05. Boekje 4 opbouwen

Welkom DP3

Je logt direct in op LessonUp voor de startactiviteit
1 / 48
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Welkom DP3

Je logt direct in op LessonUp voor de startactiviteit

Slide 1 - Slide

Waar denk je dat boekje 4 over zal gaan?

Slide 2 - Mind map

Welkom DP3
08:10 - 08:15
lesplanning bespreken
08:15-08:20
lesdoelen bespreken

08:20 - 08:55
Theorie boekje 4

klassikaal
08:55 - 09:25
Theorie keuken
mw. Wessels
09:25 - 09:35
huiswerk opgeven en vooruitblik 
welke opdrachten wel/niet
09:40 - 09:45
Check Out - einde van de les
Huiswerk boekje 4

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
  • je weet wat er komt kijken bij het opbouwen van een evenement
  • je weet wat een bestellijst is
  • je weet wat duurzaam eten is en hoe je dit doet
  • je weet wat een plattegrond is en hoe je deze moet lezen
  • je weet wat er met een routing wordt bedoeld
  • je weet welke blusmiddelen er zijn en welke brandklassen er zijn 
  • je weet welke hulpdiensten er zijn
  • je weet war een AED is
  • je kent alle belangrijke begrippen/pictogrammen die bij beveiliging horen
  • je weet waarom noodverlichting belangrijk is

Slide 4 - Slide

Wat denk je dat je nodig hebt als een groot evenement gaat opbouwen?

Slide 5 - Open question

Theorie evenement opbouwen
Het hangt natuurlijk van het evenement af wat je allemaal moet opbouwen maar denk bijv. aan: 

(party)tenten
podium
tribunes
licht- en geluidsinstallaties
computers, laptops en beamers aansluiten
catering (terrasjes, restaurantjes, bars)
sanitair (toiletunits)
eerstehulppost

Slide 6 - Slide

Theorie evenement opbouwen
Bedenk wanneer je begint met opbouwen
Wie gaat jou erbij helpen?
Hoe ziet jouw locatie eruit en hoe heb je deze ingedeeld?
Als jij organisator bent van een evenement moet je alles goed in de gaten houden, je zult ook mensen moeten aansturen




Slide 7 - Slide

Theorie een bestellijst
Organiseer je een activiteit of een evenement? 
Dan heb je vaak allerlei materialen en middelen nodig. 
Maar ook eten en drinken. 
Al deze spullen moet je bestellen bij leveranciers.

Slide 8 - Slide

theorie Duurzaam eten
duurzaam eten!

hoe doe je dat nou?

Slide 9 - Slide

hoe eet je nou duurzaam?

1. eet minder vlees.
2. verspil zo min mogelijk voedsel.
3.eet op maat, niet te veel!
4. drink vooral kraanwater, thee of koffie.
5.  eet voldoende zuivel en kaas, maar niet meer dan nodig!
6. kies seizoen producten en kijk naar herkomst!
kies voor topkeurmerken! 

Slide 10 - Slide

waar komt het woord duurzaam vandaan?
A
Duurzaam betekent onder meer 'geproduceerd of verkregen'
B
zonne-energie
C
De term duurzaamheid komen van oorsprong uit de bosbouw en de visserijbio
D
van het Engelstalige concept sustainable development

Slide 11 - Quiz

waarom is duurzaam eten nodig?

A
het is gezonder
B
beter voor het milieu
C
anders word je veel zwaarder

Slide 12 - Quiz

wat is beter voor het milieu: onbewerkt eten of bewerkt eten?

A
bewerkt eten
B
onbewerkt eten
C
geen idee

Slide 13 - Quiz

het is goed om de grondstoffen zoveel mogelijk te gebruiken tijdens de verwerking van duurzaam eten!

A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quiz

meer dan 50% van de mensen eten duurzaam!

A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quiz

hoe kan jij helpen om duurzamer te eten?

Slide 16 - Mind map

wat zijn grondstoffen voor duurzaam eten?

Slide 17 - Open question

vooral kraanwater, thee en koffie drinken helpt!

A
waar
B
niet waar
C
geen idee

Slide 18 - Quiz

Theorie plattegrond maken

Slide 19 - Slide

Plattegrond

  • een plattegrond is veel kleiner dan de echte situatie
  • handig om iemand te zoeken of de weg te wijzen
  • te laten zien hoe een huis of gebouw eruitziet
  • de kortste route van punt A naar punt B te plannen
  • te tekenen hoe je een evenement of festivalterrein wilt inrichten

Slide 20 - Slide

Waar is een kaart of plattegrond voor bedoeld?
  • om de weg te vinden
  • om te zien wat er te doen is
Waar is een plattegrond voor bedoeld?
  • om de weg te vinden
  • om te zien wat er allemaal te doen is

Slide 21 - Slide

Kennen jullie nog meer plattegronden?

