4.8 spelling BK

Volgende week: SO H1.7 en H1.8
Test jezelf: H1.7 en H1.8
Versterk jezelf -> leestekens -> vraagteken, punt,
  uitroepteken
Versterk jezelf -> werkwoordspelling -> OTT
NUMO: maak de oefentaken die klaar staan.
  Deze week
  • Spelling 4.8



  Volgende week

  • Verder spelling
1 / 39
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Volgende week: SO H1.7 en H1.8
Test jezelf: H1.7 en H1.8
Versterk jezelf -> leestekens -> vraagteken, punt,
  uitroepteken
Versterk jezelf -> werkwoordspelling -> OTT
NUMO: maak de oefentaken die klaar staan.
  Deze week
  • Spelling 4.8



  Volgende week

  • Verder spelling

Slide 1 - Slide

Ik zal een aantal herhalingstaken klaarzetten in NUMO voor het SO.
  • Je kunt het voltooid deelwoord gebruiken als bijvoegelijk naamwoord
  • Je weet hoe je samenstellingen met tussen-s en tussen-n schrijft
  • Je kunt het schema van de tussen -s en -n toepassen
  • Je leert 10 nieuwe dicteewoorden
LESDOELEN

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

  • Voltooid deelwoord gebruiken als bijvoegelijk naamwoord
  • maken van de oefeningen
Vandaag
 Huiswerk:
Programma:

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Werkwoord tegenwoordige tijd
Werkwoord verleden tijd
Voltooid deelwoord
fietste
gefietst
fietst
draai
draaide
gedraaid
verbreed
zocht
zoek op

Slide 4 - Drag question

This item has no instructions

Sterke werkwoorden
Zwakke werkwoorden
Lopen
Eten
Gamen
Kijken
Voetballen
Bakken

Slide 5 - Drag question

This item has no instructions

Korte meerkeuzequiz

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

werkwoordspelling
A
hij bediend
B
hij bedient

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Hij (branden) zich aan het vuur.
A
brant
B
brand
C
brandt
D
brande

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

1. vt Dat huis vind.. ik mooi.
A
vondt
B
vond
C
vinde

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

3. vt Verbind….. jij die wond zelf?
A
verbond
B
verbondt
C
verbindde

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

4. Hij verbeel… zich van alles.
A
verbeeld
B
verbeeldt
C
verbeelt

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

5. Wor.. je buurman snel boos?
A
Wordt
B
word

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

6. vt Dat boek wemel… van de fouten (wemelen)
A
wemelden
B
wemelte
C
wemelde

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Het gebeur... regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
A
gebeurd
B
gebeurt
C
gebeurdt
D
gebeurdde

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Of.. smurfen!

Hoor ik een -t, dan schrijf ik een -t!
Zit er al een -d in het hele werkwoord? Dan krijg je -dt.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Wanneer nou 't ex kofschip?
Bij de verleden tijd, zwakke werkwoorden.
Bij het voltooid deelwoord.
' e x   k o f s c h i p

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Maak 4.8 oefening 1 t/m 4 max online
timer
10:00
Samen bespreken oefening 2 en 3

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je nog van het bijvoegelijk naamwoord ?

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Spelling bijvoeglijk naamwoord

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Bijvoeglijk naamwoord

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

meestal
eindigt het op een -e 

de blauwe trui                                   het dikke boek                      de kale kop 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Materiaal
Als het bijvoeglijk naamwoord aangeeft van welk materiaal het is gemaakt, dan schrijf je er altijd -en achter. 

de houten stoel                     de gouden ring                               de wollen trui. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

modern materiaal
als het van een modern materiaal is gemaakt komt er niets achter. 
de plastic tas                    de aluminium trap         de polyester boot

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Video

This item has no instructions

2 BK Blok 4 Spelling
Even oefenen


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

de … (lekker) maaltijd
Regel
Is het een materiaal waarmee het gemaakt is ? Dan met -EN
A
lekker
B
lekkeren
C
lekkere

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

de … (zilver) armband
Regel
Is het een materiaal waarmee het gemaakt is ? Dan met -EN
A
zilver
B
zilveren
C
zilvere

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

de … (zijde) das
Regel
Is het een materiaal waarmee het gemaakt is ? Dan met -EN
A
zijden
B
zijde
C
zijdene

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

een … (aardig) meisje
Regel
Is het een materiaal waarmee het gemaakt is ? Dan met -EN
A
aardig
B
aardige
C
aardigen

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

de … (breed) straat

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

het … (riet) dak

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

het … (scherp) mes

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

de … (wol) trui

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

de … (geel) vlag

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Vragen over zinsdelen, leestekens, DT's of dicteewoorden?
Aan de slag!
Maak opdracht 6 en 7 (4.8) online
Wat?
Met wie?
Hulp?

Eerder klaar?
En daarna?

zelfstandig
timer
10:00
Stel je vraag 
Daag jezelf uit met opdracht 8
Samen de antwoorden bespreken

Slide 36 - Slide

Na 12 minuten breakoutrooms sluiten en vraag 5a t/m 5d laten beantwoorden door de duo's. 

Geen tijd meer hiervoor? Dan huiswerkopdracht laten doen (veel korter) in breakoutrooms en deze opdracht verplaatsen naar les 2.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Lees opdracht 9 online.
Daarna ga je naar de lesstof en bekijk je het filmpje.

Maken 4.8 opdracht 9 en 10.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Tot ziens!

Slide 39 - Slide

This item has no instructions