Unidad 3: subjuntivo

Bienvenidos 5V


Hoy es miércoles
1 / 20
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Bienvenidos 5V


Hoy es miércoles

Slide 1 - Slide

El subjuntivo y hay que/tener que
Lesdoel 1: verdieping van de aanvoegende wijs (de subjuntivo) en deze kunnen vervoegen (in de presente).
Lesdoel 2: een (on)persoonlijke verplichting uitdrukken in het Spaans

Slide 2 - Slide

Wat is een aanvoegende wijs eigenlijk?
Leve de koning! 
Het zij zo.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
een werkwoordsvorm die onder meer een wens, toegeving, aanwijzing of aansporing uitdrukt.

Slide 3 - Slide

El subjuntivo
¿Cómo usar el subjuntivo?
Bijzinnen die beginnen met cuando én die een
toekomstige gebeurtenis uitdrukken

Cuando + werkwoord in subjuntivo


De subjuntivo gebruik je voor alles wat niet feitelijk is, maar wat je wenst, of wat moet of wat nodig is

Slide 4 - Slide

Bijzinnen met cuando

  • Voorbeeld 1: cuando + indicativo + presente
  • Cuando estoy en Barcelona la semana que viene, visito a mi tía.
  • (Als ik volgende week in Barcelona ben, bezoek ik mijn tante.)
  • Let op: voorbeeld 1 gebruik je wanneer er zekerheid is in de nabije toekomst!
  • (je weet dat je tante langskomt)

Slide 5 - Slide

Bijzinnen met cuando
  • Voorbeeld 2: cuando + subjuntivo + futuro
  • Cuando vaya a España el verano que viene, visitaré a mi amiga.
  • (Als ik aankomende zomer naar Spanje ga, zal ik mijn vriendin bezoeken.)

  • Let op: voorbeeld 2 gebruik je wanneer het plan in de toekomst ligt maar nog niet (heel) zeker is - vergelijk voorbeeld 1.
  • In voorbeeld 2 heb je nog geen reis geboekt, het kan ook zo maar zijn dat je niet gaat.

Slide 6 - Slide

La forma del subjuntivo
Wat valt je op?

Slide 7 - Slide

Welk woord staat hier in de subjuntivo?
A
Perder
B
Vaja
C
Coma
D
Bueno

Slide 8 - Quiz

Welk woord staat hier in de subjuntivo?
A
dejaré
B
uses
C
mal
D
que

Slide 9 - Quiz

Let op: als de ik-vorm in de presente onregelmatig is, is de subjuntivo dat ook!

Ejemplo: No quiere que tenga prisa. 

Slide 10 - Slide

Subjuntivo irregular
  • Perder-->ie-->pierdo/pierda
  • Querer-->ie-->quiero/quiera
  • Tener-->tenga
  • Ir-->vaya
  • Conocer/aparecer-->zc-->aperezca
  • Pedir-->e->i-->pido/pida

Slide 11 - Slide

Vul de subjuntivo in:
Cuando ......... (tener) dinero, compraré una casa grande

Slide 12 - Open question

Vul de subjuntivo in:
Cuando ......... (cumplir) 18 años viviré solo

Slide 13 - Open question

Combineer de ik-vormen van de subjuntivo met het hele ww
decir
sentir
poder
pedir
conocer
sienta
diga
pueda
pida
conozca

Slide 14 - Drag question

Wat is het correcte rijtje van de subjuntivo van perder?
A
perdo, perdes, perde, perdemos, perdéis, perden
B
pierdo, pierdes, pierde, perdemos, perdéis, pierden
C
pierda, pierdas, pierda, pierdamos, pierdáis, pierdan
D
pierda, pierdas, pierda, perdamos, perdáis, pierdan

Slide 15 - Quiz

Despacito subjuntivo
Noem minstens twee subjuntivo vervoegingen uit het liedje

Slide 16 - Slide

0

Slide 17 - Video

Noem minstens twee subjuntivo vervoegingen

Slide 18 - Open question

hay que / tener que
  • Om verplichting of noodzaak uit de drukken gebruiken we de volgende uitdrukkingen:
  • Een onpersoonlijke verplichting (dit geldt voor iedereen): hay que + infinitief
  • Para ser médico, hay que estudiar mucho
  • Een persoonlijke verplichting: tener que + infinitief
  • Door de vervoeging van tener geef je aan wie iets moet doen.
  • Tienes (tú) que hacer los deberes

Slide 19 - Slide

Ahora:
¡Quiero que hagáis el ejercicio 7 del tekstboek/libro de texto

Extra uitleg: libro digital p. 88 'verplichting en noodzaak'

¡Mucho éxito!

Slide 20 - Slide