1 HV H9 (taalverzorging 4)

1 HV H9 (taalverzorging 4)
1 / 12
next
Slide 1: Slide
Other languagesSecondary EducationAge 13

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

1 HV H9 (taalverzorging 4)

Slide 1 - Slide

deze les
lezen
kalender
begin H9:
    -werkwoordstijden

Slide 2 - Slide

lezen

Slide 3 - Slide

genre

Slide 4 - Slide

werkwoordstijden
tegenwoordige tijd
verleden tijd

voltooide tijd 
onvoltooide tijd

Slide 5 - Slide

werkwoordstijden
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Dit zie je aan de persoonsvorm.
Jan eet een appel.
Jan at een appel.

Slide 6 - Slide

werkwoordstijden
tegenwoordige tijd
verleden tijd

Dit zie je aan de persoonsvorm.
De atleten sprinten.
De atleten sprintten.

Slide 7 - Slide

werkwoordstijden
voltooide tijd
altijd een hulpwerkwoord hebben/zijn en een voltooid deelwoord

onvoltooide tijd
geen hulpwerkwoord hebben/zijn - geen voltooid deelwoord




Slide 8 - Slide

werkwoordstijden
zinnen kunnen staan in de 
tegenwoordige tijd
verleden tijd

voltooide tijd
onvoltooide tijd

Slide 9 - Slide

werkwoordstijden
twee vragen:

  1. In welke tijd staat de persoonsvorm?
  2. Staat het hulpwerkwoord hebben/zijn in de zin én staat er een voltooid deelwoord in de zin?

Slide 10 - Slide

werkwoordstijden
De leerling heeft het goed onthouden.

  1. In welke tijd staat de persoonsvorm?
  2. Staat het hulpwerkwoord hebben/zijn in de zin én staat er een voltooid deelwoord in de zin?

Slide 11 - Slide

werkwoordstijden
De leerling onthoudt de woorden goed.

  1. In welke tijd staat de persoonsvorm?
  2. Staat het hulpwerkwoord hebben/zijn in de zin én staat er een voltooid deelwoord in de zin?

Slide 12 - Slide