Economie_ H5 Bedrijfseconomie_ 3havo

1 / 49
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Wat denk je: welke van onderstaande stellingen over bedrijfseconomie zijn juist?
Juist
Onjuist
Bij bedrijfseconomie kijk je niet alleen naar bedrijven maar ook naar consumenten.

Bij bedrijfseconomie houd je je bijna alleen maar bezig met het maken van berekeningen.
Bij bedrijfseconomie kijk je ook naar hoe je de welvaart in verschillende landen meet.
Het is handig om bedrijfseconomie te kiezen als je een economische vervolgopleiding wil doen of graag in het bedrijfsleven wil werken

Slide 4 - Drag question

Een nieuw vak!



Focus op het maken van
keuzes:
- Door consumenten
- Door bedrijven

Slide 5 - Slide

Wat denk je: van onderstaande onderwerpen worden allemaal behandeld bij bedrijfseconomie?
Zit er wel in
Zit er niet in
Marketing: de 4P's
Trouwen en scheiden
Inflatie: de prijsstijging van producten
Beleggen in aandelen
Globalisering
Personeelsbeleid: aannemen van nieuwe werknemers
Kosten die bedrijven maken
Kengetallen: beoordelen hoe goed bedrijven er voor staan

Slide 6 - Drag question

Welke keuzes maken consumenten?
- Studeren: Ga ik na de  middelbare school direct studeren of neem ik eerst een tussenjaar?
- Op jezelf wonen: Ga ik een huis kopen of juist huren?
- Geld verdienen: Ga ik in loondienst werken of start ik een eigen bedrijf?
- Samenwonen: Ga ik trouwen of niet?
- Erven / nalaten: Hoe verdeel ik mijn erfenis?
- Schenken: Welke mogelijkheden heb ik om geld aan vrienden of familie te geven?

Slide 7 - Slide

Welke keuzes maken bedrijven?
- Organisatiestructuur: Welke mensen laten we welke werkzaamheden uitvoeren?
- Marketing: Hoe zorgen we ervoor dat klanten ons bedrijf weten te vinden?
- Investeren en financieren: In wat voor nieuwe computers investeren we en hoe gaan we het geld hiervoor bij elkaar krijgen?
- Boekhouding: Hoe berekenen we onze winst?
- Financieel: Hoe zorgen we ervoor dat we ook in de toekomst als bedrijf kunnen blijven bestaan?

Slide 8 - Slide

Leerdoelen par. 5.1:
> Je kunt aangeven wat de functie van een balans is;
> Je kunt voorbeelden geven van vaste en vlottende activa;
> Je kunt voorbeelden geven van liquide activa;
> Je kunt de debetzijde van een balans opstellen.

Slide 9 - Slide

Wat heb je nodig om een bedrijf op te starten?

Slide 10 - Mind map

Lesdoel 
Je kunt aangeven wat de functie van een balans is

Slide 11 - Slide

Balans
Een balans is een overzicht van de bezittingen en schulden van een bedrijf

  • Activa (vlottend of vast) 
  • Passiva (vreemd of eigen vermogen)


Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Vlottende activa < 1 jaar
Voorbeelden van vlottende activa zijn:
  
  • Voorraad goederen = de producten die je verkoopt
  • Debiteuren = het bedrag dat je nog moet krijgen van je klanten


Slide 14 - Slide

Vaste activa >1 jaar
Voorbeelden van vaste activa zijn:

  • Bedrijfsgebouw
  • Bedrijfsauto
  • Machines.


Slide 15 - Slide

Liquide activa
Liquide middelen is het geld dat je als bedrijf hebt:

  • Het saldo op je lopende rekening
  • Het contante geld (kasgeld)

Dus het girale en chartale geld vormen samen de liquide activa

Slide 16 - Slide

Programma H3E
Herhaling via LessonUp (wat is de activa?)
3, 4 en 5 gezamenlijk
Creditkant (passiva)
Opdracht gezamenlijk
Ondernemingsvormen

Slide 17 - Slide

Balans

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Debiteuren behoren op de balans tot de ...
A
Eigen vermogen
B
Vreemd vermogen < 1 jaar
C
Bezittingen
D
Vreemd vermogen > 1jaar

Slide 20 - Quiz

Een balans is altijd in evenwicht?
A
Juist
B
Onjuist
C
Weet ik niet
D
Allebei is mogelijk

Slide 21 - Quiz

Wat staat aan de debetkant van de balans

A
Gebouw
B
eigen vermogen
C
banklening
D
crediteuren

Slide 22 - Quiz

Vaste activa.. benoem een aantal voorbeelden

Slide 23 - Open question

Vlottende activa.. benoem een aantal voorbeelden

Slide 24 - Open question

Liquide middelen...benoem een aantal voorbeelden

Slide 25 - Open question

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Antwoorden

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Noteer zoveel mogelijk ondernemingsvormen

Slide 33 - Open question

Welke ondernemingsvormen hebben aandelen?
A
eenmanszaak
B
eenmanszaak en VOF
C
BV
D
BV en NV

Slide 34 - Quiz

Van wie kan jij de aandelen kopen (op de beurs)?
A
BV
B
NV
C
Allebei
D
geen van beide

Slide 35 - Quiz

Ik krijg nog geld van klanten...
A
Debiteuren
B
Crediteuren

Slide 36 - Quiz

Ik moet klanten nog geld geven...
A
Debiteuren
B
Crediteuren

Slide 37 - Quiz

Een hypotheek (lening) valt onder
A
Eigen vermogen
B
Vaste activa
C
Vlottende activa
D
Lang vreemd vermogen

Slide 38 - Quiz

Crediteuren vallen onder
A
Eigen Vermogen
B
Kort vreemd vermogen
C
Lang vreemd vermogen
D
Vlottende activa

Slide 39 - Quiz

Debiteuren behoren op de balans tot de ...
A
Eigen vermogen
B
Vreemd vermogen < 1 jaar
C
Bezittingen
D
Vreemd vermogen > 1jaar

Slide 40 - Quiz

Een balans is altijd in evenwicht?
A
Juist
B
Onjuist
C
Weet ik niet
D
Allebei is mogelijk

Slide 41 - Quiz

Wat staat aan de debetkant van de balans

A
Gebouw
B
eigen vermogen
C
banklening
D
crediteuren

Slide 42 - Quiz

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Video

Slide 47 - Slide

15.A

Slide 48 - Slide

Slide 49 - Slide