Les 6

1 / 35
next
Slide 1: Slide
EconomieHBOStudiejaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welke van onderstaande is geen kenmerk van de Marginalistische school?
A
Focus op het gedrag van individuen.
B
Beperkte rol voor de overheid.
C
Rationeel gedrag van individuen.
D
Aandacht voor de rol van geld.

Slide 2 - Quiz

Publiceerde voor een breed publiek en op zo'n wijze dat de theorieën ook toegepast kunnen worden. 
Nomineerde zichzelf voor de nobelprijs voor de vrede.
Gebruikte wiskunde alleen in voetnoten want vond dat de modellen de aandacht niet moesten afleiden van de ecomische boodschap. 
Partieel evenwicht, periode analyses, elasticiteiten, etc.
Algemeen evenwicht, het marktmechanisme en vele gebruik van wiskunde.
Prijs als onafhankelijke variabele en hoeveelheid als afhankelijke variabele. 
Prijs als afhankelijke variabele en hoeveelheid als onafhankelijke variabele. 

Slide 3 - Drag question


A
Hier zie je een weergave van aanbod en periode-analyse van Marshall op zeer korte termijn.
B
Hier zie je een weergave van aanbod en periode-analyse van Marshall op lange termijn.
C
Hier zie je een weergave van aanbod en periode-analyse van Marshall op korte termijn.
D
Hier zie je een weergave van aanbod en periode-analyse van Marshall op termijn.

Slide 4 - Quiz

Waar gebruikt Léon Walras de metafoor van de veilingmeester voor?
A
Om aan te tonen hoe de factorprijzen uiteindelijk van invloed zijn op de prijzen op de consumentenmarkt.
B
De veiling gebruikt Walras om te laten zien hoe het bereiken van algemeen evenwicht in z'n werk gaat.
C
Deze laat zien hoe de vraag en het aanbod zich steeds aanpassen aan de prijs totdat er evenwicht ontstaat.
D
De veilingmeester heeft wiskundige vergelijkingen voor elke deelmarkt en laat zo algemeen evenwicht zien.

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Keynes

Slide 13 - Mind map

Slide 14 - Slide

Welke van de volgende ideeën had Keynes van Malthus overgenomen?
A
Een gebrek aan effectieve vraag kan leiden tot armoede
B
Populatiegroei moet beperkt worden.
C
De rentevoet is relevant voor de keuze om te sparen.
D
Geen van bovenstaande.

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Het voornaamste punt dat Keynes maakt in The General Theory of employment, Interest en Money is:
A
Een markteconomie bereikt niet vanzelf de optimale situatie.
B
Er bestaat alleen vrijwillige werkloosheid.
C
Besparingen en investeringen hangen niet alleen af van de rente.
D
De mensen worden geleid door animal spirit.

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Welke kritiek geeft Milton Friedman op Keynes’ aanbevelingen voor monetair beleid?
A
Keynes overschat de effectiviteit van monetair beleid.
B
Het beleid van Keynes houdt geen rekening met het mogelijke ‘creative destruction’ effect.
C
Keynes onderschat het multipliereffect van investeringen
D
Het beleid kan op korte termijn wel effectief zijn in het vergroten van de werkgelegenheid, maar zal op lange termijn alleen leiden tot inflatie.

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

1776 - 1870
1850-1970
1860 - begin 20e eeuw
1936-1948
1710-1756
1948-heden
1970-heden
Historische school
Fysiocraten
Keynesianen
Monetaristen
Oostenrijkers en de
Neo-Klassieken
Neo-klassiek/Keyn-esiaanse Synthese
Klassieken

Slide 34 - Drag question

Slide 35 - Slide