Kommagetallen afronden 2

KLAAR OM TE BEGINNEN...
De jassen in je kluisje.              
Pak jouw boek en schrift.
Rustig op zijn plek zitten.
      Tijdens de les niet naar de wc.
1 / 32
next
Slide 1: Slide
RekenenISK

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

KLAAR OM TE BEGINNEN...
De jassen in je kluisje.              
Pak jouw boek en schrift.
Rustig op zijn plek zitten.
      Tijdens de les niet naar de wc.

Slide 1 - Slide

4.6 Kommagetallen afronden

Slide 2 - Slide

Leerdoel:
  je kunt aan het einde van de les kommagetallen afronden.
0p een geheel getal , 
op een decimaal en op  de twee decimaal.

Slide 3 - Slide

Even herhaling:
Voor de komma :
 het gehele getal
Na de komma :
 de decimalen
3,48

kommagetallen
Decimale getallen

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Kommagetallen Afronden op helen

Slide 6 - Slide

Welke stappen volg je ?
Kijk naar het eerste cijfer achter de komma:
Is het 0, 1, 2, 3 of 4? → Rond af naar beneden. Het cijfer voor de komma verandert niet.
Is het 5, 6, 7, 8 of 9? → Rond af naar boven. Het cijfer voor de komma wordt 1 hoger.
Kommagetallen Afronden op helen
Dat betekent : Je rond af op helen.
Er moet geen cijfer na de koma staan.

Slide 7 - Slide

Voorbeeld:  Rond 2,7 af op een geheel getal.
rechts van de komma ; tienden
7 is groter dan 5.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Rond 92,46 af op een geheel getal.
A
92,46
B
93
C
92,47
D
92

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

Zet een streepje na het eeste decimale cijfer.......................................                  
Kijk naar het cijfer achter de streep......

Dat betekent :
Afronden op de 1  decimaal
Er moet 1 cijfer na de koma staan.

Slide 12 - Slide

Voorbeeld: Rond 5,674 af op één decimaal.

kijk naar eerste cijfer na de streep
naar boven want 7 is groterdan 5.
Stap 1   Zet een streepje na het eeste decimale cijfer.


Stap 2 Naar welk cijver moet je kijken?


Stap 3 : Rond je naar boven of naar beneden af ?





Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Dat betekent :  Je rond af op honderdsten.
Afronden op de 2  decimaal
Er moet 2 cijfer na de koma staan.
Zet een streepje na het eeste decimale cijfer.......................................               
Kijk naar het cijfer achter de streep......

Slide 15 - Slide

Stap 1   Zet een streepje na het twede decimale cijfer.


Stap 2 Naar welk cijver moet je kijken?


Stap 3 : Rond je naar boven of naar beneden af ?





Voorbeeld:  Rond 4,374 af op twee decimaal.

Slide 16 - Slide

succescriteria
Kijk naar rechts van het cijfer.
(0 , 1, 2, 3, 4) ----------NAAR BENEDEN (varanderd niks)

(5, 6, 7, 8, 9 )----------NAAR BOVEN ( + 1)



Slide 17 - Slide

Rond 0,78 af op één decimaal.
A
0,6
B
0,8
C
0,7
D
1

Slide 18 - Quiz

Rond 82,942 af op één decimalen.
A
82
B
83
C
82,940
D
82,9

Slide 19 - Quiz

Rond 27,301 af op een geheel getal.
A
27
B
27,3
C
28
D
27,4

Slide 20 - Quiz

Rond 5,6 af op een heel getal
A
5
B
6
C
5,6
D
5,7

Slide 21 - Quiz

Rond 12,8 af op een heel getal

Slide 22 - Open question

Rond 2,567 af op twee decimaal
A
2,56
B
2,57
C
2,55
D
2,5

Slide 23 - Quiz

Rond 12,81 af op een heel getal

Slide 24 - Open question

Rond 25,45 af op één decimaal.
A
25,4
B
25,5
C
25
D
26

Slide 25 - Quiz

Rond 1,106 af op één decimalen.
A
1,16
B
1,2
C
1,15
D
1,1

Slide 26 - Quiz

Rond 0,445 af op één decimaal.

Slide 27 - Open question

Rond 12,499 af op een geheel getal.
A
11
B
12,4
C
12
D
12,5

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Slide

Zelf aan de slag
Huiswerk  :Maak de 4.6 van de Rekenblokken

Slide 30 - Slide

Exit-ticket

Slide 31 - Slide

Afsluiten:
  • Wat heb je vandaag geleerd?
  • Opruimen

Slide 32 - Slide