M&0 Week 9 (Les. 1): Herhalings les

1 / 54
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 140 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Onderwerpen: Herhalen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
Aan het einde van de les kan je: 


Slide 6 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Belangrijke competenties binnen Z&W zijn
Competenties zijn vaardigheden, kennis en persoonlijke eigenschappen.
  • Het leuk vinden om met mensen te werken;
  • Lichamelijk in een goede conditie zijn;
  • Goed kunnen communiceren;
  • Empathisch zijn 
  • Flexibel en stevig in je schoenen staan.

Empathisch zijn betekent dat je je kunt inleven in een ander. Je begrijpt hoe een ander zich in een bepaalde situatie kan voelen.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Baliewerkzaamheden 
⭐ Belangrijke punten (waar je op moet letten)
  • Representatief zijn: Dat je netjes, vriendelijk bent en er verzorgd uitziet.
  • Gastvrijheid tonen
  • Communicatief sterk
  • Professioneel blijven
  • Privacy waarborgen
  • Nauwkeurig werken
  • Overzicht houden

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Representatief 

Als baliemedewerker moet je representatief zijn.
Representatief is een verzorgd uiterlijk, schone en nette kleding, vriendelijk en netjes in gedrag en het juist taalgebruik.


Kleding

Zorg voor schone kleding.
Zorg dat je geen gekreukte kleding draagt.
Zorg dat je kleding heel en niet versleten is.
Poets je schoenen.
Zorg dat de kleding past, geen te korte broek dus.
Kies kleding die past bij je figuur.

Redenen bedrijfskleding
• Personeel is herkenbaar.
• Personeel ziet eruit zoals het bedrijf dit wenst.
• Het kan de veiligheid vergroten.
• Het zorgt voor hygiëne.

Slide 9 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Persoonlijke verzorging 
Persoonlijke Hygiëne
Je lichaam is schoon en gezond.


Hygiëne
Hoe jij je verzorgt kan invloed hebben op de manier waarop mensen met je omgaan. Als je er slecht uitziet gaan mensen zich zorgen over je maken, als je niet lekker ruikt willen mensen liever niet met je omgaan.
Zelfvertrouwen: Als jij je goed voelt en er goed uit ziet dan geloof je ook meer in je eigen kunnen. Je straalt

Slide 10 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
LSD 
Luisteren
Basisvaardigheden van actief luisteren zijn:


Een goede luistermethode is LSD: luisteren, samenvatten en doorvragen.

Basisvaardigheden luisteren

Basisvaardigheden van actief luisteren zijn:
Kijk de bezoeker aan.
Stel vragen om de bezoeker beter te begrijpen.
Geef een korte samenvatting van het verhaal dat je gehoord hebt om te controleren of je het goed hebt begrepen.
Laat de bezoeker uitpraten.


Slide 11 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Formeel gesprek
  • Zakelijk gesprek
  • Net taalgebruik
  • Serieus van aard 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Informeel gesprek
  • Vriendschappelijk gesprek
  • Los taalgebruik
  • Gezellig onder ons 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Non-verbale communicatie
Non-verbale communicatie is communiceren zonder taal te gebruiken. Je communiceert b.v. met je houding, kleding of met oogcontact. 
  • Houding
  • Bewegingen

  • Gezichtsuitdrukkingen

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Schoonmaakmiddelen
Let bij het gebruik van schoonmaakmiddelen op:
  • Lees het etiket.
  • Volg de gebruiksaanwijzing en de voorzorgsmaatregelen.
  • Doe altijd de dop op de fles. Ook tijdens het schoonmaakwerk.
  • Plaats en bewaar schoonmaakmiddelen buiten het bereik van kinderen.
  • Zorg voor een juiste dosering. Gebruik niet te veel.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

 Etiketten
Voordat je schoonmaakmiddelen gaat gebruiken is het belangrijk dat je altijd eerst het etiket leest.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Schoonmaakmethoden en - materialen
Schoonmaakmethoden kunnen worden onderverdeeld in droog schoonmaken, klam vochtig schoonmaken en desinfecteren.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Regels

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Objectief en subjectief


Objectief waarnemen:
Feiten


Subjectief:
Mening

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

 Schoonmaakplan

Als je een goed plan maakt ga je vanzelf efficiënt werken.
Wanneer je bij een cliënt gaat schoonmaken, dan bespreek je met de cliënt de volgorde en wensen.                                                                                                           Begrippen (neem over) 

  • Voor wie je gaat schoonmaken.
  • Wat je gaat schoonmaken.
  • Wanneer je gaat schoonmaken.
  • Hoe je gaat schoonmaken.
  • Wie er gaat schoonmaken.
  • Waar je gaat schoonmaken.







Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Werkvolgorde
Vaste werkvolgorde:

Werk van schoon naar vuil.
Werk van hoog naar laag.
Werk van droog naar nat.


  • Stoffen: Droog vuil van kasten of tafels verwijderen.
  • Stofzuigen: Droog vuil van de grond verwijderen.
  • Dweilen: Aangekleefd vuil van de vloer verwijderen.
  • Ramen zemen.


Werkvolgorde:
Werk van schoon naar vuil.
Werk van hoog naar laag.
Werk van droog naar nat.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Reinigings niveau
Ruw schoon
  • Grote stukken afval verwijderen. 
  • Basisvegen en stofzuigen om het eerste vuil te verwijderen. 
  • Snelle schoonmaken van ruimtes 
Huishoudelijk schoon
  • Stof afnemen van tafels, planken en vensterbanken. 
  • Grondig stofzuigen of vegen van vloeren. 
  • Moppen van vloeren. 
Smetvrij
  • Afstoffen van alle oppervlakten.  
  • Grondige reiniging van keukenapparatuur en sanitair. 
  • Ramen wassen en spiegels reinigen. 
  • Desinfecteren van oppervlakten om ziektekiemen dood te maken



Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Soorten vuil
Verschillende soorten vuil vereisen verschillende schoonmaakmiddelen en -technieken

  • Droog vuil: zand, hondenharen.
  • Aangekleefd vuil: modder, limonade, koffievlekken.
  • Onzichtbaar vuil: bacteriën en schimmels in het toilet, douche en keuken.
  • Micro-organismen Bacteriën zijn kleine levende wezens die we met het blote oog niet kunnen zien.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Een wasmachine heeft de volgende wasprogramma’s:  
Voorwas 
  •  De voorwas wordt vooral gebruik bij ernstig vervuilde was.  
Hoofdwas 
  • Dit is het belangrijkste wasprogramma. De watertemperatuur voor de hoofdwas hangt af van de mate van vervuiling van de te wassen artikelen.  
Spoelen 
  • Een wasprogramma heeft meestal een aantal spoelgangen. Op deze manier worden alle zeepresten en het vuil weggespoeld.   
Centrifugeren 
  • De was wordt droog gemaakt. Hierbij wordt zoveel mogelijk vocht uit het wasgoed verwijderd. 

Andere bijzonderheden binnen de wasprogramma’s:  Wolwasprogramma speciaal voor wol en fijn textiel.  
                                                                                                                Kreukherstellend voor textiel dat niet te veel mag kreuken.  
                                                                                                                Speciale programma’s op moderne wasmachines zoals sportkleding

Wasgoed dat te lang in de machine blijft liggen, gaat stinken en kan zelfs gaan schimmelen.






Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Ergonomie
Tijdens het wassen en strijken is het belangrijk om ergonomisch te werken. 
Je probeert zo gezond, efficiënt en comfortabel mogelijk te werken.

  • Zet de wasmand op een fijne werkhoogte.
  • Zet de wasmand vlakbij de machine en ga op de knieën zitten.
  • Stel de strijkplank op de juiste hoogte in.
  • Berg het textiel niet te hoog op.


Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Materialen
Natuurlijke grondstoffen zijn grondstoffen die in de natuur worden aangetroffen, zoals wol of katoen. Natuurlijke grondstoffen kunnen in twee groepen worden verdeeld:  
• Plantaardig 
• Dierlijk 

Kunstmatige grondstoffen worden in de fabriek gemaakt. Een ander woord voor kunstmatig is synthetisch.
• Half synthetisch 
• Synthetisch 

 



Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Vezels
Natuurlijke vezels zoals wol en katoen zijn bijvoorbeeld bekend om hun isolerende eigenschappen, die warmte vasthouden en ademen in koudere omstandigheden.



