Omgaan met emoties bij stervensbegeleiding
Verzorgende IG 2026
Omgaan met emoties bij stervensbegeleiding
Verzorgende IG 2026
Koppeling met de ppt
de les sluit aan bij de les “laatste levensfase” en kan aansluiten op de eerdere opdracht over interculturele palliatieve zorg.
Leerdoelen
De student:
herkent en benoemt eigen emoties die kunnen ontstaan bij begeleiding van een stervende cliënt;
herkent emoties bij de cliënt en naasten tijdens het stervensproces;
past een gespreksvaardigheid toe om emoties te begeleiden zonder ze weg te nemen;
reflecteert op de eigen grenzen en behoefte aan steun bij stervensbegeleiding.
Emoties van de cliënt
Nabespreking van de openvraag: emotie van Cliënt
Welke emotie kwam het vaakst voor?
Welke emotie vind jij zelf het moeilijkst om te ontvangen?
Emoties van naasten
Nabespreking van de openvraag: Emotie naasten
Welke emotie kwam het vaakst voor?
Welke emotie vind jij zelf het moeilijkst om te ontvangen?
Emoties van de zorgverlener
Nabespreking van de openvraag: Emotie van zorgverlener
Welke emotie kwam het vaakst voor?
Welke emotie vind jij zelf het moeilijkst om te ontvangen?
Opdracht 2: Casus met rolwissel
Casus: mevrouw El Amrani
Mevrouw El Amrani is 78 jaar en woont sinds drie weken op de palliatieve afdeling. Zij heeft uitgezaaide kanker en de arts heeft met haar en haar familie besproken dat zij waarschijnlijk niet langer dan enkele weken te leven heeft. Mevrouw El Amrani is moslim. Zij wil graag dat haar familie aanwezig is bij belangrijke momenten en heeft aangegeven dat gebed en rust voor haar belangrijk zijn. Tegelijkertijd zegt zij tegen jou: “Ik wil niet dat mijn kinderen de hele dag om mijn bed zitten. Ik wil dat zij gewoon leven. Maar ik kan het ook niet aan als zij ruzie maken.”
Haar zoon Karim is vaak aanwezig en wil graag dat er “alles gedaan wordt”. Hij wordt boos wanneer de verpleegkundige uitlegt dat zijn moeder steeds slaperiger wordt en dat behandelingen niet meer zinvol zijn. Hij zegt: “Jullie geven haar op. In ons gezin laten we niemand sterven zonder dat wij alles hebben geprobeerd.”
Haar dochter Amina is juist vaak stil aanwezig. Tijdens je verzorging vertelt zij dat zij bang is dat haar moeder pijn heeft, maar dat haar moeder daar niet over wil praten. Zij vraagt jou: “Kun jij haar niet overhalen om toch nog naar het ziekenhuis te gaan? Zij luistert toch naar jullie?”
Tijdens de verzorging zegt mevrouw El Amrani plotseling: “Ik wil niet meer. Ik ben moe. Ik wil thuis sterven, bij mijn eigen bed en mijn gebedskleed. Maar ik wil mijn kinderen niet kwijtraken.” Jij merkt dat je zelf verdrietig, onzeker en machteloos wordt. Je voelt je ook gefrustreerd door de reactie van Karim, terwijl je weet dat hij uit angst en verdriet reageert. Tijdens de overdracht hoor je dat er onduidelijkheid is over de wensen van mevrouw El Amrani rondom behandeling, thuis sterven en wie er namens haar mag meebeslissen.
Opdracht
Focusvragen voor de zorgverlener:
Hoe kun je de wens van mevrouw El Amrani om thuis te sterven serieus nemen?
Hoe reageer je op Karims boosheid zonder je te verdedigen of partij te kiezen?
Hoe geef je ruimte aan verdriet, angst en machteloosheid bij de familie?
Hoe blijf je bij de wensen en behoeften van mevrouw El Amrani, ook als familie anders denkt?
Wanneer is het nodig om een collega, verpleegkundig specialist, geestelijk verzorger of arts erbij te betrekken?
Welke signalen vragen om verder onderzoek, bijvoorbeeld naar pijn, onzekerheid over de wilsverklaring of de wens rondom thuis sterven?
Klassikaal
Welke emoties werden benoemd?
Werd er geluisterd zonder te oordelen?
Welke open vraag werkte goed?
Werd een emotie weggenomen, bijvoorbeeld met “Dat valt wel mee”?
Wat zou jij anders doen?
Opmerkingen en of vragen