3.1 Water op aarde

Hoeveel liter per dag gebruikt een Nederlander gemiddeld?
A
61 liter
B
250 liter
C
124 liter
D
1050 liter
1 / 13
next
Slide 1: Quiz
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoeveel liter per dag gebruikt een Nederlander gemiddeld?
A
61 liter
B
250 liter
C
124 liter
D
1050 liter

Slide 1 - Quiz

This item has no instructions

Leerdoelen:
  • Je kan de waterkringloop uitleggen 
  • Je kan de verschillende soorten rivieren benoemen en uitleggen hoe deze ontstaan.
  • Je kan het regiem herkennen van een bepaalde rivier 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Blauwe planeet
Groot deel bestaat uit oceaan
> Zoutwater
> niet drinkbaar

Water is ongelijk verdeeld

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

De waterkringloop
Zeewater verdampt > waterdamp stijgt op > wolken > neerslag (regen&sneeuw) > terugstroming naar zee via rivieren en grondwater

= De lange waterkringloop

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Regenwater is:
A
Zout
B
Zoet

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Soorten rivieren 
Al het regenwater stroomt naar een lager punt > ontstaan regenrivier 
Neerslag die als sneeuw valt > gletsjers > gaan smelten > ontstaan gletsjerrivier 
Gletsjerrivieren worden aan gevuld met regen onderweg naar zee> ontstaan gemengde rivieren

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Regiem
Rivier heeft niet altijd even veel water > het verschil in afvoer door het jaar heen = regiem

  • Regenrivieren meer water in de herfst en winter
  • Gletsjerrivieren meer water in voorjaar

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat voor rivier is dit?
A
Regenrivier
B
Gletsjerrivier
C
Gemengde rivier

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Welke rivier is dit?
A
Regenrivier
B
Gemengde rivier
C
Gletsjerrivier

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Waterbalans
Overzicht van hoeveel water een gebied binnenkomt en verlaat.

Positief = voldoende water
Negatief = te kort aan water

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Korte waterkringloop
Lange waterkringloop
Afstromen
Neerslag
Infiltreren
Verdamping
Condenseren

Slide 11 - Drag question

nu kun je je kennis testen. 
Welke 3 soorten rivieren zijn er?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

 waterkringloop
Gemengde rivier
Regenrivier
Gletsjerrivier

Slide 13 - Drag question

This item has no instructions