Ramadan

1 / 40
next
Slide 1: Slide
Voortgezet speciaal onderwijs

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Je hebt de tekst nog niet gelezen. Zijn de volgende vragen waar of niet waar volgens jou?

Slide 2 - Slide

De ramadan begint ieder jaar op dezelfde datum.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz

Ook kinderen moeten vasten tijdens de ramadan.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

Het feest na de ramadan heet het Suikerfeest.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Tijdens de ramadan vasten moslims tussen zonsondergang en zonsopgang.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Vasten is niet alleen bij de islam onderdeel van het geloof.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Tijd voor de ramadan 
  • 1. De islamitische kalender
  • 2. Verlichting
  • 3. uitzonderingen 
  • 4 suikerfeest 

Slide 8 - Slide

Tijd voor de ramadan 
Ramadan is de negende maand van de islamitische kalender. Het is de vastenmaand voor moslims. Moslims mogen dan tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten en drinken. De ramadan begint dit jaar op dinsdag 13 april. Waarschijnlijk, want wanneer de ramadan precies begint, hangt af van de stand van de maan.

Slide 9 - Slide

1. In de inleiding staat dat de ramadan waarschijnlijk op dinsdag 13 april begint. In welk stukje wordt uitgelegd waarom dit nog niet helemaal zeker is?
In het stukje met het kopje:

A
De islamitische kalender
B
Verplichting
C
Uitzonderingen
D
Suikerfeest

Slide 10 - Quiz

De Islamitische kalender 

De
islamitische kalender is gebaseerd op de maan in plaats van op de zon, zoals de
westerse kalender. Een jaar duurt in de islamitische kalender elf dagen korter
en daardoor vallen de maanden steeds vroeger in de seizoenen. De ramadanmaand
begint als het eerste streepje van de maan in die maand zichtbaar is. Dit kan
per land verschillen, bijvoorbeeld vanwege een bewolkte hemel. Tussen
zonsopgang en zonsondergang wordt er gevast. De ramadan valt dit jaar dus in het
voorjaar. Een paar jaar geleden was het nog midden in de zomer. Dan is het
vasten een beproeving, want hoe langer het licht is tijdens de ramadan, hoe langer
het vasten duurt.  Met name als het overdag heel warm is, is het zwaar om
niet te mogen drinken. 

Slide 11 - Slide

2. Wat betekent de beproeving in regel 11?
A
een ernstige situatie
B
een nare gebeurtenis
C
een simpele oplossing
D
een zware test

Slide 12 - Quiz

Verplichting
Het vasten tijdens de
ramadan is een van de verplichtingen van de islam. Net als de bedevaart naar
Mekka. Ramadan is een heilige maand voor moslims. Het was namelijk in de maand ramadan
dat de profeet Mohammed voor het eerst een boodschap van Allah (God) kreeg. De koran
werd aan Mohammed geopenbaard. Er zitten drie belangrijke ideeën achter de
ramadan. Ten eerste is de ramadan een dankbetuiging aan Allah voor de Koran.
Daarom wordt er veel gebeden tijdens de ramadan. Ten tweede denken mensen na
over hun zonden. Het is een tijd van bezinning. Ten derde is de ramadan een
periode om de solidariteit binnen de gemeenschap te vergroten. Moslims proberen
tijdens de vastenmaand extra behulpzaam en vriendelijk te zijn voor anderen.

Slide 13 - Slide

3. In r. 14 staat: Het vasten tijdens de ramadan is een van de verplichtingen van de islam. Net als de bedevaart naar Mekka. Met welke signaalwoorden zou je dit in één zin kunnen zeggen? Er zijn twee antwoorden goed.
A
bijvoorbeeld
B
in tegenstelling tot
C
niet alleen...maar ook
D
zowel...als

Slide 14 - Quiz

4. In r. 19 staat dat: Het is een tijd van bezinning. Wat betekent de bezinning?
A
het helpen
B
het nadenken
C
het ontdekken
D
het schrijven

Slide 15 - Quiz

Uitzonderingen 
Volgens de regels van het geloof moet iedereen die dat kan, aan de ramadan deelnemen. Maar er zijn uitzonderingen. Kinderen hoeven nog niet te vasten. Ook voor mensen die oud, ziek, zwanger of op reis zijn, geldt dat ze het later mogen inhalen of een offer moeten brengen. De mensen die wel vasten, mogen niet eten en drinken tot de zon onder is. Dan is het tijd voor de Iftar, Arabisch voor maaltijd. Als eerste nemen ze een dadel en een glas water of melk en wordt er kort gebeden.
Vasten hoort overigens niet alleen bij de islam. Ook in andere religies is vasten een onderdeel van het geloof. Bijvoorbeeld in het jodendom tijdens Jom Kipoer. Religieuze joden vasten dan één dag. Ook bij het boeddhisme en in het christendom speelt vasten een rol.

