Taalvoutjes: werkwoordspelling vt

Taalvoutjes
Werkwoordspelling verleden tijd
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1-4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Taalvoutjes
Werkwoordspelling verleden tijd

Slide 1 - Slide

Leerdoelen:
- Je kunt verkeerd gespelde werkwoorden uit een zin halen.
- Je kunt verkeerd gespelde werkwoorden verbeteren.

Slide 2 - Slide

Welke regels gelden er voor de spelling van de verleden tijd?

Slide 3 - Open question

Regels sterke werkwoorden:
De verleden tijd van sterke werkwoorden schrijf je zoals je ze hoort:
ik at, jij dronk, hij vloog, zij reed
wij aten, jullie dronken, zij vlogen

Slide 4 - Slide

Regels zwakke werkwoorden:
De verleden tijd van sterke werkwoorden schrijf je door -te(n) of -de(n) achter de ik-vorm te zetten. Als je niet goed weet of je een -t of een -d moet schrijven, gebruik dan 't eX-KoFSCHiP:
ik plakte, jij brandde, hij fietste, zij verveelde
wij plakten, jullie brandden, zij verveelden

Slide 5 - Slide

Hoe moet het werkwoord gespeld worden in de volgende zin?: "De jongen leeste een boek."
A
leeste
B
leesde
C
las
D
laste

Slide 6 - Quiz

Hoe moet het werkwoord gespeld worden in de volgende zin?: "Het meisje verbrandte haar vinger."
A
verbrandte
B
verbrandde
C
verbrante
D
verbrande

Slide 7 - Quiz

Hoe spel je het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd?: "De vogel (vliegen) ... uit zijn kooi."

Slide 8 - Open question

Hoe spel je het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd?: "De leerlingen (beantwoorden) ... de vraag."

Slide 9 - Open question

Verbeter het fout gespelde werkwoord: "Het bedrijf verzendde mijn bestelling snel."

Slide 10 - Open question

Verbeter het fout gespelde werkwoord: "Mijn vader zete koffie voor ons."

Slide 11 - Open question

Aan de slag!
- Vragen stellen
- Werken aan de weektaak
- Extra oefenen met de spelling van de verleden tijd (www.jufmelis.nl of www.cambiumned.nl)

Slide 12 - Slide