V4 Communicatie 5: tekststructuren


Welkom 
v4!
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson


Welkom 
v4!

Slide 1 - Slide

Gelukkig nieuwjaar!

2026

Slide 2 - Slide

Programma
  1. 10 minuten lezen
  2. Opdrachten maken en nakijken
  3. Communicatie 5: tekststructuren
  4. Afsluiting en vooruitblik

Slide 3 - Slide

10 minuten lezen

Slide 4 - Slide

Antwoorden H4  Een avond in de Arena met de meester van
de deadlinejournalistiek (blz 44)

10 Inleiding: beschrijft de start van de wedstrijd.
Kern: beschrijft het verloop van de wedstrijd
Slot: schrijft de afloop van de wedstrijd.

11 a Het onderwerp wordt geïntroduceerd met een voorbeeld
 b Als eerste wil je weten hoe de wedstrijd afloopt. Daarnaast wil je weten hoe Willem Vissers zo
snel een stuk schrijft.


Slide 5 - Slide

Antwoorden H4
12 Ja, want je komt erachter wat de eindstand van de wedstrijd is en hoe Willem Vissers te werk
gaat.

13 Deadlinejournalistiek is een journalistieke tekst schrijven in een heel korte tijd, vlak voor de
deadline.

14 Opmerkelijk is dat hij in zeer korte tijd niet alleen een goed wedstrijdverslag kan schrijven, maar daarin ook de wedstrijd kan analyseren en zijn verslag en analyse bloemrijk opschrijft.

Slide 6 - Slide

Aan het werk
  • Lees nog eens blz 60 en 61 van je tekstboek.
  • Maak opdr 2, 3 en 5 van Communicatie H4. Je mag zachtjes overleggen met je buur. 
  • Ben je klaar? Maak opdr 10 t/m 14 van je oefenboek (als dat nog niet af is).
  • Lees daarna vast in je tekstboek Communicatie H5 over tekststructuren.

Slide 7 - Slide

Aan het werk
  • Lees nog eens blz 60 en 61 van je tekstboek.
  • Maak opdr 10 t/m 14 van Communicatie H4. Je mag zachtjes overleggen met je buur. 
  • Lees daarna vast in je tekstboek Communicatie H5 over tekststructuren.

Slide 8 - Slide

Opdracht 2
a Drie van de volgende manieren: een voorbeeld geven, een samenvatting of conclusie geven, een vraag stellen, een mening geven, een probleemstelling geven, een oorzaakgevolgrelatie geven, een opvallende uitkomst geven, een anekdote vertellen, aanhaken op een actuele gebeurtenis, voordelen van verder lezen noemen
b Er wordt een voorbeeld gegeven.
c Er wordt een probleem geschetst.
d In de rest van de tekst wordt waarschijnlijk naar een oorzaak gezocht van het probleem en naar een manier om het op te lossen.

Slide 9 - Slide

Opdracht 3 en 5

3 Bijvoorbeeld: In de voorgaande tekst gaat het over het plezier van poëzie lezen. Waarschijnlijk worden daar ook voorbeelden van gedichten gegeven.

5 a Als een lezer een olifantenpaadje neemt door de tekst, dan leest hij een tekst niet helemaal, maar slaat hij stukken over.
b Elementen die je helpen zijn: titel, tussenkoppen, afbeeldingen, vetgedrukte of anders geaccentueerde woorden.
c Je weet als schrijver dan zeker dat de lezer in ieder geval de essentie van de tekst meekrijgt. De inleiding en het slot zal ook een lezer die stukken overslaat meestal wel lezen.

Slide 10 - Slide

Communicatie 5
Doel
Je oefent met het herkennen van tekststructuren.


Slide 11 - Slide

Vaste structuur

De meeste teksten hebben een:


-inleiding

- middenstuk (kern)

-slot


Ze hebben vaak een vaste structuur.

Slide 12 - Slide

Tekststructuren


Waarom?

Slide 13 - Slide

Structuur zorgt voor overzicht


  • Om teksten goed te kunnen begrijpen.
  • Om teksten snel samen te kunnen vatten.
  • Om zelf duidelijke teksten te schrijven.