Slide 16 - Slide

5. Lees r. 22-24. Wat geldt er voor mensen die niet kunnen of hoeven te vasten? Er zijn twee antwoorden goed.
A
Ze moeten een offer brengen.
B
Ze moeten het vasten later inhalen.
C
Ze moeten vaker bidden.
D
Ze moeten vasten als de zon onder is.

Slide 17 - Quiz

Suikerfeest 
De ramadan eindigt als het weer helemaal volle maan is. Direct na het einde van de ramadan wordt Eid el-Fitr gevierd, oftewel het Suikerfeest. Het heet zo, omdat er dan veel zoete dingen worden gegeten. Het feest duurt drie dagen. De meeste moslims brengen deze dagen door met familie en vrienden. Veel mensen dragen hun mooiste kleding. Ze geven elkaar cadeaus; vaak is dat kleding of geld. Er bestaat ook een speciale aalmoes (Zakat El-Fitr). Zakat is het Arabisch woord voor aalmoes. Deze aalmoes is verplicht in de islam. Het is een dank aan God voor het kunnen vasten en om ervoor te zorgen dat de armen ook genoeg te eten hebben tijdens de feestdagen.
Dit jaar zal het Suikerfeest waarschijnlijk anders verlopen dan anders, vanwege de coronamaatregelen

Slide 18 - Slide

6. Kijk in het stukje Suikerfeest. Wat staat er vooral in dit stukje?
A
waarom veel mensen Suikerfeest vieren
B
wat er dit jaar anders is bij het Suikerfeest
C
wat het Suikerfeest allemaal inhoudt
D
welke cadeaus ze elkaar geven met het Suikerfeest

Slide 19 - Quiz

8. Wat kun je afleiden uit de laatste zin van de tekst?
Door de maatregelen …

A
kunnen er minder zoete dingen gegeten worden.
B
kunnen mensen elkaar geen cadeaus geven.
C
kunnen mensen er niet voor zorgen dat armen ook genoeg te eten hebben.
D
kunnen mensen het feest niet met veel vrienden en familie samen vieren.

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

Vasten is een beproeving, want hoe langer het licht is tijdens de ramadan, hoe langer het vasten duurt. Het niet eten en drinken voor langere tijd valt dan beslist niet mee.

Wat betekent de beproeving?
A
een zware test (lichamelijk of geestelijk)
B
een eenvoudige oplossing
C
een onprettige gebeurtenis
D
een onverwachte situatie

Slide 22 - Quiz

Met name als het overdag heel warm is, is het zwaar om niet te mogen drinken. Juist dan is het vasten extra zwaar.

Wat betekent met name?
A
tenslotte
B
misschien
C
af en toe
D
vooral

Slide 23 - Quiz

Het vasten tijdens de ramadan is een van de verplichtingen van de islam. Het hoort erbij en het wordt van je verwacht.

Wat betekent de verplichting?
A
iets wat je moet doen
B
iets wat je kunt zien
C
iets wat je te wachten staat
D
iets wat je hebt beloofd

Slide 24 - Quiz

De bedevaart naar Mekka is ook iets wat van moslims wordt verwacht. Het maken van deze tocht hoort bij hun geloof.

Wat betekent de bedevaart?
A
de reis naar een heilige plaats
B
de vakantie naar een zonnig eiland
C
de speurtocht in een bos
D
de rondleiding in een kerk

Slide 25 - Quiz

De Koran werd in de maand ramadan aan Mohammed geopenbaard. Hij hoorde toen de boodschap van Allah (God).

Wat betekent openbaren?
A
opsporen
B
aanhoren
C
beschermen
D
bekendmaken

Slide 26 - Quiz

De ramadan is een dankbetuiging aan Allah voor de Koran. Moslims eren hiermee Allah.

Wat betekent de dankbetuiging?
A
de oproep tot dankbaarheid
B
een teken van dankbaarheid
C
de behoefte aan dankbaarheid
D
het gebrek aan dankbaarheid

Slide 27 - Quiz

De ramadan is een tijd van bezinning. Moslims staan dan stil bij hun doen en laten en hun zonden.

