7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling

7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling
1 / 31
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Vandaag
-Terugblik a.d.h.v enkele vragen
-PO meerkoeten
-Uitleg 7.4

-7.4 verwerken: paragraaf lezen en maken opdracht 3 t/m 10

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Vandaag
-Toetsen (zelf) verder bekijken
-Klaar!?: Lees 7.4 en maak 3 t/m 10

-PO meerkoeten introductie (om 13.30)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet het proces waarbij de omgeving bepaalt welke individuen de meeste nakomelingen krijgen?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Met hulp van gidsfossielen kunnen wetenschappers aardlagen dateren. Welke fossielen zijn het best te gebruiken als gidsfossielen?
A
Een fossiel dat alleen in een bepaald gebied voorkomt.
B
Een fossiel dat wijdverspreid voorkomt.
C
Een fossiel van een soort die gedurende lange tijd op aarde heeft geleefd.
D
Een fossiel van een soort die slechts een korte tijd voorkwam.

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Hier is een verwantschapsschema de afstamming van een aantal soorten weergegeven.
Als soort 10 de mens voorstelt, welke soort kan of welke soorten kunnen dan de chimpansee voorstellen?
A
alleen soort 7
B
alleen soort 9
C
de soorten 3, 7 en 9
D
de soorten 9, 11 en 12

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Via de koolstof-14 methode bepaalt een onderzoeker de ouderdom van een mammoet. Hij komt op een leeftijd van 20.000 jaar. In de mammoet zit per kg vlees nog X picogram (een miljoenste van een miljoenste gram) radioactief koolstof. De halveringstijd (halfwaardetijd) van radioactieve koolstof is ongeveer 5730 jaar.
Hoeveel picogram radioactief koolstof per kg vlees bevatte de mammoet toen hij stierf?

A
een waarde tussen 1/8 x en 1/16 x
B
een waarde tussen 1/2 x en 1/4 x
C
een waarde tussen 2 x en 4 x
D
een waarde tussen 8 x en 16 x

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

7.4 Evolutietheorie in ontwikkeling

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Vandaag
-Terugblik workshop Chi-kwadraat
                      Gebruiken in 'fruitvlieg'. Inleveren 23 mei
-Theorie 7.4
-Werken aan PO's
        PO meerkoeten inleveren maandag 9 juni

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Doel 7.4
  • Je kent verschillende theorieën over het ontstaan van het leven
  • je kunt de endosymbiosetheorie uitleggen
  • je kunt evolutionaire stambomen aflezen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Begrippen 7.4
generatio spontanea, oeratmosfeer, organische stoffen, meteorieten, oersoep, hydrofobe vetmoleculen, nucleotiden, genetisch materiaal, anaerobe heterotrofe bacteriën, foto-autotrofe bacterieën, fotosynthese, prokaryoten, symbiose, endosymbiosetheorie, chloroplasten,  mitochondriën, meercellige organismen, modelorganisme, clades, taxons, uniek homoloog kenmerk, voorouder, cladogram




Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ontstaan van de eerste organismen
1. Anaerobe heterotrofe bacteriën leefden in de zuurstofloze oersoep 
2.  Foto-autotrofe bacteriën maakten hun eigen organische stoffen via fotosynthese. Zij brachten zuurstof in de oersoep en de atmosfeer
3. Prokaryoten gebruikten de zuurstof om efficiënt energie uit organische moleculen vrij te maken.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Nu en huiswerk
Zijn groepjes 'meerkoeten' gemaakt?
Maak taakverdeling
Werk aan PO fruitvlieg of meerkoet

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Evolutionaire stambomen
Evolutiebiologen willen weten hoe soorten van elkaar afstammen. 
Gebruiken daarvoor manier van indelen van soorten: Cladistiek

(vroeger indeling in taxons, systematische eenheden gebaseerd op overeenkomsten zoals soort, geslacht, familie)

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Cladistiek
  • cladistiek/cladisme= methode om organismen in te delen in groepen genaamd clades (grieks 'klados'=tak).
  • 1 clade= een gedeelde voorouder en alle evolutionaire nakomelingen
  • Binnen een clade zie je gedeelde (homologe) eigenschappen met dank aan de gedeelde voorouder. 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Stambomen - cladogram
Elke clade is een groep
organismen met een
gemeenschappelijk
kenmerk en een gemeen-
schappelijke voorouder.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

Opdracht 8 - Bron 16
  • Welk uniek homoloog kenmerk delen de schildpadden, slangen, hagedissen, krokodillen en vogels volgens dit cladogram?een gat in de schedel onder de oogkas
  • Hoe heet deze groep in dit cladogram? reptilia
  • Hoeveel clades zie je in het cladogram?12, elk blauw puntje vertegenwoordigt de voorouder met het unieke kenmerk dat de voorouder en de andere dieren in die clade gemeenschappelijk bezitten. Er zijn 12 van die puntjes.
  • Mag je uit dit cladogram de conclusie trekken dat vogels meer verwant zijn aan krokodillen dan aan hagedissen? Licht toe.Ja, want vogels en krokodillen hebben meer gemeenschappelijke unieke homologe kenmerken dan vogels en hagedissen. Of: ja. Want de vogels en krokodillen delen een gemeenschappelijke voorouder die ze niet delen met de hagedissen.

Doel 7.4
  • Je kent verschillende theorieën over het ontstaan van het leven
  • je kunt de endosymbiosetheorie uitleggen
  • je kunt evolutionaure stambomen aflezen

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Nu en huiswerk
Zijn groepjes 'meerkoeten' gemaakt?
Maak taakverdeling
Werk aan PO fruitvlieg of meerkoet

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Video

This item has no instructions

Zet de stappen van de endosymbiose theorie in de juiste volgorde.
Prokarypten nemen zuurstof gebruikende bacteriën op. 
Prokarypten nemen foto-autotrofe bacteriën op. 
Er ontstaan verschillende typen prokaryoten.
Er ontstaan mitochondriën en chloroplasten

Slide 31 - Drag question

This item has no instructions