Klinische les QUIZ

Klinische les 
A14 Pubquiz!
1 / 16
next
Slide 1: Slide
VerpleegkundeHBOStudiejaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Klinische les 
A14 Pubquiz!

Slide 1 - Slide

Vraag 1: Welk orgaan regelt de insulineproductie?
A
Elk orgaan zelf
B
Alvleesklier
C
Lever
D
(Bij)nier

Slide 2 - Quiz

Vraag 2: Welk deel in de hersenen regelt onze vitale functies?
A
Hersenstam
B
Frontale cortex
C
Hippocampus
D
Gyrus cinguli

Slide 3 - Quiz

Vraag 3: Wat is de grootste spier in het menselijk lichaam?
A
Kuit
B
Schouder
C
Onderarm
D
Bil

Slide 4 - Quiz

Vraag 4: Wat kost één injectie 0.25 Ozempic 1,34 mg/1ML?
A
€96.78
B
€108.55
C
€150.0
D
€133.65

Slide 5 - Quiz

Vraag 5: Wat is de werking van de 'schok' die wordt toegediend bij ECT?
A
Neurotransmitters krijgen als het ware een soort 'boost'
B
Stimulatie van aanmaak nieuwe hersencellen
C
Herstel van neurotransmitters
D
De hersencellen gaan even plat

Slide 6 - Quiz

Vraag 6: Wat gebeurd er in de hersenen bij een psychose?
A
De kleine hersenen zijn overbelast
B
Groot tekort aan vitamines
C
Temporaal kwab is overbelast
D
Overprikkeling/ontregeling van neurotransmitters

Slide 7 - Quiz

Vraag 7: Antidepressiva laten het aantal neurotransmitters toenemen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quiz

Vraag 8: Een patiënt heeft een infectie en moet worden behandeld met antibiotica. De voorgeschreven dosering is 5 mg/kg lichaamsgewicht, en de patiënt weegt 70 kg.

Hoeveel milligram antibiotica moet de patiënt per dag innemen?
A
35mg
B
14mg
C
350mg
D
Zoveel dat de patiënt plat gaat.

Slide 9 - Quiz

Vraag 9: Wat is een risicofactor voor een delier?
A
Een infectie
B
een hogere leeftijd
C
voorgeschiedenis van overmatig alcoholgebruik
D
Alle zijn juist

Slide 10 - Quiz

Vraag 10: Wat zijn mogelijke oorzaken om Borderline te ontwikkelen?
A
Slechte luchtkwaliteit in woonomgeving
B
Trauma's
C
Erfelijke aanleg
D
Hechtingsproblematiek (als kind)

Slide 11 - Quiz

Vraag 11: Een ander woord voor bipolaire stoornis is...
A
depressie
B
manie
C
manisch depressieve stoornis
D
obsessief convulsieve stoornis

Slide 12 - Quiz

Vraag 12: Een overmatig gevoel van eigenwaarde, een zucht naar bewondering en aandacht en manipulerend gedrag passen bij....
A
afhankelijke persoonlijkheidsstoornis
B
narcistische persoonlijkheidsstoornis
C
gegeneraliseerde-angststoornis
D
schizofrenie

Slide 13 - Quiz

Vraag 13: Iemand die hypochondrisch is heeft last van...
A
achterdocht
B
angst om een ernstige ziekte te hebben
C
angst om in sociale situaties te komen
D
stemmingswisselingen

Slide 14 - Quiz

Vraag 14: Niet meer weten hoe een voorwerp heet.
A
Apraxie
B
Confabuleren
C
Agnosie
D
Afasie

Slide 15 - Quiz

Vraag 15: Bij welke stoornis kan de zorgvrager in een sociaal isolement terecht komen?
A
Angststoornis
B
Schizofrenie
C
Depressie
D
A, B en C zijn juist

Slide 16 - Quiz