VDBC-methode

VDBC-methode
1 / 16
next
Slide 1: Slide
Leren-lerenMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

VDBC-methode

Slide 1 - Slide

Wat is de 'VDBC'-methode?
VDBC is een manier om antwoorden te formuleren, die bij het vak geschiedenis, verplicht, wordt gebruikt.

VDBC gebruik je bij opdrachten met beeld- en/of tekstbronnen!

Slide 2 - Slide

Waar staan de letters voor? 
V = staat voor het herhalen, van een deel, van de opdracht/vraag. Dat kun je vergelijken met het beantwoorden van de open opdrachten.


D= verwerk de definitie (= uitleg) van een begrip in het antwoord. Doe dat zeker al er een begrip in de vraag staat!!

Slide 3 - Slide

Waar staan de letters voor? 
B = staat voor bron gebruiken. ‘ In de bron staat / In de bron zie ik…’ of ‘In de bron lees ik..



Slide 4 - Slide

Waar staan de letters voor? 
C = staat voor conclusie. De conclusie kun je zien als ‘de rest van je antwoord’. Sluit de opdracht af, nadat je VDB hebt toegepast met een conclusie. Dit kun je doen door je zin te starten met ‘daarom / daardoor’ of een conclusie waarin je diverse elementen (= gevraagde onderdelen uit de opdracht/vraag) samenvat en afrond.

Slide 5 - Slide

Opdracht 1
Bekijk bron 1.

Welke voordelen hadden bouwwerken als deze?
Geef een voordeel:
• voor een Romeins leger (1p) en
• voor de bevolking van het gebied waar een bouwwerk als dit stond (1p).


Bron 1: De Romeinse brug in Adana (Turkije), gebouwd in de vierde eeuw.

Slide 6 - Slide

Opdracht 1 + antwoord
De brug op de bron werd gebruikt voor een Romeins leger: het leger kon zo snel de plek bereiken waar een opstand was om die neer te slaan. 
Ook goed: Door de brug op de bron was het makkelijker om snel berichten tussen de legerleiding en de bestuurders in Rome te zenden. (1p)
De brug op de bron kon door de bevolking worden gebruikt voor de handel die daardoor een stuk makkelijker werd. (1p)



Slide 7 - Slide

Opdracht 2
Bekijk bron 2.

Leg uit:
• wat romanisering is en wat de bron met romanisering te maken heeft; (2p)
• wat de Klassieke cultuur is en waarom de bron daar óók een voorbeeld van is. (2p)

Bron 2
Reliëf uit 200-250, gevonden in de Franse stad Autun. Links de Germaanse godin Rosmerta, rechts de Romeinse god Mercurius. In de Latijnse tekst eronder (hier niet zichtbaar) staat dat Marcus Adiutorius, bestuurder van de stad, deze goden dankt voor hun hulp.

Slide 8 - Slide

Opdracht 2 + antwoord
Romanisering is het overnemen van de Romeinse cultuur door het contact met de Romeinen. De bron is een voorbeeld van romanisering, want hier zijn een Germaanse en Romeinse god samen afgebeeld. De opdrachtgever bedankt ze allebei. Het laat zien hoe de plaatselijke en Romeinse cultuur (hier: godsdienst) zijn vermengd. (2p)
• De bron is ook een voorbeeld van de Klassieke cultuur. De Romeinse goden, zoals Mercurius, waren overgenomen van de Griekse religie. (Wel veranderden de Romeinen veel godennamen; Mercurius is de Griekse god Hermes). (2p)


Slide 9 - Slide

VDBC + tekstbronnen
  • VDBC kun je (en moet je) ook toepassen als er een tekstbron in de toets staat.
  • Je moet dan een stukje van de tekstbron in je antwoord overnemen om het antwoord te formuleren. 

Slide 10 - Slide

Opdracht 1
Lees bron 1.
Polybius noemt drie redenen waarom de Romeinen gingen streven naar een imperium. Welke drie zijn dat?


Bron 2

Slide 11 - Slide

Opdracht 1
In de bron noemt Polybius  drie redenen waarom de Romeinen gingen streven naar een imperium. 
Ten eerste hadden ze de Carthagers overwonnen.
Ten tweede dachten ze daarmee het belangrijkste en omvangrijkste deel van de wereld in handen te hebben.  
Ten slotte hadden de Romeinen daardoor de moed ook de rest van de 'wereld' te veroveren.


bron 1

Slide 12 - Slide

Opdracht 2
Lees bron 2.
Plinius onderzocht of de verdachten christenen waren.
Leg uit waarom de manier waarop hij dat deed effectief was.


Bron 2

Slide 13 - Slide

Opdracht 2
In de bron schrijft Plinius over zijn aanpak van de christenen. Hij liet hen drie dingen doen die een écht christen nooit zal doen. Als daar aan voldeden liet hij ze gaan en waren ze geen christen. Dat vond hij een effectieve aanpak. 

Bron 2

Slide 14 - Slide

Tenslotte: 'de open vraag'
Hoe beantwoord je een open vraag zonder beeld- en of tekstbron?
  • Begin je antwoord met het herhalen van de vraag.
  • Je kunt je antwoord ook laten eindigen met een deel van de vraag.

Slide 15 - Slide

Opdracht
Aan het einde van de vierde eeuw werd het Romeinse Rijk opgedeeld in het Oost-Romeinse Rijk en het West-Romeinse Rijk.
Leg uit hoe er een eeuw later een einde kwam aan het West-Romeinse Rijk.
  • Er kwam een einde aan het West-Romeinse Rijk in 476 omdat toen de keizer door een Germaanse generaal werd afgezet en er geen nieuwe Romeinse keizer meer kwam. 

Slide 16 - Slide