V4 §5.1 Verschillen tussen mensen

periode 3
Hoofdstuk 5 erfelijkheid
Hoofdstuk 4 voortplanting

dossier opdrachten: practicum verslag fruitvliegjes
mindmap
huiswerk: 2/3 van de vragen verplicht
1 / 16
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

periode 3
Hoofdstuk 5 erfelijkheid
Hoofdstuk 4 voortplanting

dossier opdrachten: practicum verslag fruitvliegjes
mindmap
huiswerk: 2/3 van de vragen verplicht

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Elke week mail je welke opgaven je gaat maken.

2/3

In je schrift en nakijken/verbeteren.
(niet mailen = alles maken)
studiewijzer

Slide 3 - Slide

§5.1 Verschillen tussen mensen
genen
genotype
fenotype
genoom
mutaties
haplotype

Slide 4 - Slide

Mens: ongeveer 20.000 genen

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Men vergelijkt de naalden van een spar. De naalden zijn niet even lang. Is bij een korte naald het fenotype anders dan bij een lange naald? En het genotype?
A
Alleen het fenotype is anders
B
Alleen het genotype is anders
C
Genotype en fenotype zijn anders
D
Genotype en genotype zijn beide hetzelfde.

Slide 7 - Quiz

Van een kloon weet je zeker dat.......
A
fenotype en genotype gelijk is.
B
fenotype gelijk, genotype anders
C
beide anders
D
genotype gelijk, fenotype anders

Slide 8 - Quiz

genoom
  • Al het genetische materiaal van 1 organisme
  • Aanwezig in bijna elke cel van dat organisme
  • bevat alle informatie over bouw en functie van het organisme.

Slide 9 - Slide

Gokje
Hoe groot is het percentage genen in het genoom dat verschillend is als je 2 niet verwante mensen met elkaar vergelijkt?
A
40 %
B
20%
C
3 %
D
0,2 %

Slide 10 - Quiz

Haplotype

combinatie van genen op 1 chromosoom
oog kleur

spierziekte


bloedstolling

Slide 11 - Slide

mutatie
Een verandering van genetisch materiaal.
Meer mutaties bij straling of bepaalde stoffen

Slide 12 - Slide

mutatie
=> meestal geen effect
=> gunstig
=> schadelijk

 in "gewone" cel of in een geslachtscel

Slide 13 - Slide

Er heeft een mutatie plaatsgevonden in 1 eicel van een kikker. Er is een dominante eigenschap ontstaan. (blauwe kleur)
Deze kikker krijgt 40 nakomelingen. Wat is het gevolg?
A
De kikker wordt blauw
B
Alle nakomelingen zijn blauw.
C
1 nakomeling is blauw
D
50% van de nakomelingen is blauw

Slide 14 - Quiz

allel
Alle variaties die een gen kan hebben.
Allel A en allel a

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide