M&A Week 3. (Les. 2): soorten activiteiten, activiteiten beoordelen en ontwikkelingsfase

1 / 29
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Onderwerpen: soorten activiteiten, activiteiten beoordelen en ontwikkelingsfase 

Slide 5 - Slide

Activerende werkvorm. 
  • Maak een kring.
  • Je fluistert een woord in het oor van een leerling en de leerlingen moeten dit woord doorvertellen tot de laatste leerling. ( maak een lijst vooraf) 
  • De laatste leerling zegt hardop wat hij of zij heeft gehoord.
  • Je zult merken dat het woord vaak niet goed wordt doorgegeven.
  • Zo activeer je het denken van de leerlingen en laat je zien waarom goede communicatie belangrijk is.
Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les:

R: Je weet welke soorten activiteiten er zijn.

T1:Je kunt activiteiten beoordelen met behulp van gegeven criteria.

T2: Je kunt voor een nieuwe situatie een passende activiteit kiezen bij een doelgroep.

I: Je kunt uitleggen waarom een bepaalde activiteit wel of niet geschikt is voor een specifieke doelgroep.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Leeftijden in fases
  • baby 0-1
  • dreumesen 1-2 jaar
  • peuters 2 - 4 jaar
  • kleuters 4 - 6 jaar
  • schoolkinderen 6 -12 jaar
  • pubers 12 -18 jaar

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Sociaal, educatief of creatief
Sociaal:
Activiteit waarbij je samenwerkt met andere

Educatief:
Activiteit waarbij je iets leert of waarbij je een vaardigheid ontwikkelt.

Creatief:
Activiteit waarbij je nieuwe dingen bedenkt en maakt.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Sociale ontwikkeling
Sociale ontwikkeling is de ontwikkeling in de omgang met andere mensen en hoe je met gevoel en emoties omgaat
Voorbeeld: 
  • Je kunt omgaan met boosheid
  • Je kunt begrip opbrengen voor anderen

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Geestelijke ontwikkeling
Ontwikkeling in denken, geheugen, taal en spraak
Voorbeelden: 
  • Praten
  • Lezen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Lichamelijke ontwikkeling
Ontwikkelingen van lichaam en motoriek
Voorbeelden: 
  • Groeispurt
  • Overgang

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Fijne en Grove motoriek
fijn = klein
grof = groot

kleine bewegingen zoals knippen = fijne motoriek
grote bewegingen zoals rennen = grove motoriek

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Objectief
Subjectief 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Oog-hand coördinatie
samenwerking van ogen en handen

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Competitie/competief
Competitie is het meten van krachten tussen verschillende partijen, veelal met de bedoeling om er allemaal beter van te worden

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Samenwerken
Met meerdere mensen werken aan een taak/opdracht om een bepaald doel te bereiken

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Wat stimuleert samenwerken?
  • Bewegen
  • Zelfstandigheid
  • Ontwikkeling
  • Ontmoeten
  • Ontdekken waar je goed in bent
  • Ontspanning

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Soorten activiteiten

Er zijn vier soorten activiteiten:
  1. Recreatieve activiteiten
  2. Educatieve activiteiten
  3. Sportieve activiteiten
  4. Sociale activiteiten




Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Verschillende doelgroepen
Homogene groepen: Groepen waarin mensen op elkaar lijken (bijv. dezelfde leeftijd of niveau).

Heterogene groepen: Groepen waarin mensen van elkaar verschillen (bijv. verschillende leeftijden of niveaus).

Verticale groepen: Groepen waarin meerdere leeftijden of niveaus door elkaar zitten.

Horizontale groepen: Groepen waarin één leeftijd of één niveau bij elkaar zit.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Kinderopvang

Kinderopvang is een verzamelterm voor verschillende mogelijkheden om
kinderen op te vangen als de kinderen niet naar school gaan of hun ouders niet
thuis zijn.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Verschillende vormen van
kinderopvang
Kinderdagverblijf, deze biedt opvang voor kinderen van nul tot vier jaar.

Peuterspeelzaal, deze is bedoeld voor kinderen tussen de twee en vier jaar.

Buitenschoolse opvang(BSO), deze biedt opvang aan kinderen van 4 t/m 12 jaar die naar school gaan. Kinderen kunnen voor ze ‘s morgens naar school gaan, in de middagpauze en na school naar de BSO.


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Een
buurthuis en wijkcentrum 

Een buurthuis of wijkcentrum is een activiteitencentrum van en voor
bewoners in de buurt. 


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

(Crisis)opvangcentra 

Soms hebben mensen tijdelijk of blijvend geen woonruimte. Daarvoor bestaan verschillende soorten opvang:


  • Crisisopvang: voor mensen in acute problemen (tijdelijk).
  • Vrouwenopvang: alleen voor vrouwen en hun kinderen.
  • Asielzoekerscentrum: voor mensen die uit hun land zijn gevlucht en op hun procedure wachten.
  • Dak- en thuislozenopvang: voor mensen zonder huis die niet thuis kunnen wonen.


Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Dagbesteding,
24-uurszorg 

Dagbesteding zijn activiteiten om de dag zinvol te besteden.
Het is voor mensen die door een beperking, ziekte of ouderdom niet kunnen werken of naar school gaan.

Soms kunnen zij ’s nachts niet alleen zijn. Dan is 24-uurs zorg nodig, zoals in een:
  • Verpleeghuis
  • Zorgcentrum

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Woonzorgcentrum

In een woonzorgcentrum woont iemand zelfstandig en huurt hulp/zorg in.
Bijvoorbeeld een schoonmaker of een verpleegkundige. 

Voordeel van deze manier
van wonen is dat je daar ook met je partner kunt wonen. 


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Gehandicaptenzorg 

In de gehandicaptenzorg worden mensen begeleid en verzorgd met een lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperking.

Op de volgende dia’s zie je voorbeelden. Weet jij welke beperking het is?

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
  • Gehandicaptenzorg
  • Woonzorgcentrum
  • Dagbesteding 
  • Crisis opvangcentra
  • Buurthuis
  • Wijkcentrum 
  • Homogene groep
  • Heterogene groep 
  • Verticale groep
  • Horizontale groep 
  • Competief 
  • Objectief
  • Subjectief 
  • Fijne motoriek 
  • Grovemotoriek 

Slide 27 - Slide

De begrippenlijst moet je goed uit je hooft weten. 
Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les:

R: Je weet welke soorten activiteiten er zijn.


T1:Je kunt activiteiten beoordelen met behulp van gegeven criteria.


T2: Je kunt voor een nieuwe situatie een passende activiteit kiezen bij een doelgroep.


I: Je kunt uitleggen waarom een bepaalde activiteit wel of niet geschikt is voor een specifieke doelgroep.




Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slot
Vragen?

Slide 29 - Slide

This item has no instructions