hormonale regeling man en vrouw

hormonale regeling man en vrouw

Voortplanting

1 / 49
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurwetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

hormonale regeling man en vrouw

Voortplanting

Wat te kennen?

  • Je kan de hormonale regeling uitleggen van de menstruatiecyclus

    • je kent de vrouwelijke geslachtshormonen en hun functie

  • Je kan de hormonale regeling uitleggen van de zaadproductie

    • Je kent de mannelijke geslachtshormonen en hun functie



Hoe gaan we te werk?


  • Je Planfiche --> BELANGRIJK --> Wat je allemaal moet kennen voor dit hoofdstuk. --> Je werktool.

  • Voorkennis?

  • Luister en noteer ( instructie)

  • Ga zelf aan de slag OF verlengde instructie

  • check --> Kan ik dit?

  • Einde hoofdstuk -- > Evaluatie

Welk orgaan produceert eicellen in het vrouwelijke voortplantingsstelsel?

A

Baarmoeder

B

Eierstokken

C

Eileiders

D

Vagina

Welke structuur produceert zaadcellen in het mannelijk voortplantingsstelsel?

A

Teelballen

B

Prostaat

C

Zaadblaasjes

D

Urinebuis

Wat is de belangrijkste functie van de bijbal?

A

Urine opslaan

B

Sperma maken

C

Zaadcellen rijpen

D

Hormonen afbreken

Welk onderdeel voert zaadcellen van de bijbal naar de urinebuis?

A

Zaadleider

B

Balzak

C

Eikel

D

Voorhuid

Wat is de belangrijkste functie van de baarmoeder?

A

Eicellen rijpen

B

Zaadcellen maken

C

Embryo laten groeien

D

Hormonen opslaan

Waar vindt de bevruchting meestal plaats?

A

Vagina

B

Baarmoederhals

C

Eileider

D

Eierstok

we overlopen nog eens de menstruatiecyclus op het bord:

hormonale regeling vrouw

menstruatiecyclus

hormonale regeling

Aan de slag


30

m

00

s

a) Welk orgaan produceert de zaadcellen(p 207)

A

bijbal

B

teelbal

C

zaadleider

D

penis

b) Door welke hormonen wordt de teelbal gestimuleerd?(p207)

A

LH en FSH

B

LH en Gndr

C

testosteron en oestrogeen

D

adrenaline en cortisol

c) Welke klier produceert FSH en LH?(p207)

A

hypothalamus

B

teelbal

C

hypofyse

D

bijbal

d) in welk orgaan ligt de hypofyse?(p207)

A

lever

B

hersenen

C

nier

D

wervelkolom

e) Wat gebeurt er als er te veel testosteron wordt gemaakt?(p207)

A

LH waarde daalt

B

FSH waarde daalt

C

niets

D

A en B

f) welke vorm van feedback heeft testosteron op LH en

FSH?(p208)

A

posieteve

B

negatieve

C

neutrale

g) Wat zijn de 2 effecten van van testosteron op het lichaam?

Oefening 8 p208.

a) Wat stel je vast bij de concentratie testosteron doorheen de dag?

A

blijft constant

B

schommelt

b) op welk moment van de dag heeft de man de hoogste testosteron waarde?

A

in de ochtend

B

in de middag

C

in de avond

c) aan welke gebeurtenis merkt de man dit?

A

donker gele urine.

B

ochtend erectie.

C

honger.

D

gevoelige geur.

d) de concentratie testosteron bij oude mannen... .

A

schommelt meer

B

schommelt minder

C

is hoger

D

is lager

a) In welk orgaan rijpen de eicellen?(p210)

A

eitrechters

B

eilijder

C

eierstokken

D

baarmoeder

b) hoe heet het blaasje waarin een eicel rijpt?(p210)

A

Kindersuprise

B

follikel

C

eierstokken

c) welke klier produceert de hormonen die de eicelrijping stimuleert?(p210)

A

hypothalamus

B

eierstokken

C

hypofyse

D

eilijder

d) in welk orgaan ligt de hypofyse?

A

hersenen

B

maag

C

ruggenmerg

D

lever

e)welk hormoon zorgt voor de rijping van de follikel?

A

LH

B

FSH

C

oestrogeen

D

progesteron

f) welk hormoon produceert de follikel?

A

oestrogeen

B

progesteron

C

FSH

D

LH

g) Wat is het effect van een te hoge oestrogeen concentratie

A

daling FSH

B

stijging FSH

C

niets

h)Welke vorm van feedback was de vorige vraag?

A

negatieve

B

positieve

C

Answer C

D

Answer D

i) Wat is de invloed van oestrogeen op het vrouwelijke lichaam?

A

ontwikkeling borsten

B

bredere heupen

C

ontwikkeling schaamhaar

D

alle antwoorden

j) wat is de invloed van te veel oestrogeen op het LH?

A

productie stijging

B

productie daling

k) welke vorm van feedback was dit?

A

negatieve feedback

B

positieve feedback

l) voor welke gebeurtenis zorgt het LH?

A

eisprong

B

menstruatie

C

bevalling

m) welke hormonen prduceert het gele lichaam?

A

progesteron

B

oestrogeen

C

A en B

D

niet is juist

n) wat is de invloed van progesteron en oestrogeen op de baarmoeder?

A

aanmaak baarmoederslijmvlies

B

afbraak baarmoederslijmvlies