13.4 Hart- en vaatziekten

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 13.4 blz. 126
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
1 / 16
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 13.4 blz. 126
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift en etui
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt de delen van het hart en de aansluitende bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt beschrijven hoe een hartslag verloopt.

Slide 2 - Slide

13.4 Hart- en vaatziekten
Thema 13 Transport en afweer

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 13.4
  • Je kunt de gevolgen van hart- en vaatziekten noemen en aangeven hoe je de kans op de hart- en vaatziekten kunt verkleinen.

Slide 4 - Slide

Hoge en lage bloeddruk
  • Als je bloeddruk te hoog of te laag is kun je hier klachten van krijgen.
  • Een lage bloeddruk komt niet vaak voor, maar kan wel zorgen voor duizeligheid, vooral direct na het opstaan.
  • Flauwvallen en vermoeidheid kan ook ontstaan door een lage bloeddruk.
  •  Een te hoge bloeddruk komt vaker voor. 
  • Ook een te hoge bloeddruk veroorzaakt vaak geen klachten, maar kan wel bloedvaten en arganen beschadigen.

Slide 5 - Slide

Slagaderverkalking
  • Bij slagaderverkalking ontstaan vernauwingen in de slagaders.
  • Door onder andere stress en roken ontstaan er langzaamaan kleine beschadigingen aan de wanden van de bloedvaten. 
  • Witte bloedcellen en cholesterol dringen de vaatwanden binnen. Ze zorgen voor een verdikking aan de vaatwand: een plaque.
  • Het bloedvat wordt nauwer en er ontstaat kalk in de plaque.
  • Meestal sluit de plaque het bloedvat niet af, maar scheurt het los.
  • Hierdoor ontstaat en bloedstolsel dat de slagader geheel of gedeeltelijk kan afsluiten.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Hartinfarct
  • Als een deel van de hartspier door slagaderverkalking wordt afgesloten en geen zuurstof meer krijgt, kan dit deel afsterven.
  • Je spreekt dan van een hartinfarct.
  • Hoe groter het afgesloten deel van de hartspier, hoe gevaarlijker het hartinfarct is. 

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Hartritme
  • De snelheid waarmee het hart samentrekt, heet het hartritme.
  • Het hartritme is afhankelijk van de lichaamsgrootte. Bij pasgeboren baby's slaat het hart gemiddeld 100 keer per minuut, bij volwassenen ongeveer 70 keer per minuut.
  • Ons hart werkt op elektriciteit. Impulsen in het hart zorgen ervoor dat de boezems en de kamers op tijd samentrekken.
  • De impulsen kunnen worden beïnvloed door het zenuwstelsel of hormonen. Je hart gaat sneller kloppen bij sterke inspanning.
  • Ook door het hormoon adrenaline gaat je hartritme tijdelijk omhoog. 

Slide 10 - Slide

Hartritmestoornis
  • Een hartritmestoornis is een verstoring van het normale hartritme.
  • De hartslag kan te hoog, te laag  of onregelmatig zijn.
  • Meestal wordt dit veroorzaakt door storingen die optreden bij het ontstaan en verspreiden van impulsen in het hart.
  • Door een pacemaker wordt het hartritme weer normaal.
  • Dit is een apparaatje dat elektrische prikkels afgeeft aan de hartspier.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Oorzaken hart- en vaatziekten
Er zijn verschillende oorzaken waardoor je hart- en vaatziekten kunt krijgen:
  • Erfelijke aanleg 
  • Ongezonde leefstijl
  • Overgewicht
  • Roken
  • Beweging
  • Stress

Slide 13 - Slide

Hart- en vaatziekten voorkomen
  • Je kunt zelf wat doen aan een ongezonde leefstijl.
  • door gezond te eten verlaag je de kans op hart- en vaatziekten.
  • Onverzadigde vetten houden het cholesterolgehalte in het bloed laag.
  • Het is verstandig om weinig zout te eten en weinig alcohol te drinken, daardoor wordt de bloeddruk niet te hoog.
  • Ook door regelmatig te bewegen en stress te voorkomen blijf je gezond.
  • Heeft iemand door erfelijke aanleg of leefstijlkeuzen een hoge bloeddruk of een hoog cholesterol, dan kunnen medicijnen deze omlaag brengen. 

Slide 14 - Slide

Aan het werk!
Maken opdrachten 13.4: 1, 2, 4, 5, 6 en 7
Werk af?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Werk nagekeken en laten controleren?
  • Plusopdracht maken
  • Test jezelf
  • Lezen
  • Bezig met een ander vak

 

timer
25:00

Slide 15 - Slide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt de gevolgen van hart- en vaatziekten noemen en aangeven hoe je de kans op de hart- en vaatziekten kunt verkleinen.

Slide 16 - Slide