de historische context rondom middeleeuwse literatuur
de eerste Nederlandse teksten/boeken
de kenmerken van de middeleeuwse literatuur
herkennen intertekstualiteit
Slide 5 - Slide
Waarom literatuur(geschiedenis)?
Ontwikkeling van cultuurhistorische kennis: je leert meer over de Nederlandse geschiedenis, cultuur & mentaliteit.
Slide 6 - Slide
Waarom literatuur(geschiedenis)?
Ontwikkeling van cultuurhistorische kennis: je leert meer over de Nederlandse geschiedenis, cultuur & mentaliteit.
Algemene ontwikkeling: je leert nieuwe ‘werelden’ en mensen kennen, in uiteenlopende situaties en tijden.
Slide 7 - Slide
Waarom literatuur(geschiedenis)?
Ontwikkeling van cultuurhistorische kennis: je leert meer over de Nederlandse geschiedenis, cultuur & mentaliteit.
Algemene ontwikkeling: je leert nieuwe ‘werelden’ en mensen kennen, in uiteenlopende situaties en tijden.
Goed voor je woordenschat, verbeeldingskracht en empathisch vermogen.
Slide 8 - Slide
Waarom literatuur(geschiedenis)?
Ontwikkeling van cultuurhistorische kennis: je leert meer over de Nederlandse geschiedenis, cultuur & mentaliteit.
Algemene ontwikkeling: je leert nieuwe ‘werelden’ en mensen kennen, in uiteenlopende situaties en tijden.
Goed voor je woordenschat, verbeeldingskracht en empathisch vermogen.
Intertekstualiteit: in andere boeken of films wordt vaak verwezen naar andere/oude teksten.
Slide 9 - Slide
Wanneer waren de middeleeuwen?
Slide 10 - Open question
Welke drie standen waren er in de middeleeuwen?
Slide 11 - Open question
Waarom werden - denk je - verhalen in de middeleeuwen mondeling overgeleverd ?
Slide 12 - Open question
Waarom waren de teksten op rijm?
Slide 13 - Open question
Welke taal werd er destijds in Nederland gesproken?
Slide 14 - Open question
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Video
Uit welk jaar dateert de eerste literaire Middelnederlandse zin?
Slide 17 - Open question
Middeleeuwse literatuur
de historische context rondom middeleeuwse literatuur
de eerste Nederlandse teksten/boeken
de kenmerken van de middeleeuwse literatuur
Slide 18 - Slide
Historische context: tijd
500-1500 na Christus
Begin middeleeuwen na einde Romeinse Rijk.
Einde middeleeuwen ingezet door start nieuwe periode: de Renaissance.
Slide 19 - Slide
Historische context: 3 standen
Welke drie standen ken je?
Welke taak hoort bij welke stand?
Taken:
Strijden/beschermen
Leven met God/bidden
Werken
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
Historische context: 3 standen
Standen = relatief gesloten groepen binnen de bevolking met eigen sociale status en 'taak'.
Geestelijkheid > zij die bidden
Adel & ridders > zij die strijden
Boeren & burgers > zij die werken
Slide 22 - Slide
1e stand: Geestelijkheid
Monniken, nonnen, bisschoppen, paus, etc. Zorgden voor 'zielenheil': bidden, biecht, mis, etc.
Theocentrisch. Doel: een leven na de dood zoals in de Bijbel omschreven.
De Bijbel was het belangrijkste boek. Waarom?
Ze zorgden voor onderwijs
Slide 23 - Slide
1e stand: Geestelijkheid
Het Hooglied
In het christendom wordt het Hooglied geïnterpreteerd als een allegorie (gedicht op rijm, vol symboliek) over de liefde tussen Jezus Christus en de kerk als gelovige gemeenschap.
Slide 24 - Slide
2e stand: Adel & ridders
Feodale maatschappij
Ridders en kastelen
Eer en aanzien belangrijk
Voorhoofs en hoofs
Slide 25 - Slide
2e stand: Adel & ridders
Bekwaam in politieke zaken en krijgskunst.
Feodale maatschappij (leenstelsel): hoge adel (leenheer) gaf stuk land in ‘leen’ af aan lage adel (leenmannen/vazallen). In ruil daarvoor zwoeren deze vazallen trouw aan hun leenheer & hielpen als er oorlog was.
Adel beschermde zichzelf door kastelen en ridders (zonen van lage adellijke families).
Eer en aanzien belangrijk.
Slide 26 - Slide
3e stand: Boeren & burgers
90% van de bevolking was boer.
'horigen' in dienst van leenmannen/vazallen
Met de verstedelijking kwam de burgerij
Burgerlijke mentaliteit: vlijt, nuttigheid, spaarzaamheid, etc.