EHBO-quiz

Eerste hulp verlenen
1 / 33
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Eerste hulp verlenen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

hulp?
A
1-2-3-4
B
3-2-4-1
C
4-3-1-2
D
2-3-4-1

Slide 2 - Quiz

Het goede antwoord is B. Zorg altijd eerst voor veiligheid! Kijk dan naar het slachtoffer: wat is het probleem? (Luisteren, kijken, voelen, ruiken). Bel dan zelf 112 of laat iemand die bij je staat naar 112 bellen. Luister dan wat je moet doen, zet de telefoon op luidspreker. Je mag het slachtoffer alleen verplaatsen als de situatie onveilig is!
Iemand is gewond en je bent in Frankrijk. Welk nummer moet je bellen?
A
119
B
999
C
211
D
112

Slide 3 - Quiz

In heel Europa kun je naar 112 bellen!
Kan je altijd 112 bellen?
A
Nee, ik moet beltegoed hebben.
B
Nee, ik moet een SIM-kaart hebben
C
Nee, ik moet beltegoed + een SIM-kaart hebben
D
Ja, ik kan ALTIJD 112 bellen (met batterij)

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Er is een ongeluk gebeurd. De airbags zijn niet open gegaan. Wat is goed?
A
Pas op, de airbags kunnen nog open gaan!
B
De airbags kunnen nu niet meer open gaan.

Slide 5 - Quiz

Pas op, de airbags kunnen altijd later nog bij een auto open gaan! Dit gebeurt niet altijd meteen tijdens het ongeluk.

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Een man is van zijn ladder afgevallen. Hij ligt met pijn en een beetje bloed op de grond. De ladder kan om gaan vallen. Wat doe je eerst?
A
112 bellen
B
Het bloed weg vegen
C
De ladder pakken en veilig weg zetten
D
bewustzijn controle

Slide 7 - Quiz

Als eerste moet je zorgen voor de veiligheid. De ladder is niet veilig en daarom moet je die eerst weg zetten. Anders kan deze op de man of op jou vallen tijdens het geven van de hulp. Kijk daarna of het nodig is om 112 te bellen. Als dat niet hoeft, dan verzorg je de man zelf.
Je gaat naar binnen bij jouw buurvrouw en zij ligt stil op de grond. Je schudt aan haar schouders, je roept maar ze reageert nergens op. Wat doe je als eerst?
A
Ademhaling controleren
B
112 (laten) bellen
C
Starten met reanimatie
D
Een kussen onder het hoofd leggen

Slide 8 - Quiz

Als iemand niet reageert, dan moet je meteen 112 (laten) bellen! Roep ook hard om hulp, zodat mensen je mogelijk horen en kunnen komen helpen. Controleer nu de ademhaling. Ademt ze niet, start dan zelf met de reanimatie. Dat zullen de mensen van 112 ook stap voor stap vertellen. 
Bewusteloosheid

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Een man ligt stil op de grond, hij is gevallen. Hij ligt op zijn buik en beweegt niet. Zijn hoofd en arm zijn kapot. Wat doe je als eerst?
A
Je kijkt of hij bewusteloos is (reageert hij op jou?)
B
Je draait de man op zijn rug.
C
Je verzorgt zijn hoofd en arm.
D
Je legt jouw jas onder zijn hoofd.

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Kijk naar het plaatje. Iemand ligt bewusteloos op de grond. Wat moet je doen?
A
op veilige afstand wachten en kijken
B
112 bellen
C
mijn handen wassen met zeep
D
de persoon naar binnen tillen/verplaatsen

Slide 11 - Quiz

Je ziet dat iemand niet reageert en je ziet dat het een ongeluk is. Dan moet je meteen 112 bellen! Verplaatsen mag niet, de situatie is niet onveilig want de auto staat stil. Je hebt geen tijd om je handen te wassen en je moet meteen helpen/iets doen, dus wachten en kijken heeft ook geen zin.
Wanneer leg je een bewusteloze persoon in stabiele zijligging?
A
Bij dreigend braken
B
Bij bloed in de keel
C
Als je het slachtoffer alleen moet laten
D
Alle drie de antwoorden zijn goed

Slide 12 - Quiz

Als iemand bewusteloos is, is het belangrijk dat diegene weer "wakker" wordt en ook dat diegene blijft ademen. Je moet altijd zelf rustig blijven. Als je 112 hebt gebeld, dan helpt de assistent/dokter jou, hij/zij zegt precies wat je moet doen. Als er iets verandert, bijvoorbeeld de persoon stopt met ademen, dan moet je dat meteen zeggen!