Slide 14 - Slide

Tekststructuren

  • Argumentatiestructuur
  • Aspectenstructuur
  • Voor- en nadelenstructuur
  • Vraag-antwoordstructuur
  • Probleem-oplossingsstructuur
  • Verklaringsstructuur
  • Verleden-heden (toekomst) structuur

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Tekst 1
Welke tekststructuur herken je?

Slide 18 - Slide

Tekst 1
Welke tekststructuur herken je?
A
Probleem-oplossingstructuur
B
Aspectenstructuur
C
Verklaringstructuur
D
Voor-nadelenstructuur

Slide 19 - Quiz

Tekst 2
Welke tekststructuur herken je?

Slide 20 - Slide

Tekst 2
Welke tekststructuur herken je?
A
Probleem-oplossingstructuur
B
Aspectenstructuur
C
Verklaringstructuur
D
Voor-nadelenstructuur

Slide 21 - Quiz

Tekst 3
Welke tekststructuur herken je?

Slide 22 - Slide

Tekst 3
Welke tekststructuur herken je?
A
Probleem-oplossingstructuur
B
Aspectenstructuur
C
Verklaringstructuur
D
Voor-nadelenstructuur

Slide 23 - Quiz

Tekst 4 Welke tekststructuur herken je?

Slide 24 - Slide

Tekst 4
Welke tekststructuur herken je?
A
Probleem-oplossingstructuur
B
Aspectenstructuur
C
Verklaringstructuur
D
Voor-nadelenstructuur

Slide 25 - Quiz

Tekststructuur

  • Lees voor jezelf blz 62 en 63 van je hoofdboek nog een keer
  • Maak de opdrachten in de gedeelde Lessonup. Je hebt daar 15 minuten de tijd voor
  • Als je klaar bent, kun je nog even gaan lezen in je leesboek

Slide 26 - Slide

Wat zijn tekststructuren?
A
logische opeenvolgingen van functies
B
inleiding, middenstuk, slot
C
standpunt, argument
D
anekdote, uitleg, samenvatting

Slide 27 - Quiz

Wat is GEEN tekststructuur?
A
verleden-heden-toekomst
B
verklaring
C
doel-middel
D
probleem-oplossing

Slide 28 - Quiz

Welke tekststructuur past het beste bij een uiteenzetting?
A
aspecten
B
argumentatie
C
verklaring
D
probleem-oplossing

Slide 29 - Quiz

Welke tekststructuur past het beste bij een betoog?
A
voor- en nadelen
B
argumentatie
C
aspecten
D
verklaring

Slide 30 - Quiz

Welke tekststructuur past het beste bij een beschouwing?
A
voor- en nadelen
B
argumentatie
C
verleden-heden-toekomst
D
aspecten

Slide 31 - Quiz

Welke tekststructuur kun je bij een uiteenzetting EN bij een beschouwing gebruiken?
A
probleem-oplossing
B
verklaring
C
vraag-antwoord
D
argumentatie

Slide 32 - Quiz

Opdracht tekststructuren
  • Lees in een tweetal de zeven tekstjes.
  • Geef aan welk tekstje welke tekststructuur heeft. ​
  • Markeer ook aan welke woorden je hebt gezien welke tekststructuur het was! 
  • Jullie krijgen 15 minuten de tijd. 
  • HINT: er zijn 7 tekstjes en 7 tekststructuren. ​

Slide 33 - Slide

Opdracht tekststructuren
 Tekst 1: probleem/oplossing​
 Tekst 2: aspecten​
 Tekst 3: verklaring​
 Tekst 4: argumentatie​
 Tekst 5: vraag/antwoord​
 Tekst 6: voor/nadelen​
 Tekst 7: verleden/heden(/toekomst)

Slide 34 - Slide

Lesdoelcheck!
Welke tekststructuur is voor de hand liggend voor een betoog, een beschouwing en een uiteenzetting?

Slide 35 - Open question

Aan het werk
Deze les:
  • Lezen tekst op blz 48 van Tekstboek
  • Maken opdr. 6, 8 t/m 14 van blz 48 en 49 OEFENboek) 
  • Dit is huiswerk voor morgen

Slide 36 - Slide