worksong
B
spiritual
C
folksong

Slide 14 - Quiz

Blues
ontstaan tussen 1860-1900.

oorsprong in de muziek van de slaven in het zuiden van de verenigde staten.

Slide 15 - Slide

countryblues
  1. melancholisch van toon
  2. I'm feeling blue terneergeslagen
  3. zingen over liefde, slechte omstandigheden, het zware werk 
  4. en zongen met rauwe ongescholde stem soms met begeleiding van gitaar of piano

Slide 16 - Slide

cityblues
  1. meer stedelijk geluid.
  2. gebruik van electisch versterkte instrumenten en drumstel vanaf de jaren 30.
  3. teksten zijn agressiever vol protest tegen discriminatie
  4. electric blues genoemd
  5. meer up-tempo
This video is no longer available
Welke video was dit?

Slide 17 - Slide

bluesschema
  1. Bestaat uit 12 maten in een 4/4 maatsoort.
  2. Gebruik van 3 verschillende akkoorden die een vaste plaats hebben
  3. De tekst bestaat uit drie regels  A - A' - B vorm
  4. Gebruik van de "blue"noot  7de noot van de toonladder wordt verlaagd

C    C    C    C            1   1   1   1       A           
F     F    C    C            4  4   1   1       A'
G    F    C    C             5  4   1   1      B

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

kenmerken country and western
  1.  Ontstaan op het platteland  in het zuiden van de verenigde staten.
  2. samensmelting van Europese stijlen
  3. Meestal een zangstem.
  4. Begeleid door een eenvoudige instrumenten als:
  5. akoestisch gitaar , steelgitaar, viool, banjo   
  6. Liedjes hebben een verhaal
  7. vaak dansbaar                         
bekende artisten zijn: 
 Dolly Parton,  John Denver en Garth Brooks

Slide 20 - Slide

Kenmerken Gospel
  • Vanuit de zwarte cultuur werd er meer ritme ingebracht
  • meer syncopen
  • Er wordt in koor verband gezongen
  • soms met solist
  • Vaak Call and Response
  • Meerstemmigheid. 
  • Ook solo uitvoeringen

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Kenmerken Ragtime
  • betekend "verscheurde" tijd.
  • De melodie: geeft accenten juist net na de tel: syncope 
  • swingend.
  • Bas wordt heel strak op de tel gespeeld (marsachtig)
  • Een muziekvorm waar zwarte en witte muziek bij elkaar komen.
  • oorspronkelijk voor piano 
This video is no longer available
Welke video was dit?

Slide 23 - Slide

jazz

Slide 24 - Slide

Ontstaan van Jazz
  • Jazz ontstond in New Orleans begin van de      jaren 20. 
  • gemaakt door Afro-Amerikanen.
  • Een mengeling van Ragtime, Blues   Spirituals en klassieke muziek.

Slide 25 - Slide

Jazz
Muzikanten mixen al de invloeden tot de jazz, een nieuw soort dansmuziek. Het allerbelangrijkste voor de jazz is de
  1.  improvisatie. 
  2. Veel gebruikte instrumenten zijn: 
  • blazers,
  • slagwerk 
  • zang 
  • Later komen daar gitaren en een piano bij. 

Slide 26 - Slide

Jazzstijlen rond 1920-1940
New Orleans Jazz
Boogiewoogie
Chicago Jazz
Swing

Slide 27 - Slide

New Orleans Jazz
  • zwarte muziek
  • Collectieve improvisaties: door elkaar heen improviseren
        Klinkt wat chaotisch, vrij, melodieën klinken door elkaar
  • gebruik van syncopische ritmes.
  • Instrumenten veel blazers klarinet, trompet, trombone, 
  • ritmesectie: drums, banjo, en akoestische bas.

Slide 28 - Slide

kenmerken: Boogiewoogie
  • Wordt voornamelijk op de piano gespeeld
  • Linkerhand speelt een strak ritme.
  • Rechterhand speelt verschillende improvisaties. 
  • gebruik van syncope.

Slide 29 - Slide

Kenmerken Chigago Jazz
  • verschuiving naar de stad: Chigago
       opnamestudio en platenindustrie
  • Is meer gestructureerd, muzikanten improviseren na elkaar
  • scat vocals: improviseren met de stem met klanken zonder betekenis.

Slide 30 - Slide

Dixieland Jazz
  • Blanke muzikanten
  • collectieve improvisatie.
  • gespeeld in een 4/4 maatsoort
  • Vermakelijke dansmuziek
  • instrumenten ( zie Chicago Jazz): veel blazers klarinet, trompet, trombone,
  • ritmesectie: drums, banjo, en akoestische bas. plus tuba of sousafoon

Slide 31 - Slide

kenmerken SWING
  •  De dansmuziek binnen de Jazz. door lichte manier van spelen en       accenten in het ritme ( Jaren 30)
  •  duidelijke structuur met bandleider
  • bigbands: grote jazz orkesten (3 blazers sectie: trompet , trombone , saxofoon en hoorn, ritmesectie: drums, bas, gitaar, piano
  •  call and response (tussen 2 secties)

Slide 32 - Slide

Jazz na de wo2
Bebop Jazz
Cool jazz
Fusion.

Slide 33 - Slide

kenmerken Bebop Jazz
  • Na de wo 2 , jaren 40
  • terugkeer kleine bezetting
  • super snel tempo
  • snelle akkoordwisselingen, improvisaties
  • virtuoos; moeilijke akkoordwisselingen/melodieën.
  • vaak blazers
  • niet meer dansbaar

Slide 34 - Slide

kenmerken Cool jazz
  • de klank van het instrument staat centraal
  • vanaf jaren 50
  • langzaam tempo
  • kleine bezetting
  • soms veel herhalende motieven
  • ontspannen sfeer is belangrijk
  • lange solo's

Slide 35 - Slide

Kenmerken: Fusion Jazz
  • Ontstaan eind jaren 60
  • Verweven met elementen uit de Rock muziek: improvisatie uit de jazz en ritme en instrumenten uit de rock. 

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

vanuit Gospel ontstaat  Soul
kenmerken:


  • Het gaat om de betekenis van de tekst
  • Boodschap van de muzikant staat centraal
  • Zanger gebruikt uithalen en Ad libs = versierde, gezongen melodieën.
  • Soms achtergrond koor
This video is no longer available
Welke video was dit?

Slide 38 - Slide

Kenmerken Rhythem & Blues 
  • Gespeeld door jongere donkere mensen.
  • Dans-en amusementsmuziek in goedkope bars
  •  In 4/4 maatsoort
  • Backbeat (accent op de 2de en 4de tel)
  • Hoger tempo 
  • Instrumenten: zang, Mondharmonica, elektrisch gitaar, piano of elektrisch orgel, basgitaar  en drums

Slide 39 - Slide

Rock
.
Rock'n Roll 
Merseybeat
Hardrock 
Progressieve Rock
punk muziek



Slide 40 - Slide

Kenmerken:  Rock' n Roll (Jaren 50.)

  • Als eerst door Afro-amerikaanse artiesten gespeeld en opgenomen.
  • Muziek klinkt rauw 
  • Grote rol voor het drumstel die een vaste beat speelde.
  • tekst over liefde en seks.
  • Elektronische instrumenten werden steeds belangrijker door de harde drums.  
  • Een zanger centraal 

Slide 41 - Slide

artiesten Rock & Roll-blank
  • Bill Haley 




  • Elvis Presley

Slide 42 - Slide

Kenmerken: Merseybeat (Jaren 60)
  • Ontstaan in Engeland
  •  De band centraal
  • Niet alleen Rock en Roll maar ook blues, soul
  • Vol band geluid
  • samenzang tussen diverse bandleden.
  • teksten worden serieuzer: politiek getint/Maatschappijkritisch

Slide 43 - Slide

bezetting van een rockband
Vaste bandbezetting:
  • lead gitaar voor de melodieën
  • Rhythm gitaar voor akkoorden en begeleiding
  • basgitaar voor lage tonen
  • drums voor ritme   
Uitbreiding:
Zang   Backing-vocals   Strijkers   Piano    Blazers  
 Ander slagwerk                                                                                                               
This video is no longer available
Welke video was dit?

Slide 44 - Slide

Kenmerken Hardrock
  • Gebruik van distortion 
  • Nadruk op Electrische Gitaar/ veel solo's
  • Gaat vaak over seks en drugs, maatschappelijke protesten
  • Vaak gezongen door hoge mannenstemmen

Slide 45 - Slide

Kenmerken Progressieve Rock
  • Gitaar verdringt soms de zang. 
  • Nummers duren steeds langer (soms 10 minuten)
  • langere gitaar solo's
  • teksten zijn vaak ingewikkeld en gaan over scienfiction, geschiedenis, oorlog.
  • Geen overzichtelijk vormschema
  • conceptalbum: meerdere nummers vormen één verhaal
This video is no longer available
Welke video was dit?

Slide 46 - Slide

Kenmerken Punk
  • Meest ongecontroleerde vorm van Rock
  • Harde snelle drumritmes
  • schreeuwerige zang
  • agressieve teksten, afzetten tegen de gevestigde orde
  • veel bas, eenvoudig ritme, 3 akkoorden
  • gescheurde broeken, piercings, opvallende kleuren geverfd haar.

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide