Weel 4

Didactiek 8.1
Hoofdstuk 3: taal en didactiek
Paragraaf: 3.8 schrijven
1 / 18
next
Slide 1: Slide
DidactiekMBOStudiejaar 2

This lesson contains 18 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Didactiek 8.1
Hoofdstuk 3: taal en didactiek
Paragraaf: 3.8 schrijven

Slide 1 - Slide

Periode 8
Week 1
-
Week 2
Paragraaf 3.5: Geletterdheid 
Week 3
Paragraaf 3.6: Lezen 
Week 4
Paragraaf 3.8: Schrijven 
Week 5
Paragraaf 3.8: Schrijven
Week 6
Paragraaf 3.9: Taal en zaakvakken 
Week 7
Paragraaf 3.10: Engels 
Week 8/9
Herkansing - kennistoets 

Slide 2 - Slide

Planning lesweek 4 
  • Terugkoppeling lesweek 3
  • Lesdoelen
  • Schrijfontwikkeling
  • Schrijfdans 
  • Lesopdracht 
  • Eindopdracht

Slide 3 - Slide

Terugkoppeling voorgaande les 
  • Wat heb je .. rondom het bevorderen van de taalontwikkeling? 



Slide 4 - Slide

Lesdoelen 8.1
Paragraaf 3.8 schrijven. 

  • De student kent de verschillende fases van de schrijfontwikkeling .
  • De student kent verschillende schrijf strategieën bij het stellen: wie-waar-wat- pictogrammen, vertellend schrijven en denkend schrijven .
  • De student kent het stappenplan van het denkend schrijven.
  • De student kan een stappenplan maken voor een stelopdracht.
  • De student breidt zijn repertoire aan werkvormen voor de lessen: Schrijven uit.  











Slide 5 - Slide

Schrijfontwikkeling 
Schrijfontwikkeling is leren schrijven. 

Fasen schrijfontwikkeling:
1. Het tekenen (verhaal te vertellen)
2. Krabbelen (woorden weergeven)
3. Ketens letterachtige vormen of letters (abstracte tekens)
4. Het gebruiken van één of enkele letters voor het hele woord (papa/mama)
5. Invented spelling (klanken)

Slide 6 - Slide

Wie-wat-waar pictogrammen 
Onderwijsassistent Fiene heeft in de kleine kring een verhaal voorgelezen over Rikki. Samen met de kinderen bespreekt ze het verhaal aan de hand van de wie-wat-waar-wat pictogrammen. Deze pictogrammen zijn een vaste routine in de groep waar Fiene werkt. De kinderen kennen de pictogrammen goed. Ze kunnen met de pictogrammen de hoofdpersonen benoemen (wie), de plaats waar het verhaal zich afspeelt (waar) en ook wat er gebeurt (wat). 

Slide 7 - Slide

Lesopdracht 
Vijf fasen van de schrijfontwikkeling.

  • In groepen van 2 ga je opzoek naar de schrijfontwikkeling (paragraaf 3.8).
  • Bedenk vijf woorden, bijvoorbeeld vakantie, boom etc.. Hoe zou dit woord   eruit kunnen zien in elke fase van de schrijfontwikkeling? Werk dit uit voor elke fase. 
  • Klassikaal nabespreken.


Slide 8 - Slide

Stellen 
Stellen is het schrijven van een tekst.
Met de volgende taalvaardigheden ben je bezig tijdens stellen:
spelling, taalbeschouwing en begrijpend lezen. 

Tijdens stellen worden er 2 schrijfstrategieën toegepast in het onderwijs:- vertellend schrijven en denkend schrijven. 

Slide 9 - Slide

Schrijf strategieën 
Vertellend schrijven 

  • Simpel gezegd het praten op papier. 
  • Vanaf groep 4.

Het is een strategie waarbij je 'vertelt' wat je al weet van het onderwerp, zonder daarbij veel nieuwe informatie te zoeken of aan te passen. 

Slide 10 - Slide

Denkend schrijven 
Lijkt op het oplossen van een probleem
De schrijver analyseert het onderwerp waarover hij schrijft, verzamelt ideeën en informatie. 

Slide 11 - Slide

Vaardigheden schrijven 
Met een stappenplan wil je de kinderen vaardigheden aanleren, die je nodig hebt om goed te kunnen schrijven:
Bepalen van het doel
1. Verzamelen, selecteren en ordenen van de inhoud.
2. Structuren van de tekst.
3. Formuleren.
4. Controleren
5. Verzorgen van de tekst. 

Slide 12 - Slide

Schrijfdans 
Wie kent deze methode uit het werkveld? 

Schrijfdans is een schrijf- en bewegingsmethode om kinderen vlot, vloeiend en veerkrachtig te leren schrijven. Het is speciaal ontwikkeld om de schriftelijke expressie op een creatieve wijze te doen ontplooien.                                                                                                                     

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video

Lesopdracht 

Slide 17 - Slide

Eindopdracht 
Huiswerkopdracht voor volgende week 
Onderzoek op je stage (bijlage 2).

  • Observeer tijdens een stagedag je klas tijdens een schrijfles
    (vul de bijlage in).
  • Voeg een foto toe van de lesopdracht.

Slide 18 - Slide