Slide 13 - Video

This item has no instructions

Huidwond

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Hoe werkt de huid?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions


A
4-3-2-1
B
3-4-1-2
C
3-4-2-1
D
2-4-3-1

Slide 16 - Quiz

Let erop dat je het schoon spoelt met lauw water, niet ijskoud water.
Mark is met de fiets gevallen op de grond. Hij heeft een schaafwond. Wat moet je eerst doen?
A
een pleister op de wond plakken
B
De wond onder lauw stromend water houden
C
Jodium/dettol/... erop doen
D
Een verband er omheen

Slide 17 - Quiz

Altijd eerst de wond schoon spoelen. Daarna maak je de omgeving van de wond voorzichtig droog en als het nodig is, dan kan er een verbande op met een gaas eronder zodat het niet vast plakt. Het is beter om de wond aan de lucht te laten drogen. Let erop dat je werkt met handschoenen i.v.m. infecties.
Een snelverband uitleggen

Slide 18 - Slide

Demonstreren hoe je een verband aanlegt. Leerlingen ook samen laten oefenen. 
Een drukverband uitleggen

Slide 19 - Slide

Demonstreren hoe je een drukverband aanlegt en oefenen met de leerlingen.
Bloeding

Slide 20 - Slide

This item has no instructions


A
6-1-4-3-5-2
B
6-1-3-4-5-2
C
1-4-6-3-5-2
D
6-1-4-5-2-3

Slide 21 - Quiz

De basis is altijd hetzelfde: veiligheid, slachtoffer beoordelen en 112 bellen. Dan drukt het slachtoffer eerst zelf de wond dicht. Jij moet handschoenen aandoen i.v.m. kans op infecties. Daarna duw jij de wond dicht. Laat iemand op de grond liggen zodat hij/zij niet flauw kan vallen.
Brandwond

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Karin heeft haar hand verbrand aan een stuk brandend hout. Wat voor brandwond is dit?
A
eerste graads brandwond
B
tweede graads brandwond
C
derde graads brandwond
D
vierde graad brandwond

Slide 23 - Quiz

  • eerste graads = rode, pijnlijke huid. 
  • tweede graads = rode, erg pijnlijke huid met blaren.
  • derde graads = wit/beige/bruine huid, beetje leerachtig.  Weinig pijn. 
  • vierde graads = dit komt zelden voor, dit is verkoling van de huid. De huid is dan echt weg.
  • Je koelt de huid met lauw water!
Wat is NIET WAAR over brandwonden?
A
Je moet 10-20 minuten koelen met lauw water.
B
Een plastic zakje op de wond helpt voor de pijn
C
Je moet de sieraden afdoen als dat kan
D
Je moet 10-20 minuten koelen met ijs.

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Iets kneuzen of breken

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Kijk naar het plaatje. Wat is er met haar pols? Ga met elkaar in gesprek. 

Slide 26 - Slide

Haar pols is waarschijnlijk gekneusd of gebroken. Bel naar de huisarts en maak een afspraak om zo snel mogelijk langs te komen. 
Ben is gevallen in de tuin. Hij kan niet opstaan en zijn been ziet er raar uit (de verkeerde kant op). Wat zal het zijn?
A
Gebroken
B
Gekneusd
C
Geschaafd (kapotte huid)
D
Een bloeding (bloed van binnen)

Slide 27 - Quiz

Als iets een verkeerde kant op staat en iemand kan het niet bewegen of er op leunen, dan is het vaak gebroken. Beweeg iemand niet! Bel eerst naar de huisarts/huisartsenpost en vraag wat je moet doen.
Wat moet je NIET DOEN als een voet misschien gekneusd of gebroken is?
A
De pijnlijke voet van de ander bewegen
B
Koelen met ijs (met een doek er tussen)
C
De schoen aan de voet laten zitten (niet uit doen!)
D
Zelf proberen om de voet te bewegen

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Verslikking

Slide 29 - Slide

This item has no instructions


A
4-3-1-2
B
4-1-2-3
C
4-2-3-1
D
1-2-3-4

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Mohammad verslikt zich in een nootje. Zijn vriend probeert hem te laten hoesten, maar dat lukt niet. Wat doe je dan?
A
112 bellen
B
5 stoten op de rug geven
C
5 buikstoten geven
D
water laten drinken

Slide 31 - Quiz

Als hoesten niet helpt, geef dan eerst 5 stoten (slaande beweging van onder naar boven tussen de schouderbladen) op de rug. Werkt dat ook niet, dan doe je buikstoten (ook wel bekend als de greep van Heimlich). Als het dan nog steeds niet werkt, dan moet je meteen 112 bellen. 
Uitleg rugstoten

Slide 32 - Slide

De rugstoten worden voorgedaan in de klas.
Uitleg buikstoten

Slide 33 - Slide

De buikstoten worden voorgedaan in de klas.