hst 14 paragraaf 2 "hefbomen en zwaartekracht"

hst 14.2 "hefbomen en zwaartekracht"
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

hst 14.2 "hefbomen en zwaartekracht"

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Je kunt het massamiddelpunt in een balk bepalen.
  • Je kunt uitleggen wat het massamiddelpunt van een voorwerp is.
  • Je kunt de krachten en armen berekenen bij een hefboom in evenwicht, waarbij het massamiddelpunt niet boven het draaipunt ligt.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Zwaartepunt
Punt waar de zwaartekracht aangrijpt op een voorwerp.
Ook wel massamiddelpunt genoemd. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Het zwaartepunt
Ook wel het Massamiddelpunt

Slide 4 - Slide

Demo bezem
Zwaartekracht
Aangrijpingspunt
De zwaartekracht
werkt vanuit het zwaartepunt.

Het zwaartepunt is dus het aangrijpingspunt van de zwaartekracht.
Die vind je door de hulplijnen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Massamiddelpunt

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

De man weegt 70 kg. De afstand van A tot P is 1,4 m. De afstand van P tot Z is 0,75 m. Bereken hoe zwaar de houten balk is (in kg).

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 10 - Video

This item has no instructions

0

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Wat is de eenheid van moment?
A
Newton
B
meter
C
Newton.meter
D
Newton per meter

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Het moment van de spierkracht is
A
0,46 Nm
B
0,56 Nm
C
52 Nm
D
5,7 Nm

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

het moment van de kracht van 100 N is
A
60 Nm
B
60 N
C
60 m
D
0,0060 Nm

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Stappenplan hefboomregel en zwaartekracht

  • Zoek het draaipunt en noteer een stip.
  • Zoek beide krachten. Een kracht is de zwaartekracht.
  • Zoek beide armen. (afstanden tot het draaipunt) 
  • Pas de momentenwet toe.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

De spierkracht is  5 x kleiner, omdat de arm van de man 5 x groter is dan die van de zwaartekracht.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

De kracht in de kabel moet dus minimaal 0,32 kN zijn.
Gebruik de momentenwet om F1 uit te rekenen. Er is evenwicht dus geldt: 
                          M1 = M2
                     F1 x l1 = F2 x l2
                   F1 x 2.5 = 0,8 x 1

                   F1 = 0,8 : 2,5 = 0,32

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Controle van lesdoel
Bereken in de volgende dia de benodigde kracht van de hijskraan.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Gegeven         Fz = 2.5 kN
                          l1   = 1.1 m
                          Fs = ?
                          l2  = 2.9 m
Gevraagd       Fs in Kn
Oplossing        F1 x l1 = F2 x l2
                         2.5 x 1.1 = F2 x 2.9
                              2.75 = F2 x 2.9
                      2.75 : 2.9 = 0.95 kN

                            
Fs is dus    0.95 kn

Slide 21 - Slide

This item has no instructions