M1: Unité 4: voorbereiding toets

Welke apprendres komen voor in unité 4?
1 / 26
next
Slide 1: Open question
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welke apprendres komen voor in unité 4?

Slide 1 - Open question

Het werkwoord aller = gaan.
Noteer: Wat betekent: ik ga ?

Slide 2 - Open question

Bijv naamwoord:
Elle est vraiment ....
A
gentil
B
gentille
C
gentils
D
gentilles

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Video

Als het zelfstandignaamwoord pluriel is, is het bijvoeglijknaamwoord ook pluriel

(meervoud = pluriel)
A
Vrai
B
Faux

Slide 5 - Quiz

Bij mannelijke woorden krijgt het bijv naamwoord... :
A
e
B
s
C
niets
D
es

Slide 6 - Quiz

de juiste vorm van het bijv.nw
Wat is NIET correct ?
A
la fille est blond
B
mon frère est gentil
C
les élèves sont drôles
D
la prof est sympa

Slide 7 - Quiz

Bijv naamwoord:
Ce sont des ... piscines!
A
vieille
B
vieilles
C
vieux

Slide 8 - Quiz

Bijv naamwoord:
Ma mère est très ....
A
créatif
B
créative
C
créatifs
D
créatives

Slide 9 - Quiz

Ik begrijp hoe ik het bijvoeglijk naamwoord maak in het Frans
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll

Ça va?

😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

Welk cijfer geef je jezelf deze les?
010

Slide 12 - Poll

ik kan het werkwoord aller vlot vervoegen
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

Hoe vond je deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

Het bijv. nw:
Om de vorm van het bijv. nw. te kiezen, kijk je naar:
A
Het geslacht van het zelfstandig naamwoord en of het ev of mv is
B
de volgorde van de zin

Slide 15 - Quiz

Wat is het bijv. nw in deze zin:
een grote jongen
A
een
B
grote
C
jongen

Slide 16 - Quiz

In het meervoud [ mannelijk ] krijgt het bijv. nw :
A
e
B
es
C
niets
D
s

Slide 17 - Quiz

een bijv.nw. zegt iets over........
A
een zelfst.nw werkwoord
B
een zelfst.nw eigennaam
C
een zelfst.nw. onderwerp

Slide 18 - Quiz

Wat is een bijv. nw?
A
Petit, petite
B
Grand, grande
C
Maison, maisons
D
deux, trois

Slide 19 - Quiz

Als het zelfstandignaamwoord vrouwelijk is, is het bijvoeglijknaamwoord ook vrouwelijk

(vrouwelijk = féminin)
A
Vrai
B
Faux

Slide 20 - Quiz

Bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden krijgt het bijv. nw :
A
s
B
niets
C
e
D
es

Slide 21 - Quiz

de juiste vorm van het bijv.nw
Wat is NIET correct ?
A
la nouvelle auto
B
le nouveau tracteur
C
la fille amoureux
D
le vieux sac à dos

Slide 22 - Quiz

Bij mannelijke woorden enkelvoud krijgt het bijv naamwoord... :
A
e
B
s
C
niets
D
es

Slide 23 - Quiz

Wat is het bijv. nw. in:
Mijn vriend heeft blond haar.
A
mijn
B
vriend
C
blond
D
haar

Slide 24 - Quiz

de juiste vorm van het bijv.nw
Wat is NIET correct ?

A
la petite soeur
B
le petit frère
C
le grande frère
D
la grande soeur

Slide 25 - Quiz

In het meervoud [ vrouwelijk ] krijgt het bijv.nw :
A
s
B
e
C
es
D
ée

Slide 26 - Quiz