inleiding tot de biologie

Inleiding tot de biologie
1 / 33
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Inleiding tot de biologie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startopdracht 
3 vwo – Startopdracht: Biologie en jouw leven

Situatie: Elke dag heb je met biologie te maken: eten, slapen, sporten, ziek worden, genezen, en omgaan met de natuur.

Opdracht:

Schrijf vijf momenten van vandaag of gisteren op die met biologie te maken hebben.

Kies één moment en leg uit wat er biologisch gebeurt (bijv. spieren die bewegen, vertering, fotosynthese van een plant).

Bedenk een onderzoeksvraag die je hierover zou kunnen stellen als bioloog.
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Titel van de les
Subtitel

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om voorkennis te activeren.
wat is biologie 

Slide 8 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
  1. Je kunt beschrijven wat biologie is en op welke gebieden biologie een rol speelt


Slide 9 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Van klein naar groot 
  • Cellen 
  • weefsel
  • orgaan
  • orgaanstelsel
  • organisme 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Onderdelen van een cel

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Ordening: domeinen en rijken

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Weefsel

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Celdeling 
Mitose en Meiose, opdracht creatief met biologie

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Organismen
Organismen zijn levende wezens zoals planten, dieren, schimmels en bacteriën.

Alle organismen vertonen levensverschijnselen, zoals voortplanten, groeien, ontwikkelen en stofwisseling

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Organen van je lichaam

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Stofwisseling
Met stofwisseling worden alle chemische reacties in een organisme bedoeld.

Enzymen: eiwitten die de chemische reacties van stofwisselingsprocessen versnellen.

Katalyseren: Het versnellen van stofwisselingsprocessen 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Levensloop en levenscyclus
Elk individu heeft een unieke levensloop
Vanaf het ontstaan van een organisme begint de groei en ontwikkeling.

Een soort heeft een levenscyclus.
Een levenscyclus eindigt als een soort uitsterft.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Levensloop en levenscyclus

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Verschil groei en ontwikkeling
ontwikkeling: veranderingen in vorm en functioneren 

Groei: het organisme wordt groter of zwaarder

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

levenskenmerken 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Dezelfde soort?
Als organismen onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. 





Slide 22 - Slide

Muildier

Ezelhengst x paardenmerrie 
Is onvruchtbaar. 

Een soort?
Stadia van een Levenscyclus en levensloop

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Tijdens welke fase van de levensloop van een dagpauwoog neemt het lichaamsgewicht het meest toe?
A
Fase 1 - Eitje
B
Fase 2 - Rups
C
Fase 3 - Pop
D
Fase 4 - Vlinder

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Tijdens welke fase van de levensloop ondergaat de dagpauwoog de meeste verandering?
A
Fase 1 - Eitje
B
Fase 2 - Rups
C
Fase 3 - Pop
D
Fase 4 - Vlinder

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Leg uit dat de dagpauwoog na fase 3 anders gaat functioneren

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Organisatieniveau's
Organismen zijn georganiseerd in biologische eenheden.

Molecuul              Populatie
Cel                           Ecosysteem
Orgaan                   Biosfeer
Organisme 



Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Video

This item has no instructions

Emergente eigenschap
Een nieuwe eigenschap die op een hoger organisatieniveau ontstaat, maar die er op het lagere organisatieniveau niet is.
Uitleg op 2 vwo-niveau

Een emergente eigenschap betekent dat een groep samen iets kan doen of kan zijn wat de losse onderdelen niet kunnen.
Voorbeeld: een mier in zijn eentje kan niet veel. Maar een hele mierenkolonie samen kan een nest bouwen en voedsel verzamelen. Dat is een eigenschap die “opkomt” uit de samenwerking. Kort gezegd: het geheel kan meer dan de losse delen apart.

Uitleg op 3 vwo-niveau
Een emergente eigenschap ontstaat wanneer onderdelen in een systeem samenwerken en daardoor een nieuw gedrag of een nieuwe eigenschap laten zien die je niet kunt verklaren door alleen naar de onderdelen apart te kijken. Voorbeeld: in je hersenen kan één zenuwcel (neuron) geen gedachten vormen. Maar miljoenen zenuwcellen samen kunnen wél denken, herinneren en voelen. Dat zijn emergente eigenschappen van het zenuwstelsel. Kort gezegd: emergentie betekent dat door samenwerking en interactie van kleine onderdelen een complex geheel ontstaat met nieuwe eigenschappen.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kunt beschrijven wat biologie is en op welke gebieden biologie een rol speelt

Slide 30 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
Cellen, domeinen en rijken, weefsels, celdeling, organen van het lichaam , levensfasen, levenskenmerken organismen, levensverschijnselen, stofwisseling, enzymen, katalyseren, dood, levenloos, individu, levensloop, ontwikkelen, soort, levenscyclus, natuurwetenschappen, context, biologische eenheden, moleculen, DNA, cel, orgaan, organisme, populatie, ecosysteem, biosfeer, systeem aarde, emergente eigenschap, interactie

Slide 31 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 32 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions