Digibordles pre-teaching - niveau B

Pre-teaching woordenschat 
Week 
19
DIGIBORDLES
1 / 10
next
Slide 1: Slide
WoordenschatBasisschoolGroep 5,6

This lesson contains 10 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Introduction

Digibordles pre-teaching - niveau B

Items in this lesson

Pre-teaching woordenschat 
Week 
19
DIGIBORDLES

Slide 1 - Slide

WELKOM bij de digibordles van Kidsweek in de Klas. In de lesinstructie leest u hoe u de les kunt geven.
Het gaat deze week over het inzetten van moderne technologie in de zorg om patiënten minder pijn te bezorgen tijdens behandelingen. Een van die manieren is het gebruiken van een VR-bril. Bekijk het filmpje op de volgende slide!
Filmpje

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

Deze les leer je de volgende nieuwe woorden:
Lesdoelen
de 
technologie
de periode
technisch
liep op
de
technicus
opgelopen
oplopen
een poosje
dag in dag uit

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

technisch
technisch
bijvoeglijk naamwoord
Mensen of dingen die met het laten werken van machines en apparaten te maken hebben.
Mijn oom is zo technisch, dat hij zijn eigen robot heeft gebouwd. 
Moeilijke woorden uit de tekst
liep op
oplopen - liep op - opgelopen
werkwoord
Het krijgen zonder dat je het weet.
Deze winter liep ik een stevige griep op. 
de periode
de periode
zelfstandig naamwoord
Een bepaalde tijd. 
Gedurende een periode van twee maanden is hij niet naar school geweest.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Uitbreiding
de technicus
de technicus
zelfstandig naamwoord
Iemand die technisch werk doet.
Deze technicus zorgt voor het geluid tijdens de voorstelling.
de technologie
de technologie
zelfstandig naamwoord
Het gebruik van wetenschap in de techniek.
Door de moderne technologie hebben we nu snelle computers.
technisch
technisch
bijvoeglijk naamwoord
Mensen of dingen die met het laten werken van machines en apparaten te maken hebben.
Mijn oom is zo technisch, dat hij zijn eigen robot heeft gebouwd. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Uitbreiding
opgelopen
oplopen - liep op - opgelopen
werkwoord
Het krijgen zonder dat je het weet.
Deze winter liep ik een stevige griep op
oplopen
oplopen - liep op - opgelopen
werkwoord
Het krijgen zonder dat je het weet.
Deze winter liep ik een stevige griep op
liep op
oplopen - liep op - opgelopen
werkwoord
Het krijgen zonder dat je het weet.
Deze winter liep ik een stevige griep op. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Uitbreiding
een poosje
een poosje
uitdrukking
Een tijdje. Niet lang. 
Hij komt over een poosje weer terug. 
dag in dag uit
dag in dat uit
uitdrukking
Elke dag opnieuw. 
Hij moest dag in dag uit naar het ziekenhuis voor een behandeling.
de periode
de periode
zelfstandig naamwoord
Een bepaalde tijd.
Gedurende een periode van twee maanden is hij niet naar school geweest.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

De tekst

Slide 9 - Slide

This item has no instructions






Oefen met de woorden in je lesboekje of digitaal.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions