Klas 1 - Disco les 2 - werkwoordstammen en vormen

1 / 17
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Doel van de les
- Je kunt de werkwoorden in de woordenlijst in groepen indelen.

- Je kent de termen indicativus, imperativus en infinitivus

- Je herkent de werkwoordsuitgangen

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Geef een Nederlands werkwoord en onderscheid stam en uitgang.
(bv. bakken bak-ken)

Slide 4 - Open question

Slide 5 - Slide

Tot welke stam behoort het werkwoord: amare
A
a-stam
B
e-stam
C
i-stam
D
mk-stam

Slide 6 - Quiz

Tot welke stam behoort het werkwoord: finire
A
a-stam
B
e-stam
C
i-stam
D
mk-stam

Slide 7 - Quiz

Tot welke stam behoort het werkwoord: gaudēre
A
a-stam
B
e-stam
C
i-stam
D
mk-stam

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Maak de zij (mv) vorm van een e-stam werkwoord:

Slide 10 - Open question

Slide 11 - Slide

Maak de imperativus ev vorm van een mk-stam werkwoord

Slide 12 - Open question

Slide 13 - Slide

Welke vorm hoort bij het werkwoord 'kunnen'
A
est
B
sunt
C
potest
D
esse

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Nu maken
Uitleg: p. 9 + 11
Maken: C + D of E                                               (moet)
Klaar: Extra Minimus (p. 13 t/m 17)              (mag)
             Woorden leren                                         (mag)

Let op: volgende week proef woorden les 2 
(woordblok 2A + 2B/ les 2 in quizlet). 

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide