This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Report this lesson
Items in this lesson
BORD
V2a
Pak je
spullen:
Moham.
Nebi
Luay
Zonaira
Dina
Meghan
Martina
Nadia
Selma
Adam
Samuel
Kean
Lee-Mae
Quinn
Lana
Fiona
Lauren
Jeddah
Charlotte
Erdem
Joshua
Jurcelijna
Genna
Lola
Alice
Irini
Slide 1 - Slide
Vandaag:
Aan het einde van deze les...
... is alles van hoofdstuk 1 af.
... ken je het verschil tussen een zuivere stof en een mengsel.
... ken je het verschil tussen een stofeigenschap en een voorwerpeigenschap
Lezen 3.3 (10 min)
Herhaling vorige keer (10 min)
Werken aan opdrachten (20 min)
Uitleg en aantekening (15 min)
Slide 2 - Slide
Wk
Maandag
Woensdag
Vrijdag
39
3.1: Zuiver en mengsel
3.1: Dichtheid
40
Practicum 1
3.2: Veiligheid
3.3: Fase overgangen
41
3.3: Kookpunt & Fasediagram
Practicum 2 (en lijst check)
3.4: Mengen en Scheiden
42
43
Practicum 3
3.5: Molecuultheorie
3.6: Verklaren met moleculen
44
PO voor cijfer deel 1
(26 oktober)
PO voor cijfer deel 2
(28 oktober)
PO voor cijfer deel 3 (30 oktober)
45
Herhalen en samenvatten
Oefentoets
Oefentoets bespreken
46
TOETS H1 en H3
(9 november)
Slide 3 - Slide
Sleep de faseovergang naar het juiste nummer in de afbeelding
verdampen
stollen
rijpen
condenseren
vervluchtigen
smelten
Slide 4 - Drag question
In welke fase bevond het water zich toen het de tak raakte?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas
Slide 5 - Quiz
Op de afbeelding zie je de kringloop van water. Welke fase heeft het water bij nummer 1?
A
vloeibaar
B
vast
C
gas
Slide 6 - Quiz
Op de afbeelding zie je de kringloop van het water. Welke fase heeft het water bij nummer 5?
A
vloeibaar
B
vast
C
gas
Slide 7 - Quiz
Op de afbeelding zie je de kringloop van het water. In welke fase is het water bij nummer 2?
A
Vloeibare fase
B
Vaste fase
C
Gasfase
Slide 8 - Quiz
Waterdamp
Vloeibaar<div>water</div>
sneeuw <span>en ijs</span>
door verwarming
het kan stollen en verdampen
door
afkoeling onder nul
Slide 9 - Drag question
Bij welke fase bewegen de deeltjes het snelst?
A
Vast
B
Vloeistof
C
Gas
D
Ze bewegen altijd even snel
Slide 10 - Quiz
In welke fase hebben de moleculen de minste bewegingsvrijheid?
A
gasvormige fase
B
vaste fase
C
vloeibare fase
Slide 11 - Quiz
Lezen
Lees 3.3
timer
10:00
Klaar? Werk aan de opdrachten van het lijstje
Slide 12 - Slide
Werk aan de opdrachten van het aftekenlijstje
timer
1:00
Slide 13 - Slide
Werk zelfstandig aan de opdrachten.
Kom je ergens niet uit? Sla het even over.
Werk zelfstandig aan de opdrachten.
Kom je ergens niet uit? Steek je hand op.
Werk fluisterend samen met je buur.
Kom je ergens niet uit? Steek je hand op.
timer
1:00
timer
1:00
timer
1:00
Slide 14 - Slide
👀 Kijkvragen 🎥
Wat gebeurt er met de moleculen als de temperatuur hoger wordt?
Waardoor verandert de stof bij bepaalde temperaturen van fase?
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Video
Wat gebeurt er met de moleculen als de temperatuur hoger wordt?
Slide 17 - Mind map
Boven het kookpunt gasvormig.
Tussen het smelt-en kookpunt vloeibaar.
Onder het smeltpunt is de fase vast.
Slide 18 - Slide
Onder het smeltpunt is de fase vast.
Tussen het smelt-en kookpunt vloeibaar.
Boven het kookpunt gasvormig.
Slide 19 - Slide
Kookpunt is de temperatuur waarbij een stof van vloeibaar naar gas verandert of andersom.
Smeltpunt is de temperatuur waarbij een stof van vast naar vloeibaar verandert of andersom
Slide 20 - Slide
Wat gebeurt er op deeltjesniveau als water smelt bij het smeltpunt?
A
plaatje 1 wordt plaatje 2
B
plaatje 2 wordt plaatje 1
C
plaatje 2 wordt plaatje 3
D
plaatje 3 wordt plaatje 2
Slide 21 - Quiz
Het kookpunt van een stof ligt bij een lagere temperatuur dan het smeltpunt. Klopt dit?
A
ja
B
nee
C
Slide 22 - Quiz
Kwik heeft een smeltpunt van -39°C en een kookpunt van 357°C. Bij welke temperatuur is kwik een gas?
A
-40°C
B
-38°C
C
356°C
D
358°C
Slide 23 - Quiz
iPads weer opbergen
Slide 24 - Slide
Aantekening 3.3 (deel 2)
Kookpunt is de temperatuur waarbij een stof van vloeibaar naar gas verandert of andersom.
Smeltpunt is de temperatuur waarbij een stof van vast naar vloeibaar verandert of andersom
In een fasediagram zet je temperatuur op de y-as en de tijd op de x-as. De lijn laat het verloop van de temperatuur door de tijd zien. De horizontale stukken van de lijn zijn momenten van faseovergang.