Wat betekent de bezinning?
A
het ontdekken
B
het nadenken
C
het volgen
D
het vervoeren

Slide 28 - Quiz

Ook in sommige andere religies is vasten een onderdeel van het geloof.

Wat betekent de religie?
A
de vereniging
B
de familie
C
de godsdienst
D
de partij

Slide 29 - Quiz

Direct na het einde van de ramadan wordt Eid el-Fitr gevierd, oftewel het Suikerfeest. Het feest heet zo omdat er dan veel zoete dingen worden gegeten. Het zijn dus twee verschillenden namen voor hetzelfde feest.
Wat betekent oftewel?
A
zeker
B
anders gezegd
C
in elk geval
D
natuurlijk

Slide 30 - Quiz

Dit jaar zal het Suikerfeest waarschijnlijk anders verlopen dan anders, vanwege de coronamaatregelen. Families mogen niet bij elkaar op bezoek gaan bijvoorbeeld.

Wat betekent verlopen?
A
verklaren
B
nemen
C
doen
D
gaan

Slide 31 - Quiz

Welk woord past het beste op de open plek in de zin?

De actrice was blij verrast en sprak een … uit bij het ontvangen van de prijs.
A
dankbetuiging
B
bezinning
C
verplichting
D
beproeving

Slide 32 - Quiz


De man maakte op Instragram zijn verhaal bekend.
Hoe kun je deze zin ook zeggen?
A
Hij voelde de verplichting zijn verhaal te vertellen.
B
Zijn verhaal was een dankbetuiging.
C
Hij vond dat het verhaal goed verlopen was.
D
Hij openbaarde zijn verhaal.

Slide 33 - Quiz

Maak de zin af.

Het loskrijgen van het containerschip dat was vastgelopen in het Suezkanaal was een ware ...
A
beproeving.
B
bezinning.
C
bedevaart.
D
verplichting.

Slide 34 - Quiz

Op de verjaardag vertelde mijn oom enthousiast over zijn bedevaart.
Welke woorden horen bij de bedevaart?
A
de test – de opdracht – zwaar
B
de reis – de godsdienst – de heilige plaats
C
het teken – het applaus – de dankbaarheid
D
de taak – de opdracht - verplicht

Slide 35 - Quiz

Op de website van basisschool De Pionier staat: Bewegen tijdens de les is goed, met name als we oefenstof willen herhalen en automatiseren.
Wat wordt er gezegd over het herhalen en automatiseren van de oefenstof?
A
Bewegen is daar misschien goed bij
B
Bewegen is daar juist goed bij.
C
Bewegen moet je na de les doen.
D
Bewegen moet je dan zeker niet doen.

Slide 36 - Quiz

Stoppen voor een rood stoplicht is een verplichting.
Een vreemde hond aaien is een vrijwillige keuze.
Welke van de volgende uitspraken klopt met deze twee zinnen?
A
Ik mag zelf weten of ik stop voor het rode stoplicht, maar ik moet een vreemde hond aaien.
B
Ik moet stoppen voor het rode stoplicht, ik mag zelf weten of ik een vreemde hond aai.
C
Ik mag zelf weten of ik stop voor het rode stoplicht en of ik een vreemde hond aai.
D
Ik moet stoppen voor het rode stoplicht en een vreemde hond aaien.

Slide 37 - Quiz

In welke situatie is sprake van bezinning?
A
Na een drukke periode ging de YouTuber door zoals daarvoor.
B
De YouTuber maakte bekend dat ze ging trouwen.
C
De YouTuber kwam tijdens een reis tot rust en dacht veel na.
D
De YouTuber deed eindelijk wat er van haar verwacht werd.

Slide 38 - Quiz

Floor vraagt aan Stijn hoe de handbalwedstrijd is verlopen.
Floor wil weten …
A
of Stijn iets over de wedstijd bekend wil maken.
B
of Stijn over de handbalwedstrijd heeft nagedacht.
C
hoe de wedstijd is gegaan.
D
of de wedstrijd erg zwaar was.

Slide 39 - Quiz

Een bedevaart is een reis naar een heilige plaats. In het woord bedevaart is het woord bede en het woord vaart te ontdekken. Een vaart kan een tocht of reis zijn. Wat zou bede hier dan kunnen betekenen?
A
het geloof
B
de plaats
C
de opdracht
D
het gebed

Slide 40 - Quiz