Werkfiche 02: Boodschappen met € 20

Boodschappen met € 20

Afronden, promo's en je wisselgeld nakijken

VAK Rekenen (ASV, functionele rekenvaardigheid)

FASE observatiefase, opleidingsfase

DUUR 50 minuten

WERKFICHE 02 · REKENEN

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenen

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Introduction

Boodschappen doen met een budget: afronden, promo's doorzien, cash afronden op 5 cent en het kassaticket nakijken. BuSO OV3, rekenen.

Instructions

Worksheets

Items in this lesson

Boodschappen met € 20

Afronden, promo's en je wisselgeld nakijken

VAK Rekenen (ASV, functionele rekenvaardigheid)

FASE observatiefase, opleidingsfase

DUUR 50 minuten

WERKFICHE 02 · REKENEN

Conceptles voor BuSO opleidingsvorm 3. Ontwikkelingsdoelen ASV, rubriek functionele rekenvaardigheid (geld, schatten, afronden), met een link naar burgerzin (verstandig omgaan met geld).

Nodig: reclamefolders van een paar supermarkten, speelgeld of echte muntstukken en briefjes, eventueel een rekenmachine voor wie dat nodig heeft.

Hetzelfde kassaticket komt terug in stap 5 en in de check. Druk het af, dan kunnen leerlingen erop schrijven. Image credit: Simon Shek / Flickr, CC BY 2.0

WERKFICHE 02 · REKENEN

LESDOEL

Na deze les kan ik ...

uitrekenen of mijn geld genoeg is voor mijn boodschappen.

Wie alleen gaat wonen of een job heeft, doet zelf boodschappen. Dan wil je niet aan de kassa staan met te weinig geld.

Vraag wie thuis al alleen boodschappen doet. Wat was de laatste keer het duurste product?

Waar let jij op in de winkel?

WERKFICHE 02 · REKENEN · OPSTART

Verwachte woorden: prijs, promo, merk, vervaldatum, gezond, lekker. Komt "prijs per kilo" niet op, dan hoeft dat nog niet: het komt later in de reeks.

WERKFICHE 02 · REKENEN

STAP 1 VAN 5

Maak een lijstje

Schrijf op wat je nodig hebt.

Kijk in de folder en zet bij elk product de prijs.

Koop wat op je lijstje staat. Zo blijf je binnen je budget.

Een lijstje is de eenvoudigste manier om impulsaankopen te vermijden. Laat leerlingen voorbeelden geven van dingen die ze kopen zonder dat ze het plannen (snoep aan de kassa, frisdrank).

WERKFICHE 02 · REKENEN

STAP 2 VAN 5

Rond af in je hoofd

€ 2,49 is ongeveer € 2,50.

€ 1,95 is ongeveer € 2.

Tel de afgeronde prijzen op. Zo weet je snel of je genoeg geld hebt.

TIP

Rond liever naar boven af. Dan heb je aan de kassa nooit te weinig.

Afronden naar boven is een veilige strategie voor wie met een vast budget werkt. Oefen mondeling met een paar prijzen uit de folder.

WERKFICHE 02 · REKENEN

STAP 3 VAN 5

Is die promo echt goedkoper?

2 + 1 gratis: je betaalt er 2, je krijgt er 3.

Tweede aan halve prijs: het tweede kost de helft.

Een promo is alleen voordelig als je het echt gebruikt.

DENK EVEN NA

Drie pakken yoghurt voor de prijs van twee? Goed, als je ze opeet voor de vervaldatum.

Reken samen een voorbeeld uit: een pak koekjes van € 1,80 bij 2 + 1 gratis. Je betaalt € 3,60 voor drie pakken, dat is € 1,20 per pak. Maar heb je er één nodig, dan geef je € 1,80 te veel uit.

WERKFICHE 02 · REKENEN

STAP 4 VAN 5

Aan de kassa

Betaal je cash? Dan rondt de kassa af op 5 cent.

€ 7,48 wordt € 7,50. € 7,42 wordt € 7,40.

Met je bankkaart betaal je het juiste bedrag.

