3v-Zugspitze Schritt 48-les2-week3

Lernziele heute:
- Ich schreibe ein Diktat mit den Vokabeln von Schritt 48

- ich bekomme Informationen über die Oberstufe

- ich kontrolliere meine Hausaufgaben
(und Nora kontrolliert auch...)
1 / 33
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 1 min

Items in this lesson

Lernziele heute:
- Ich schreibe ein Diktat mit den Vokabeln von Schritt 48

- ich bekomme Informationen über die Oberstufe

- ich kontrolliere meine Hausaufgaben
(und Nora kontrolliert auch...)

Slide 1 - Slide

Diktat, Wörterliste Schritt 48
Du hörst 5 Sätze.
Schreibe sie auf.
Danach kontrollieren wir.

Slide 2 - Slide

Diktat:
  1. Der freche Schüler hat einen hübschen Anzug an.
  2. Auf Broklede duzen die Schüler die Lehrer.
  3. Sie wurde in Berlin geboren, dort gibt es tagsüber viel Lärm.
  4. Natürlich rauchen wir nicht.
  5. Wir vergessen oft, unser Zimmer sauber zu machen.

Slide 3 - Slide

Lernziel:

 Ich bekomme Informationen über Deutsch in der Oberstufe

Slide 4 - Slide

Waarom Duits kiezen?
Waarom is het belangrijk om de Duitse taal te beheersen?
Wat zijn de voordelen?
Hoe ziet het vak Duits er in de bovenbouw uit?

Slide 5 - Slide

Wat zijn de voordelen van goed Duits kunnen?

Slide 6 - Mind map

Wat is de meest gesproken moedertaal in de Europese Unie?
A
Frans
B
Duits
C
Spaans
D
Engels

Slide 7 - Quiz

Ongeveer twintig procent van de
EU-burgers heeft Duits als moedertaal.
Dat is dus één op de vijf EU-burgers.
Behalve in Duitsland zelf wordt er Duits
gesproken in Oostenrijk en Zwitserland,
maar ook in (delen van) Italië, België,
Luxemburg en Liechtenstein. 

Slide 8 - Slide

De meeste buitenlandse handel vindt plaats met ... ?
A
USA
B
China
C
UK
D
Duitsland

Slide 9 - Quiz

Een kwart van al onze buitenlandse
handel vindt plaats met Duitsland. Onze
export naar Duitsland is zelfs groter dan
die naar Groot-Brittannië en Frankrijk bij
elkaar. 

Slide 10 - Slide

De export van Nederland naar de
Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen
alleen is al zes keer zo groot als die naar
China. 

Slide 11 - Slide

Met Duits......
A
is je arbeidsmarkt 6x groter
B
heb je meer kansen op de arbeidsmarkt
C
kun je in het toerisme werken
D
kun je in veel winkels werken

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Met kennis van de Duitse taal en cultuur
opent zich een enorme arbeidsmarkt in ons buurland, 
maar ook in Oostenrijk en Zwitserland. 
Meer dan 5.000 Nederlandse bedrijven hebben bijvoorbeeld
dochterbedrijven in Duitsland.

Slide 14 - Slide

Geen ander volk gaat zo vaak op vakantie als de Duitsers. 
In Nederland zijn de Duitsers met afstand de grootste
toeristengroep.

Slide 15 - Slide

Bijbaantje?
Horeca
Vakantieparken
Stages in duitstalige landen (campings)

Slide 16 - Slide

Duits op Broklede: 
Voor vwo is Frans OF Duits in de bovenbouw verplicht 



Slide 17 - Slide

Duits op Broklede
Eindexamen is leesvaardigheid
-> 50% van je cijfer
Er zijn ook SE’s (50% in totaal)
-> schrijvaardigheid, luistervaardigheid, gespreksvaardigheid, literatuurgeschiedenis


Slide 18 - Slide

Duits op Broklede
 in 4vwo 2 uur per week, in 5+ 6 vwo 3 uur per week
Meer huiswerk in bovenbouw, zelfstandiger werken
Toetsen groter -> meer stof
Cijfers tellen zwaarder mee

Meer focus op vaardigheden!
Projecten met films, literatuur!



Slide 19 - Slide

Duits op Broklede
In 5vwo: Nach Berlin!
Jullie bezoeken bezienswaardigheden - 
jullie krijgen natuurlijk ook vrije tijd

Slide 20 - Slide

Duits later
Studeren in Duitsland is zo gek nog niet…
Duitsland is een kennisland
Goed onderwijs
Goedkoper wonen & studeren
=> je betaalt bijv. in Hamburg 384€ per semester,
 hiervoor mag je gratis met de OV en kan je goedkoop eten in de mensa





Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Wat wil je nog meer weten?
Heb je meer geleerd over het belang van de Duitse taal?

Slide 24 - Slide

Ik denk erover na om voor volgend schooljaar Duits te kiezen!
A
ja
B
misschien
C
ik weet het nog niet
D
nee

Slide 25 - Quiz

Viele Niederländer können supergut Deutsch! 

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Video

Slide 28 - Video

Slide 29 - Video

Planung Woche 3:
 Zusammen:
- Präteritum: ich kann haben, sein, werden und schwache Verben im Präteritum benutzen
- Präpositionen übersetzen

Selbständig machen (im Buch, Höraufgaben online):
o  Schritt 49 A.2, 4, 7 S.137-142

Lernen:
o Schritt 48 Vokabel D-N S. 130
- haben, sein, werden und schwache Verben im Präteritum
- Schritt 49 Präposition Dativ/Akkusativ (3. und 4. Fall)




Slide 30 - Slide

Und jetzt: 
Dokument auf Magister heute:
ZS-Schritt47-48-Woche2-Hausaufgabenkontrolle
Dann:

Lernen:
o haben, sein, werden und schwache Verben im Präteritum (Buch 4, Seite 191-193 = 1A t/m 1F) 
  • Schritt 48 Vokabel D-N & N-D S. 13 => studyGo
=> Morgen: Formativer Test in woots



Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Freitag:
- toets bespreken? (S. ingehaald??)
leesopdracht A.6 = 1.
2. woots: ww in de verleden tijd
3. voorzetsels + Aufgaben

Slide 33 - Slide