Slide 22 - Slide

Plattegrond
(wijst de weg)

Een tekening of kaart waarop je kunt zien waar alles ligt en hoe je ergens kunt komen. 

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Legenda 
Hierin worden alle kleuren en symbolen uitgelegd die op een kaart/plattegrond kunnen staan. 
Legenda

Slide 25 - Slide

Plattegrond
ls je een plattegrond bekijkt, zijn twee dingen belangrijk:


1.Wat betekenen de kleuren en tekens (symbolen) op de kaart?
De betekenis daarvan kun je vaak naast of onder de plattegrond terugvinden in de legenda.

2.Hoe groot is het terrein en hoe groot zijn de ruimten?

Slide 26 - Slide

Schaal
Omdat een kaart een gebied kleiner afbeeldt, zijn de afstanden tussen plaatsen ook verkleind. 
Je gebruikt de schaal van een kaart als je de werkelijke afstand tussen plaatsen wilt weten.
Vaak staat onder de plattegrond een getal (de schaal) waarmee je uitrekent hoe groot een ruimte of terrein is.
Bijvoorbeeld: 1 : 1.000 betekent dat 1 centimeter op de kaart in werkelijkheid 1.000 centimeter (10 meter) is.




Slide 27 - Slide

Stel dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 100.000 cm is.
Hoeveel meter is dit dan?
A
1000
B
10000
C
100
D
1

Slide 28 - Quiz

Stel dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 100.000 cm is.
Hoeveel kilometer is dit dan?
A
1000
B
100
C
10
D
1

Slide 29 - Quiz

Stel dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid 500.000 cm is.
Hoeveel meter is dit dan?

Slide 30 - Open question

Waarom is het belangrijk om een plattegrond te kunnen lezen?

Slide 31 - Open question

Wat is de legenda van een kaart?

Slide 32 - Open question

Wat is een plattegrond?
A
Een stukje grond dat plat gemaakt is
B
Grond waarin je kan planten
C
Een platte kaart met wegen, water enz.
D
Een soort grond zoals klei en modder

Slide 33 - Quiz

Wat is een legenda?
A
Een bekend iemand
B
Een boekje waarin de dagen staan
C
Een plattegrond
D
Een lijst waarop alle gebruikte symbolen worden uitgelegd

Slide 34 - Quiz

Routing
Routing is een ander woord voor bewegwijzering of route. 
Vaak wordt de routing in een gebouw aangegeven met bordjes en pijlen. 
Zo worden bijvoorbeeld de namen van de zalen, de toiletgebouwen, de receptie en het restaurant aangegeven. 
Of de route die je moet lopen als je niets wilt missen.

Slide 35 - Slide

Veiligheid in openbare gebouwen
  • vluchtroutes; een route waarlangs je moet vluchten als er een noodsituatie is
  • nooduitgangen (bij brand of voor ambulance)
  • ontruimingsplan (vluchtroutes, nooduitgangen en blusmiddelen)
  • pictogrammen

vluchtroute                              vluchtroute via trappen            nooduitgang

Slide 36 - Slide

Noodverlichting
  • aanwezig als de stroom uitvalt
  • geeft de vluchtroutes  en de plaats van de nooduitgang aan
  • ook als het donker is wijst de noodverlichting de weg

Slide 37 - Slide

Routing maken
  • wegbewijzering
  • de weg wijzen op een evenement 
  • lijnen op de vloer, bordjes, linten

Een goede bewegwijzering is:
  • helder
  • begrijpelijk
  • opvallend
  • leesbaar
  • gezet op alle beslispunten (kruispunten, splitsingen)
  • voorzien van grote letters of pictogrammen

Slide 38 - Slide

Veiligheid in openbare gebouwen
  • vluchtroutes; een route waarlangs je moet vluchten als er een noodsituatie is
  • nooduitgangen (bij brand of voor ambulance)
  • ontruimingsplan (vluchtroutes, nooduitgangen en blusmiddelen)
  • pictogrammen

vluchtroute                              vluchtroute via trappen            nooduitgang

Slide 39 - Slide

AED-apparaat
  • hangt in de meeste openbare ruimtes
  • je kunt hier iemand die een hartaanval krijgt mee helpen
  • het apparaat vertelt je wat je moet doen om het slachtoffer te helpen

Slide 40 - Slide

Noodverlichting
  • aanwezig als de stroom uitvalt
  • geeft de vluchtroutes  en de plaats van de nooduitgang aan
  • ook als het donker is wijst de noodverlichting de weg

Slide 41 - Slide

Blusmiddelen
  • poederblussers; gebruik je bij een kleine brand
  • brandslang; gebruik je bij een grotere brand
  • blusdekens; gebruik je als iemand in brand staat of vlam in de pan te doven

Slide 42 - Slide

Brandklassen
  • brand kan in verschillende brandklassen worden ingedeeld
  • brandklasse is een groep van branden die op elkaar lijken; wordt geordend op basis van de brandende stof -> de brandweer stemt het blusmiddel af op de brandklasse

  • klasse A: blusmiddel moet geschikt zijn voor het blussen van vaste stoffen (hout,papier, textiel enz)
  • klasse B: blusmiddel moet geschikt zijn voor het blussen van vloeistoffen en vloeibaar wordenden stoffen (olie, benzine, vetten enz)
  • klasse C: blusmiddel moet geschikt zijn voor het blussen van gassen (butaan, propaan en aardgas)
  • klasse D: blusmiddel moet geschikt zijn voor het blussen van brandbare metalen (magnesium, natrium, kalium etc)
  • klasse E: betreft elektrische branden; je mag niet blussen met water of schuim. Wel blussen met CO2 of poeder
  • klasse F: blusmiddel moet geschikt zijn voor het blussen van zeer hete oliën en vetten 

Slide 43 - Slide

Hulpdiensten
  • BHV: bedrijfshulpverlener
  • Ehbo'er: eerste hulp bij ongelukken

  • 112 bellen voor:
  1. ambulance; vervoer naar het ziekenhuis, levensreddend
  2. brandweer; bestrijding van brand, hulp bij beknellingen
  3. politie; regelen van verkeer en eerste hulp
  4. reddingsbrigade; redden van slachtoffers en eerste hulphandelingen

Slide 44 - Slide

Beveiliging
  • risicoanalyse; deze maak je voordat je een activiteit begint: je schrijft op wat de risico's zijn en wat er fout kan gaan (leeftijd-hoeveelheid mensen-weersinvloeden)
  • beveiligingsplan; hierin schrijf je de knelpunten voor vluchtroutes, blusapparatuur en ehbo, wat zijn de veiligheidsrisico's en je geeft oplossingen aan
  • beveiligers; om te surveilleren (kijken en controleren), fouilleren (bij de ingang) -ingangscontrole of toegangscontrole
  • veiligheidszorg; je draagt zorg voor de veiligheid van de bezoekers

  • crowds : grote groep mensen
  • crowd control controleren/ in de gaten houden van een grote groep mensen (supporters)
  • crowd management: waar zitten de problemen in de groep, waar zijn knelpunten, hoe ga je om varen met de groep en hoe zorg je dat alles goed verloopt
  • compartimeren: je deelt de groep op in enkele groepen die aanwijzingen krijgen waar hun nooduitgang is (een stadion is ook opgebouwd uit compartimenten

Slide 45 - Slide

Nood- en hulpposten
Als je een activiteit organiseert moet je ook vaak een hulppost inrichten. Als dit nodig is dan staat het in je vergunning vermeld. Dit noem je ook wel eerstehulppost of een noodhulppost.

Eisen eerstehulppost:
  • herkenbaarheid (geel vest met hulpverlener of ehbo) en zichtbaar door pictogram
  • bemensing: minimaal 2 hulpverleners met een geldig ehbo diploma
  • bereikbaarheid: gemakkelijk bereikbaar voor hulpdiensten (vaak aan het begin van het terrein)
  • post: brancard toegankelijk, vlakke vloer, goede verlichting, elektriciteitsaansluiting, watervoorziening, sanitaire voorziening (wc en douche), goede geluidsisolatie en privacy voor patiënten
This video is no longer available
Welke video was dit?

Slide 46 - Slide

Pictogrammen voor veiligheid en milieu
vluchtroute                                      nooduitgang via trap                                        aed                                                              brandbare stoffen
bedrijfshulpverlening
blusdeken
brandhaspel
poederblusser

Slide 47 - Slide

Lesdoelen behaald?
  • je weet wat er komt kijken bij het opbouwen van een evenement
  • je weet wat een bestellijst is
  • je weet wat duurzaam eten is en hoe je dit doet
  • je weet wat een plattegrond is en hoe je deze moet lezen
  • je weet wat er met een routing wordt bedoeld
  • je weet welke blusmiddelen er zijn en welke brandklassen er zijn 
  • je weet welke hulpdiensten er zijn
  • je weet war een AED is
  • je kent alle belangrijke begrippen/pictogrammen die bij beveiliging horen
  • je weet waarom noodverlichting belangrijk is

Slide 48 - Slide