26 januari - samenstelling

Welkom!
Lezen
Theorie: Samenstelling
Werken aan opdrachten
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom!
Lezen
Theorie: Samenstelling
Werken aan opdrachten

Slide 1 - Slide

Leerdoel
Je weet welke regels je moet toepassen bij tussenletters in samenstellingen.

Slide 2 - Slide

Wat is juist?
A
groenteman
B
groentenman

Slide 3 - Quiz

Wat is juist?
A
zonnencel
B
zonnecel

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

In het Nederlands schrijven we zoveel mogelijk woorden aan elkaar

Slide 10 - Slide

Maak aantekeningen op je laptop/in je schrift

Slide 11 - Slide

Samenstelling
Als je twee woorden aan elkaar plakt, maak je een samenstelling: school + boek = schoolboek.

Slide 12 - Slide

Wanneer komt er een -(e)n-?
Als het eerste deel van een samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alleen een meervoud op -en heeft, schrijf je -en- tussen de woorden.
Boekenbon
Paardenstal
Tomatensoep

Slide 13 - Slide

Is het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord?
nee?
ja?

schrijf -e

platteland

huilebalk

heeft het eerste deel een mv op -s?

nee?

schrijf -en:

lampenkap

koekenpan

ja?

schrijf -e

gedachgtegang

aspergesoep

Slide 14 - Slide

Wanneer geen extra -n? 1/2
  • Als het eerste deel van de samenstelling geen meervoud heeft. Gerstebier
  • Als het eerste deel van de samenstelling ook een meervoud op -s heeft. Groentewinkel
  • Het eerste deel van de samenstelling verwijst naar iets waar er maar één van is. Maneschijn

Slide 15 - Slide

Wanneer geen extra -n? 2/2
  • Als het eerste deel geen zelfstandig naamwoord is. Armelui
  • Het eerste deel een bijvoeglijk naamwoord versterkt. Beresterk

Slide 16 - Slide

Wanneer moet je een -s toevoegen?

  • Als je in een samenstelling een -s- hoort, dan schrijf je die ook.
  • Soms begint het tweede deel van de samenstelling met een s-klank. Vervang dan het tweede deel door een ander woord dat niet met een s-klank begint. Oorlogsschip - oorlogsbuit Hoofdstraat - hoofddoek

Slide 17 - Slide

peer+sap
A
peersap
B
perensap
C
peresap

Slide 18 - Quiz

Breken+been
A
breekbeen
B
brekenbeen
C
brekebeen

Slide 19 - Quiz

hebben+ding
A
hebbeding
B
hebbending
C
hebding

Slide 20 - Quiz

zon+stelsel
A
zonnestelsel
B
zonnenstelsel
C
zonstelsel

Slide 21 - Quiz

Werk OP FLUISTERTOON verder aan de opdrachten

Spelling H3
en
Spelling H4

Slide 22 - Slide

Morgen: boek mee!

Slide 23 - Slide