Schrijf de termen met betekenis over in je schrift:
Omnivoren: alleseter, eet zowel dierlijk als plantaardig voedsel
Herbivoren: Planteneter, eet voornamelijk plantaardig voedsel
Carnivoren: Vleeseter, eet voornamelijk dierlijk voedsel
Prehistorie: Voorgeschiedenis (vóór mensen konden schrijven)
Nomaden: Mensen en groepen die rondtrekken
Stenen tijdperk: Periode in de prehistorie waarin
mensen stenen gebruikten als werktuig.