H3 Een bijsluiter lezen

Hoofdstuk 3

les 3.1

Een bijsluiter lezen

1 / 32
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 4,5

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 3

les 3.1

Een bijsluiter lezen

Slide 1 - Slide

Inhoud van de les
Voorkennis activeren
Instructie / uitleg
Leerdoel van deze les
Zelfstandige verwerking
Afsluiten/ evalueren

Slide 2 - Slide

Wat is een bijsluiter en waarom is deze belangrijk?

Slide 3 - Open question

Leerdoel

Ik weet wat een bijsluiter is.
Ik weet wat de diverse afkortingen op een bijsluiter betekenen.
Ik kan vragen over de tekst in een bijsluiter beantwoorden.

Leerdoel van deze les

Slide 4 - Slide

Instructie / uitleg

Slide 5 - Slide

Instructie / uitleg

Slide 6 - Slide

Aan de slag
Maak de werkbladen. Denk aan de leerdoelen:

Ik weet wat een bijsluiter is.
Ik weet wat de diverse afkortingen op een bijsluiter betekenen.
Ik kan vragen over de tekst in een bijsluiter beantwoorden.


Zelfstandige verwerking

Slide 7 - Slide

Nabespreken
Gezamenlijk de werkbladen nabespreken.

Afsluiten/ evalueren

Slide 8 - Slide

Even checken... 
wat heb je geleerd?

Slide 9 - Slide

milligram
milliliter
jonger dan 12 jaar
ouder dan 12 jaar
één tot twee tabeletten
één keer per dag
maximaal
max.
mg.
> 12 jaar
ml.
1x daags
1 -2 tabl.
< 12 jaar

Slide 10 - Drag question

Als in een bijsluiter deze pictogram staat, mag je dan nog autorijden?
A
Ja, maar het kàn de rijvaardigheid beïnvloeden.
B
Nee, het is verboden om deel te nemen aan het verkeer.

Slide 11 - Quiz

Hoofdstuk 3

les 3.2

Een bijsluiter lezen

Slide 12 - Slide

Inhoud van de les
Voorkennis activeren
Instructie / uitleg
Leerdoel van deze les
Zelfstandige verwerking
Afsluiten/ evalueren

Slide 13 - Slide

De bestanddelen
De klachten
De gebruiksaanwijzing van een medicijn.
De stoffen die in het medicijn zitten.
De ziekte of de pijn waar tegen je het medicijn gebruikt.
Hoevaak je het medicijn gebruikt en 
hoeveel je het medicijn gebruikt.
De klachten die je van het medicijn kunt krijgen.
De dosering
De bijwerkingen
De bijsluiter

Slide 14 - Drag question

Leerdoel

Ik weet de betekenis van diverse woorden,
 die ik in een bijsluiter kan tegenkomen.

Ik kan, door goed te lezen en te kijken, 
vragen over een bijsluiter beantwoorden.

Leerdoel van deze les

Slide 15 - Slide

Handig:
  • < = minder dan, of onder 
  • > = meer dan, of boven
  • 2x daags = 2x per dag 
Instructie / uitleg

Slide 16 - Slide

Zelfstandig
Maak zelfstandig, of in tweetallen, 
vraag 6 t/m 9 van H3 Een bijsluiter lezen.

Klaar? Maak opdrachten van Denkwerk
Zelfstandige verwerking

Slide 17 - Slide

Nabespreken van de opdrachten.

En dan nu de quiz. 
Wat weet je nog?
Ga voor een 100% score
Afsluiten/ evalueren

Slide 18 - Slide

Wat is de functie van pictogrammen in bijsluiters? Meerdere antwoorden goed.
A
Versiering voor de bijsluiter
B
Afbeeldingen van het medicijn zelf
C
Informatie over medicijngebruik
D
Waarschuwingen voor bijwerkingen

Slide 19 - Quiz

Wat betekent 'het etmaal'?
A
Een week
B
Een uur
C
Een periode van 24 uur
D
Een maand

Slide 20 - Quiz

Mag je met
autorijden? 3
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quiz

Wat geeft de schaalverdeling op een maatbekertje van een medicijn aan?
A
De prijs van het medicijn
B
De kleur van het medicijn
C
De fabrikant van het medicijn
D
Hoeveelheid medicijn in milliliters

Slide 22 - Quiz

Wat is de functie van een maatbekertje bij een medicijn?
A
Om medicijnen op te slaan.
B
Om vloeistoffen te mengen.
C
Om het medicijn te wegen.
D
Om medicijnen nauwkeurig af te meten.

Slide 23 - Quiz

Mag je
alcohol drinken? 8
A
Ja
B
Nee

Slide 24 - Quiz

Wat is de betekenis van 'dosis'?
A
Hoeveelheid medicijn per inname
B
Soort medicijn
C
Bijwerkingen van medicijn
D
Tijdstip van inname

Slide 25 - Quiz

Wat zijn mogelijke bijwerkingen van medicijnen?
A
Vermoeidheid
B
Diarree
C
Verhoogde intelligentie
D
Misselijkheid

Slide 26 - Quiz

Mag je borstvoeding
geven? 6
A
Ja
B
Nee

Slide 27 - Quiz

Wat betekent 'de dosering'?
A
De prijs van het medicijn
B
De duur van de behandeling
C
Hoeveelheid medicijn per inname
D
De soort medicijn

Slide 28 - Quiz

Wat is de betekenis van 'de klachten'?
A
Een soort medicijn
B
Symptomen van een probleem
C
Een positieve ervaring
D
Onwelzijn ervaren

Slide 29 - Quiz

Medicijn gebruiken
als je zwanger bent? 1
A
Ja
B
Nee

Slide 30 - Quiz

Wat is de functie van een bijsluiter?
A
Het medicijn zelf bevatten
B
Bijwerkingen verbergen
C
Een recept voorschrijven
D
Informatie over medicijngebruik geven

Slide 31 - Quiz

Wat zijn de bestanddelen van een medicijn?
A
Werkzame stof
B
Verpakking
C
Hulpstoffen
D
Bijwerkingen

Slide 32 - Quiz