In België moet de handelaar sinds december 2019 een contant totaalbedrag afronden op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 cent. Eindigt het op 1, 2, 6 of 7 cent, dan gaat het naar beneden. Eindigt het op 3, 4, 8 of 9 cent, dan gaat het naar boven. Met Bancontact of een andere kaart wordt niet afgerond. Image credit: Janitors / Flickr, CC BY 2.0

WERKFICHE 02 · REKENEN

STAP 5 VAN 5

SUPERMARKT

30/09/2026 10:42

  • - - - - - - - - - - - - - -

Melk 1 l

Volkorenbrood

Kaas jong

Appels 1 kg

Chocopasta

1,15

2,40

3,29

2,99

3,49

  • - - - - - - - - - - - - - -

TOTAAL

13,32

Cash

Afronding

Terug

20,00

-0,02

6,70

Kijk je kassaticket na

Totaal: € 13,32.

Je betaalt cash, dus de kassa rondt af: € 13,30.

Je geeft € 20. Je krijgt € 6,70 terug.

TEL NA

Klopt elke prijs? Klopt je wisselgeld? Tel na voor je weggaat.

Deel het kassaticket op papier uit. Laat leerlingen de vijf prijzen zelf optellen (1,15 + 2,40 + 3,29 + 2,99 + 3,49 = 13,32). Wie dat moeilijk vindt, telt eerst de afgeronde prijzen op (1 + 2,50 + 3,50 + 3 + 3,50 = 13,50) en ziet dat het klopt. 13,32 eindigt op 2 cent, dus afronden naar beneden: 13,30. Terug van 20 euro: 6,70.

Een fles water kost € 1,98. Hoeveel is dat ongeveer?

WERKFICHE 02 · REKENEN · CHECK

A

€ 1

B

€ 1,50

C

€ 2

D

€ 3

Goed: € 2. Wie € 1 kiest, kijkt alleen naar het getal voor de komma.

Sleep elke prijs naar het afgeronde bedrag.

WERKFICHE 02 · REKENEN · CHECK

ongeveer € 1

ongeveer € 2,50

ongeveer € 3

ongeveer € 5

€ 4,95

€ 0,98

€ 3,02

€ 2,49

€ 0,98 is ongeveer € 1, € 2,49 ongeveer € 2,50, € 3,02 ongeveer € 3, € 4,95 ongeveer € 5. Wie € 4,95 bij € 3 legt, rondt af door de cijfers na de komma weg te laten.

Je betaalt € 20 cash. Het totaal is € 13,32. Hoeveel krijg je terug?

WERKFICHE 02 · REKENEN · CHECK

Goed: € 6,70 (13,32 wordt cash afgerond naar 13,30). Verwacht fout antwoord: € 6,68, zonder afronding. Dat is het juiste bedrag als je met je bankkaart betaalt, maar dan krijg je niets terug.

WERKFICHE 02 · REKENEN

AAN DE SLAG

Ontbijt voor vier met € 15

1

Neem een folder van een supermarkt.

2

Kies wat je nodig hebt voor een ontbijt voor vier.

3

Schrijf elke prijs op en rond af.

4

Tel op. Blijf je onder € 15?

15

minute

00

second

IN DUO

Namenkiezer: druk op het rad om te bepalen wie bij de nabespreking toelicht. Werk met echte reclamefolders. Differentieer: zwakkere rekenaars krijgen een budget van € 10 en een lijst met vier vaste producten, sterkere rekenaars moeten ook een promo gebruiken en zeggen of die voordelig is. Nabespreking: welk duo had het meeste over, en hoe?

Afronden in je hoofd: hoe goed lukt het jou?

WERKFICHE 02 · REKENEN · EXIT

1

Goed, ik kan het alleen

2

Een beetje, met hulp

3

Nog niet, ik wil meer oefenen

Gebruik de uitslag om groepjes te maken voor de volgende les: wie nog niet kan afronden, oefent met muntstukken en een prijzenlijst.

WERKFICHE 02 · REKENEN

WOORDEN

Woorden van deze les

budget

het geld dat je mag uitgeven

afronden

een prijs maken die makkelijk te tellen is

promo

een actie waardoor iets goedkoper lijkt

kassaticket

het papiertje met alles wat je kocht

wisselgeld

het geld dat je terugkrijgt

bankkaart

de kaart waarmee je betaalt met je rekening

This item has no instructions