H 2.1 Havo 4 Bsm

Leerdoel
Aan het einde van de les kun je de concepten van verbale en non-verbale communicatie en leiderschapsstijlen begrijpen en toepassen.
1 / 24
next
Slide 1: Slide
BsmMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Leerdoel
Aan het einde van de les kun je de concepten van verbale en non-verbale communicatie en leiderschapsstijlen begrijpen en toepassen.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al over verbale en non-verbale communicatie en leiderschapsstijlen?

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

Verbale en non-verbale communicatie
Verbale communicatie omvat het gebruik van woorden en taal om een boodschap over te brengen. 
Non-verbale communicatie omvat gebaren, lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen en toonhoogte en stemgebruik

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Zender, boodschap, medium, ontvanger
Communicatie kan worden gezien als een proces dat bestaat uit een zender (degene die de boodschap verzendt), een boodschap (de inhoud die wordt gecommuniceerd), een medium (het kanaal waardoor de boodschap wordt verzonden) en een ontvanger (degene die de boodschap ontvangt).

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Zender, boodschap, medium, ontvanger
  • Noem 4 voorbeelden van een medium om een boodschap te versturen?
  • Hoe kan je aan iemand zien dat hij/zij boos is zonder dat diegene praat, geef twee voorbeelden.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Groepsvorming
Groepsvorming is het proces waarbij individuen samenkomen en een groep vormen. Het omvat verschillende fasen: forming, storming, norming, performing en adjourning.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions

In welke fase is het team volledig op elkaar ingespeeld en bereikt het optimale prestaties?
A
Forming
B
Storming
C
Norming
D
Performing

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Welke fase kenmerkt zich door het ontstaan van duidelijke rollen en normen binnen het team?
A
Storming
B
Forming
C
Performing
D
Norming

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

In welke fase begint het teamconflict te ontstaan?
A
Forming
B
Storming
C
Norming
D
Performing

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de eerste fase in het teamontwikkelingsproces?
A
Norming
B
Storming
C
Forming
D
Performing

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Leiderschapsstijlen: Autoritaire leider
Een autoritaire leider neemt alle beslissingen zelf en geeft weinig ruimte voor inspraak van anderen. Deze leider geeft duidelijke instructies en verwacht gehoorzaamheid.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Leiderschapsstijlen: Consulterende leider
Een consulterende leider betrekt anderen bij het besluitvormingsproces, maar behoudt uiteindelijk de controle over de beslissingen. Deze leider waardeert input van anderen, maar neemt uiteindelijk zelf de beslissingen.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Leiderschapsstijlen: Democratische leider
Een democratische leider betrekt anderen actief bij het besluitvormingsproces en moedigt open discussie en samenwerking aan. Deze leider delegeert taken en bevordert participatie van alle groepsleden.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Leiderschapsstijlen: Laissez-faire leidinggeven
Bij laissez-faire leidinggeven laat de leider de groepsleden vrij om beslissingen te nemen en taken uit te voeren zonder veel sturing of controle. Deze leider biedt weinig richting en betrokkenheid.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Welke leiderschapsstijl houdt in dat de leider beslissingen neemt zonder inspraak van anderen?
A
Laissez-faire leider
B
Democratische leider
C
Autoritaire leider
D
Consulterende leider

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een laissez-faire leider?
A
Een leider die beslissingen uitstelt.
B
Een leider die beslissingen neemt zonder inspraak van anderen.
C
Een leider die beslissingen neemt op basis van consensus.
D
Een leider die minimale sturing en controle uitoefent, en de vrijheid geeft aan het team.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een consulterende leider?
A
Een leider die beslissingen neemt op basis van consensus.
B
Een leider die beslissingen uitstelt.
C
Een leider die beslissingen neemt zonder inspraak van anderen.
D
Een leider die advies en input van anderen verzamelt voordat beslissingen worden genomen.

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een democratische leider?
A
Een leider die inspraak en participatie van anderen bevordert.
B
Een leider die beslissingen uitstelt.
C
Een leider die beslissingen neemt op basis van consensus.
D
Een leider die beslissingen neemt zonder inspraak van anderen.

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een autoritaire leider?
A
Een leider die beslissingen neemt in overleg met anderen.
B
Een leider die beslissingen uitstelt.
C
Een leider die beslissingen neemt op basis van consensus.
D
Een leider die beslissingen neemt zonder inspraak van anderen.

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 22 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 23 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 24 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.