Les 4 Verhoudingen & schaal

Verhoudingen en schaal
1 / 12
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Verhoudingen en schaal

Slide 1 - Slide

Doel van de les
  • Je weet wat het begrip schaal inhoud
  • Je kunt m.b.v. een verhoudingstabel de schaal berekenen
  • Je kunt rekenen met lengtes en deze omrekenen

Slide 2 - Slide

Huiswerkcontrole


Af  t/m paragraaf 5.5

Slide 3 - Slide

Schaal of............
..............schaal

Slide 4 - Slide

      Wat is schaal


Een schaal van 1 : 100 betekent dat 1 lengte-eenheid van het model in het echt 100x zo groot is. 

Dus stel het schaalmodel van het schip is 10 centimeter, dan weet je dat het schip in het echt 10 x 100 centimeter = 1.000 centimeter (oftewel 10 meter) lang is.

Is de grootte van het schaalmodel gegeven, dan vermenigvuldigen we om de grootte van het werkelijke model te berekenen, zoals in het voorbeeld hierboven.
Is de eenheid van het werkelijke model gegeven, dan delen we om de eenheid van het schaalmodel te berekenen

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Vuistregels
Een schaal van 1 : 30 

betekent dat 

1 lengte-eenheid van het model 
in het echt 30x zo groot is.

Slide 7 - Slide

Oefening 1: Model vliegtuig
a. Een model vliegtuigje is 25 cm lang en 12 cm breed. 
De schaal is 1 : 80.

Wat zijn de maten van het echte vliegtuig?

Slide 8 - Slide

Oefening 1: Antwoord
a. Gegeven de schaal zijn de maten in het echt 80 keer groter dan de huidige afmetingen.

We vermenigvuldigen de afmetingen van het model met 80.

Lengte = 25 x 80 = 2.000 cm
Breedte = 12 x 80 = 960 cm

De maten van een echt vliegtuig worden waarschijnlijk niet in cm gegeven dus rekenen we dit nog om naar meter.

Lengte = 20 m
Breedte = 9,6 vliegtuig?

Slide 9 - Slide

Let nu op!

Een trein van 28 meter lang wordt op een schaal van 1 : 56 nagebouwd.
(nu dus delen de echte lengte weten we!)

Hoe lang is het schaalmodel van de trein?

Slide 10 - Slide

Let nu op!
De echte trein wordt op en schaalmodel van 1 : 56 nagebouwd. Dit betekent dat het model 56 keer kleiner wordt.

We delen de lengte van de echte trein door 56.

Lengte model trein = 28 : 56 = 0,5 m = 50 cm

Slide 11 - Slide

Planning voor periode 3 
Week 1:  Verhoudingen  §5.1 + start 5.2  Verhoudingstabellen
Week 2:  Verder werken aan §5.2 + §5.3 verhoudingstabellen met tussenstap
Week 3:  Vergelijken met verhoudingstabellen  §5.4 
Week 4:  §5.5 Verhoudingen en schaal
Week 5:  Afmaken §5.5 en maken oefentoets blz 174 & 175

Week 6: Tabellen en gemiddelde §6.1 + start §6.2 Lijngrafieken
Week 7: Verder werken aan §6.2 + §6.3 Staafdiagrammen
Week 8: Cirkeldiagrammen §6.4
Week 9: Andere soorten diagrammen §6.5 + oefentoets blz 210 & 211
Week 10 BSA Toets 

Slide 12 - Slide