1 havo 03062026 1hvc

Pak alvast je boek en schrift

Ga vast overschrijven C en G
1 / 29
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

Pak alvast je boek en schrift

Ga vast overschrijven C en G

Slide 1 - Slide

Woordzoeker
Zoek gedurende 5 minuten zoveel mogelijk woorden. Het gaat niet om afmaken, maar om weer even in de Franse sfeer te komen na een week geen Frans!

Slide 2 - Slide

Qu'est-ce qu'on va faire?

- Overhoren woordjes met rad
- Nakijken exercices F
- Begin bijvoeglijk voornaamwoord pg 43
-Recap
-Bespreken SO
Wat hebben we geleerd aan het eind van de les?

-Doel: begin begrijpen bijvoeglijk naamwoord in het Frans
-Huiswerk: doorlezen grammatica H pg 43

Slide 3 - Slide

Interroger 1the
Blokje E

Slide 4 - Slide

Interroger 1hvd
Blokje E

Slide 5 - Slide

Interroger 1hvc
Blokje E

Slide 6 - Slide

Corriger ex. 23a
  1. Poussin
  2. poule
  3. coq
  4. dinde
  5. pigeon
  6. chat
  7. chien

Slide 7 - Slide

Corriger ex. 23a
  1. Poussin      kuiken
  2. poule          kip
  3. coq             haan
  4. dinde          kalkoen
  5. pigeon        duif
  6. chat            kat
  7. chien          hond

Slide 8 - Slide

Corriger ex. 24a
  1. huisdieren
  2. Lijk je op je huisdier?
  3. Lille

Slide 9 - Slide

Corriger ex. 24b
Bekend
Rocky/Ryan
Rocky is vier jaar, is groot en sportief. Rocky luistert goed en is aardig.
Rocky en Ryan hebben bruin haar en bruine ogen.
Ryan draagt een bril.
Tigrou/Lilly
Tigrou en Lily hebbben rode / rossige haren. Tigrou slaapt veel en is altijd rustig. Tigrou en Lily houden van eten. Tigrou houdt van vis, Lily houdt van chocolade. Tigrou en Lily hebben blauwe ogen.

Slide 10 - Slide

Corriger ex. 24b
Bekend
Speedy/Enzo
Speedy is grappig. Speedy en Enzo huden van chips. Speedy is niet actief/sportief. Enzo en Speedy zijn allebei klein. Enzo en Speedy hebben allebei grijze ogen.

Slide 11 - Slide

Corriger ex. 25a
1 timide
2 content
3 méchant
4 sportif
5 sympa
6 calme
7 drôle
8 triste
9 grand
10 petit

Slide 12 - Slide

Corriger ex. 25b
J’ai un chien, trois chats et quatre poissons.
Ik heb een hond, drie katten en vier vissen.

Slide 13 - Slide

Corriger ex. 25c
  1. sympa, méchant
  2. drôle, sérieux
  3. calme, actif
  4. content, triste

Slide 14 - Slide

Grammaire bijvoeglijk naamwoord


  • Bijvoeglijk naamwoord ? 

Slide 15 - Slide

Grammaire bijvoeglijk naamwoord


  • Bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord. 

Slide 16 - Slide

Grammaire bijvoeglijk naamwoord


  • Bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord. 

vb: 
De rode fiets.
De arme man.
De grote, groene boom.

Slide 17 - Slide

Grammaire bijvoeglijk naamwoord
Adjectifs
  • Mon père est grand, mais ma mère n'est pas grande
  • Mes cousines ne sont pas petites, mais grandes.

Slide 18 - Slide

Grammaire bijvoeglijk naamwoord


  • Bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord. 

In het Frans:
  • Bijvoeglijk naamwoord past zich aan aan het geslacht (mannelijk, vrouwelijk of meervoud)

Slide 19 - Slide

Grammaire
mannelijk enkelvoud
-
vrouwelijk enkelvoud
+e
mannelijk meervoud
+s
vrouwelijk meervoud
+es

Slide 20 - Slide

Attention!
Eindigt een bijv. nw. al op een -e?
Dan géén extra -e bij vrouwelijk enkelvoud. 

rood = rouge 
la maison rouge 

Slide 21 - Slide

Attention!
Eindigt een bijv. nw. al op een -s?
Dan géén extra -s bij mannelijk meervoud. 

grijs = gris
le souris gris --> les souris gris

Slide 22 - Slide

Uitzonderingen
mannelijk ev
vrouwelijk ev
mannelijk mv
vrouwelijk mv
goed/lekker
bon
bonne
bons
bonnes
mooi
beau
belle
beaux
belles
nieuw
nouveau
nouvelle
nouveaux
nouvelles
oud
vieux
vieille
vieux
vieilles

Slide 23 - Slide

les devoirs
Faire:
30A          
30B          
30D         
30E

Apprendre: A t/m G
Écrire: C en G

Slide 24 - Slide

les devoirs
Faire:
30A          31b, c en d
30B          32b
30D          33b
30E

Apprendre: A t/m G
Écrire: C en G

Slide 25 - Slide

Recap zitten/staan
Zitten goed staan fout!!
  1. La maison est gris
  2. Le chien est petit
  3. Les chiens sont grandes
  4. Le français est facilee 
  5. La ville Paris est belle 

Slide 26 - Slide

Au travail
Wat?             Maken exercices 24ace, 25, 26a pg 30/31/32
Met wie?       Individueel, als je het niet ziet zitten mag je zachtjes                                   overleggen met de leerling naast je.
Hulp              boek, zoek de woorden op op pg 41 of achterin je boek                              Frans- Nederlands/ Nederlands- Frans vanaf pg 171
Hoe lang?     Tot einde les
Klaar?           woordjes E en F opschrijven en leren page 41, slim                                   stampen

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

les devoirs
Faire:
30A          31b, c en d
30B          32b
30D          33b
30E

Apprendre: A t/m G
Écrire: C en G

Slide 29 - Slide