Synthetische vezels zoals polyester en nylon, worden gebruikt voor kleding die waterafstotend en sneldrogend is.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Grondstoffen

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Etiketten

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Symbolen

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Wat betekenen de volgende wassymbolen?
Bleken
Wassen
Wasdroger

Slide 33 - Drag question

This item has no instructions

4. Wat betekent dit wassymbool?

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Wat betekent dit wassymbool:
A
wassen op 30 graden
B
wassen op 40 graden
C
handwassen
D
niet wassen

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent dit wassymbool:
A
Niet drogen in de wasdroger
B
Drogen in de wasdroger
C
Niet wassen in de wasmachine
D
Wassen in de wasmachine

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekenen de wassymbolen?
Bleken
Chemisch reinigen
Strijken
Droger
Wassen

Slide 37 - Drag question

This item has no instructions


Waarom wordt ziekenhuis was heet gewassen?
A
Bacteriën gaan dan dood
B
De was kreukt minder
C
De was wordt zachter
D
Vlekken gaan er beter uit

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je altijd controleren als je de droger gebruikt?
A
Of de deur goed dicht is
B
Of het filter schoon is
C
Of hij op 0 staat
D
Of de was goed droog is

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Hoe laat je zien dat je actief luistert?
A
Door de ander aan te kijken
B
Door je eigen verhaal te vertellen
C
Door op je telefoon te kijken
D
Door de ander te onderbreken

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Er belt een vrouw die meneer Teunis wil spreken. Meneer Teunis is vandaag niet aanwezig. Wat vertel of vraag je de vrouw?
A
Een moment alstublieft, ik verbind u door
B
Ik zorg ervoor dat u vandaag nog wordt teruggebeld
C
Is het mogelijk dat u op een later tijdstip terugbelt
D
Kan ik een bericht voor u aannemen?

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Wat valt onder ergonomisch werken?
A
Je houdt rekening met de wensen en behoeften van gasten en zorgvragers
B
Je praat niet over gevoelige informatie van bezoekers
C
Je wast je handen na ieder toiletbezoek
D
Je wisselt taken en werkhoudingen met elkaar af

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Wat probeert de overheid met de Arbowet te voorkomen?
A
Schade aan de gezondheid
B
Schade aan het bedrijf
C
Schade aan de werkgelegenheid
D
Schade aan de werkomstandigheden

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen professioneel schoonmaken en thuis schoonmaken?

Slide 44 - Open question

This item has no instructions

Wat staat er in een schoonmaakplan?

Slide 45 - Mind map

Wat je moet schoonmaken;
Wanneer/hoe vaak je moet schoonmaken (frequentie);
Hoe je moet schoonmaken;
Wie er moet schoonmaken
Welke werkvolgorde is juist?
A
Werk van onder naar boven
B
Werk van droog naar nat
C
Werk van vuil naar schoon

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

Welke soorten vuil zijn er?

Slide 47 - Open question

Droog vuil: bijvoorbeeld zand of hondenharen (vegen, stofzuigen, stofwissen, afstoffen).
Aangekleefd vuil: bijvoorbeeld modder, limonade- of koffievlekken (klamvochtig schoonmaken, moppen, ramen schoonmaken).
Onzichtbaar vuil: bijvoorbeeld bacteriën op de toiletbril, op het toetsenbord, in de douche en in de keuken (desinfecteren).

Natuurazijn
Soda
Ossengal
Groene zeep

Slide 48 - Drag question

This item has no instructions

Wat voor soort vuil is het haar van de hond?
A
Droog vuil
B
Onzichtbaar vuil
C
Aangekleefd vuil

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort bij wat?
Slaapkamer stofzuigen
Schoonmaken met een doek waarin schoonmaak-
middel is verwerkt
Ramen wassen
Oppervlak reinigen met alcohol
Nat schoonmaken
Droog schoonmaken
Desinfecteren
Klamvochtig schoonmaken

Slide 50 - Drag question

This item has no instructions

Synthetische schoonmaakmiddelen 
Natuurlijke schoonmaakmiddelen
Gemaakt van aardolie 
Gemaakt van planten, heet ook wel ecologische schoonmaakmiddelen

Slide 51 - Drag question

This item has no instructions

Werk dat elke dag gedaan wordt.
Werk dat je 1x per week gedaan wordt.
Werk dat 1x per ongeveer 6 weken gedaan wordt.
Wekelijkse werkzaamheden
Wekelijkse werkzaamheden
Dagelijkse werkzaamheden

Slide 52 - Drag question

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
Ik kan uitleggen wat het profiel Mens en Omgeving inhoudt. (R)

Ik kan beschrijven welke onderdelen horen bij het profiel Mens en Omgeving. (T1)

Ik kan in een situatie aangeven welke taken binnen Zorg en Welzijn nodig zijn. (T2)

Ik kan zelfstandig bepalen welke ondersteuning past bij een specifieke doelgroep. (I)

Slide 53 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

    Begrippen uit deze les

Slide 54 - Slide

This item has no instructions