pedagogisch klimaat en interactievaardigheden

1 / 30
next
Slide 1: Slide
OntwikkelingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Ik vond mijn eerste weken op mijn werk.......
erg leuk
moet wennen
tja......
valt erg tegen
n.v.t.

Slide 2 - Poll

This item has no instructions

PEDAGOGISCH KLIMAAT en INTERACTIEVAARDIGHEDEN

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

wat denk je dat een pedagogisch klimaat is?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Wat is voor een kind/jongere belangrijk?
We spreken dan over de basisbehoefte van kinderen en jongeren.

1. Relatie
2. Autonomie
3. Compentie

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

2

Slide 6 - Video

This item has no instructions

01:21
wat van de basisbehoeftes zie je hier?

Slide 7 - Mind map

relatie
autonomie
competentie
02:59
waar werd hier bij de stang aan gewerkt?
A
relatie
B
autonomie
C
competentie

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

de basisbehoefte relatie betekent
A
Ik vind de juf aardig
B
Ik hoor erbij
C
Ik kan de opdrachten aan
D
Ik begrijp waar het over gaat

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

De basisbehoefte autonomie betekent:
A
ik kan het alleen doen
B
ik kan het snel doen
C
ik wil dit doen
D
ik begrijp het

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

de basisbehoefte Competentie betekent:
A
ik wil het
B
ik leer het
C
ik kan het
D
ik durf het

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

opdracht 1
Bedenk op welke manieren jij voor een veilig pedagogisch klimaat kan zorgen.

Schrijf ze even alleen voor jezelf op.

Slide 13 - Slide

suggesties voor de studenten:
  • het goede voorbeeld geven
  • opgewekt zijn
  • nieuwsgierig zijn
  • rustig en duidelijk praten
  • praat met kinderen op ooghoogte
  • complimenten geven
  • gebruik voornamen en geen achternamen en/of troetelnamen
  • non-verbale signalen positief laten zijn
  • houd je aan afspraken
  • probeer altijd het kind het zelf te laten doen
  • reflecteer op een positieve manier naar het kind.
  • laat een kind zelf nadenken over een oplossing
  • wees duidelijk naar kinderen toe, dus...bewaak je eigen grenzen
  • respect hebben voor het kind
  • 'zie' het kind, dus, belangstelling hebben voor het kind.

opdracht 2
Schrijf om de beurt één manier op de grote flap.
Als iedereen geweest is gaan we de kring opnieuw rond. Kijk of er nog iets op jouw papier staat wat nog niet op de grote flap staat en vul aan. 
 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Welke interactievaardigheden past Chantal in deze fragmenten toe?
A
Respect voor autonomie
B
Sensitieve responsiviteit
C
Praten en uitleggen
D
Begeleiden in interactie

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Als je respect toont voor de autonomie van het kind groeit hun zelfvertrouwen.

Slide 17 - Poll

This item has no instructions

Interactievaardigheden 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Interactievaardigheid
''In de communicatie en omgang met de kinderen maakt de pedagogisch medewerker gebruik van interactievaardigheden. Dit zijn de vaardigheden van de pedagogisch medewerker tijdens de interacties/omgang met alle kinderen in de groep''. 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Zes pedagogische interactievaardigheden
  1. Sensitieve responsiviteit
  2. Respect voor autonomie 
  3. Structureren en grenzen stellen
  4. Praten en uitleggen 
  5. Ontwikkelingsstimulering 
  6. Begeleiden van interacties 




Slide 20 - Slide

This item has no instructions

1. Sensitieve responsiviteit 
  • Oog hebben voor de signalen van het kind, tijdig en adequaat reageren zodat het kind zich begrepen, geaccepteerd en veilig voelt. 
  •  Belangrijke vaardigheid bij het kind: welbevinden
  • Kind met hoge mate van welbevinden: voelt zich op zijn gemak en veilig, staat open voor zijn omgeving, is flexibel,  heeft vertrouwen, is weerbaar, ontspannen en heeft plezier. 
  • Kinderen met lage mate van welbevinden: hebben vaak moeite met de bovenstaande dingen. 



Slide 21 - Slide

This item has no instructions

2. Respect voor autonomie 
  • Kinderen erkennen en waarderen als individu met hun eigen ideeën en perspectieven. Voorbeeld: kinderen stimuleren om zelfstandig iets te gaan doen. 
  • Respectvol omgaan met kinderen, voorbeeld: ''Wil je dit aangeven?'' of ''Zullen we nu..?'' niet commanderen. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

3. Structureren en grenzen stellen 
  • Kinderen duidelijk maken wat er van hen verwacht wordt. 
  • Ervoor zorgen dat het kind zich aan deze regels en grenzen houdt. 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

4. Praten en uitleggen 
  •  Het gaat om de verbale interactie tussen de PM'er en het kind. 
  • vertellen wat je gaat doen en hoe je de dingen doet. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

5. Ontwikkelingsstimulering 
  •  Stimulering van de persoonlijke competentie van het kind 
  • Extra dingen die de PM'er doet om de kinderen te stimuleren op allerlei ontwikkelingsgebieden.
  • Voorbeelden: nieuw spel of activiteiten aanbieden. 

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

6. Begeleiden van interactie 
  •  De mate waarin de PM'er aandacht besteedt aan positieve interactie tussen kinderen en deze ook proberen te bevorderen. Voorbeelden: Samenwerken, naar elkaar luisteren, delen, troosten en helpen. 
  • Positief reageren op interactie door middel van complimenten: Wat goed dat jij ook deelt!
  • Positieve interactie bevorderen, bijvoorbeeld: Baby's bij elkaar zetten. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Een baby vasthouden wanneer hij/zij moet huilen past bij de interactievaardigheid....
A
Sensitief Responsief
B
Ontwikkelingsstimulering
C
Structureren en grenzen stellen
D
Begeleiden van interactie

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Een kind vertellen hoe hij zijn handen op de juiste manier moet wassen, hoort bij....
A
Begeleiden van interactie
B
Sensitieve responsiviteit
C
Praten en uitleggen
D
Respect voor autonomie

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

opdracht 1
1. Schrijf in de placemat in jouw hoek welke interactievaardigheden je ziet op je werk.
2. Schrijf daarna in het midden de overeenkomsten op.
3. Daarna gaan jullie gezamenlijk een top 3 kiezen van interactievaardigheden kiezen die jullie het belangrijkst vinden om als pedagogisch medewerker te beheersen en waarom?

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Wat neem jij mee van deze les?

Slide 30 - Open question

This item has no instructions