EPT Stapelaar

Wat zijn de hoofdonderdelen van een stapelaar (kies het meest volledige antwoord)

A

Vorken, Wielstel, Disselboom/stuurwiel, Accu.

B

Vorken en wielstel.

C

Accu, wielstel.

D


1 / 20
next
Slide 1: Quiz
New lesson editorVerkeerMiddelbare schoolMBOBeroepsopleidingSpeciaal OnderwijsLeerroute 4Leerroute n1Studiejaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Wat zijn de hoofdonderdelen van een stapelaar (kies het meest volledige antwoord)

A

Vorken, Wielstel, Disselboom/stuurwiel, Accu.

B

Vorken en wielstel.

C

Accu, wielstel.

D


Hoeveel draaicirkels kent een stapelaar?

A

1

B

2

C

Geen draaicirkels

D


Wat is de afmeting van een europallet?

A

40 x 60 cm.

B

100 x 120 cm.

C

80 x 120 cm.

D


Waar bestaat de Arbowet uit? (kies het meest volledige en juiste antwoord)

A

Beschrijving van hoe de Stapelaar werkt.

B

Er worden regels gegeven over de veiligheid, gezondheid en het welzijn op de werkplek.

C

Het heeft alleen betrekking tot de regels die gelden voor werknemers.

D


Voor het gebruik van een pallet controleer je de volgende punten; (kies het meest volledige antwoord)

A

Uitstekende Spijkers en loszittende en gespleten planken op het bovendek.

B

Loszittende en gespleten planken op het onderdek.

C

Uitstekende spijkers, Loszittende en gespleten planken op het boven- en onderdek, zitten er scheuren in de blokken?

D


Sinds wanneer geld het CE teken op stapelaars?

A

01-01-1980

B

01-01-2010

C

01-01-1995

D


Wat is verboden?

A

Met anderen praten als u aan het werken bent met de Stapelaar.

B

Vooruitrijden bij onoverzichtelijke deuropeningen.

C

Rijden met geheven last.

D


Aan welke eisen moet u als bestuurder van een stapelaar voldoen?

A

Minimaal 18 jaar, moet kennis hebben, goede lichamelijke conditie.

B

Minimaal 16 jaar, goede lichamelijke en geestelijke conditie, instructie hebben gehad.

C

Minimaal 16 jaar, kennis van het voertuig en instructie hebben gehad.

D


Keren op een helling is?

A

Absoluut verboden.

B

Toegestaan bij lage snelheid.

C

Alleen toegestaan als u rijdt met geheven last.

D


Welk gas komt uit de cellen tijdens het laden van een batterij?

A

Verzuurd watergas.

B

Zwavelzuurgas.

C

Waterstofgas.

D


Het tegengewicht bij een stapelaar bestaat uit?

A

Contragewicht en body.

B

Alle massa achter het hart van de voorwielen.

C

Batterij en contragewicht.

D


Wat is de juiste maat van een ISO/Blok / chep pallet?

A

120 x 120 cm.

B

80 x 120 cm.

C

100 x 120 cm.

D


Hoe moet u handelen bij het naderen van een onoverzichtelijke deuropening?

A

U moet achteruit rijden, goed kijken, snelheid maken en toeteren

B

U moet vooruit rijden, snelheid verminderen, goed kijken en toeteren.

C

U moet achteruit rijden, snelheid verminderen, goed kijken en toeteren

D


Wat controleer je aan de Stapelaar voordat je er mee gaat werken?

A

Is de stapelaar schoon.

B

Controleer de accu en de stapelaar op lekkages

C

Of de banden opgepompt zijn.

D


Wat is de juiste naam voor de vloeistof die zich in de cellen van een tractiebatterij bevindt?

A

Verdund zoutzuur.

B

Verdund zwavelzuur.

C

Verdund salpeterzuur.

D


U gaat naar de kantine om koffie te drinken, uw collega stapt op de vorken van de stapelaar, wat doet u nu?

A

U zegt goedemorgen en rijdt samen met hem naar de kantine.

B

U stopt de stapelaar en stuurt de collega weg.

C

U waarschuwt uw werkgever.

D


Wanneer moet u de cellen van een batterij bijvullen?

A

Voor het laden.

B

Na het laden.

C

Tijdens het laden.

D


Als u de stapelaar parkeert moet u?

A

Dit altijd op een veilige plaats in de transportroute doen.

B

Stuurwiel recht, de sleutel inleveren.

C

Stuurwiel recht, de vorken vlak op de voer leggen en de sleutel verwijderen.

D


U begint de dag met een controle aan de stapelaar. Na controle blijkt dat de noodstop van de stapelaar niet werkt. Wat doet u?

A

U gaat gewoon rijden en meldt niets.

B

U gaat onmiddellijk naar uw directe chef en meldt dit gebrek.

C

U gaat eerst rijden en ergens op de dag meldt u dit gebrek nog even bij de chef.

D


Wat moet u doen als uw collega zwavelzuur in zijn ogen krijgt?

A

U moet een dokter waarschuwen.

B

U moet zijn ogen uitspoelen met grote hoeveelheden schoon water en direct een dokter waarschuwen.

C

U moet in zijn ogen blazen zodat het zwavelzuur verdampt.

D