3H - les 18

Programa
1. Repasamos:
            - voorzetsels
            - la hora
            - ser/estar/hay
            - gustar
            - números
2. Nuevo: 
            - futuro
3. Deberes
1 / 11
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Programa
1. Repasamos:
            - voorzetsels
            - la hora
            - ser/estar/hay
            - gustar
            - números
2. Nuevo: 
            - futuro
3. Deberes

Slide 1 - Slide

Huiswerk van voor de vakantie 

Getallen EB opdr 10 11 12

Slide 2 - Slide

Voorzetsels
  1. Welk voorzetsel gaat altijd samen met vervoersmiddelen?
  2. Welk voorzetsel gaat samen met het werkwoord SER?
  3. Welk voorzetsel gaat samen met het werkwoord ESTAR?
  4. Welk voorzetsel gaat samen met het werkwoord IR?

Slide 3 - Slide

La hora/ ser-estar-hay-tener / gustar
A. 13.20                                                                              KLOKKIJKEN SPEL
B. 16.03
C. 18.36
D. 12.58
E. En la clase ..... muchos alumnos (ser-estar-hay-tener)
F. La escuela ..... al lado del estacion de autobuses (ser-estar-hay-tener)
G. Mi hermana ..... tres hijos (ser-estar-hay-tener)
H. María ..... de Barcelona (ser-estar-hay-tener)
I. Vertaal: Ik hou van voetballen (gustar)
J. Vertaal: Wij houden niet van huiswerk (gustar)
K. Vertaal: Zij houden van naar school gaan (gustar)
timer
5:00

Slide 4 - Slide

Los números XB pag 46
  • 8
  • 89
  • 891
  • 8.912
  • 89.123
  • 891.234
  • 8.912.345

Slide 5 - Slide

Antwoorden
8 - ocho

89 - ochenta y nueve

891 - ochocientos noventa y uno

8.912 - ocho mil novecientos doce

89.123 - ochenta y nueve mil ciento veintitres

891.234 - ochocientos noventa y uno mil doscientos treinta y cuatro

8.912.345 - ocho millones novecientos doce mil trescientos cuarenta y cinco

Slide 6 - Slide

FUTURO

TB p. 48 Bron J


- gebruik

- met werkwoorden

- met wederkerende ww

+ a + 

Slide 7 - Slide

FUTURO
GEEF DE JUISTE VERVOEGING VAN HET WERKWOORD 'IR':

a) Luis ________ al cine con una amiga.
b) Vosotros ________ a la fiesta de cumpleaños de Rita.
c)Yo ________ cenar en un restaurante japonés.
d) Ramón ________ bailar.
e) ¿Tú _______ estudiar mañana?
f ) Mis amigas _________comprar un regalo. 


Slide 8 - Slide

hacemos:

EB pag 67 ej 31-32


Maak DEZE online opdrachten


Vervolgens maak je de online opdrachten op de volgende slides in lessonup!


Slide 9 - Slide

Números ONLINE

Opdracht 1 - HIER

Klik in de link op het "play" teken, je hoort een som. Los de som op en klik het goede antwoord aan.


Opdracht 2 - HIER


lees het getal en klik op het vierkantje wat de je hoeveelheid aangeeft.

Slide 10 - Slide

Deberes
Estudiar: voca 5.1 5.2 5.3
Estudiar: aanwijzende vnw, getallen, klok, futuro

Slide 11 - Slide