Oefenen referentiematen gewicht

Herhaling grootheden en eenheden oefenen

FOCUSGROEP

Mevr. Maryke

B-jaar

1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenFunctioneel rekenen OpleidingsfaseSpeciaal OnderwijsPraktijkonderwijsBeroepsopleiding

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Herhaling grootheden en eenheden oefenen

FOCUSGROEP

Mevr. Maryke

B-jaar

Wat hoort bij elkaar?  Sleep het antwoord.

het gewicht

de lengte

de inhoud

Hoe lang is iets?

Hoeveel kan er in?

Hoe zwaar is iets?

Welke eenheden horen bij de grootheden? Sleep het antwoord.

het gewicht

de lengte

de inhoud

liter

kilogram

meter

Welke grootheden horen bij de symbolen? Sleep het antwoord.

kg, g, mg

km, hm, m, dm, cm, mm

hl, L, dl, cl, ml

inhoud

gewicht

lengte

1

m

30

s








kg

100 g

10 g

g

dg

cg

mg

Zet de eenheden van lengte van groot (links) naar klein (rechts)

Welke eenheid van lengte past het beste bij het ding op het plaatje?

1 kg

100 g

1 ton

1 dg

10 g

1 mg

1 g

1 cg

Oefenen van herleiden

6 kg = ..... gram

Kijk op herleidingstabel in je bundel

1

m

30

s

A

6

B

60

C

6.000

D

60.000

0,5 kg = ..... gram

1

m

00

s

A

5

B

50

C

5.000

D

500

450 g = ... kg

1

m

30

s

A

450 kg

B

45 kg

C

0,45 kg

D

4,5 kg

8 000 gram = .... kg

30

s

A

80 kg

B

8 kg

C

800 kg

D

0,8 kg