2 oktober

Wat doen we vandaag?
  • Vragen Grammatica/ en of Het Dagelijks leven in Rome?
  • Bespreken 19A, f.
  • Vertalen 19A, f. 
1 / 37
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen Grammatica/ en of Het Dagelijks leven in Rome?
  • Bespreken 19A, f.
  • Vertalen 19A, f. 

Slide 1 - Slide

Vragen grammatica?

Slide 2 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 3 - Slide

Vragend voornaamwoord
  • Het vragend voornaamwoord kent twee vormen:
  • zelfstandig: quis? (wie?), quid? (wat?)
  • bijvoeglijk: qui, quae, quod (welk/welke?).
  • Voor de verbuiging van quis/quid: zie boek.
  • Voor de verbuiging van qui/quae/quod: zie het persoonlijk voornaamwoord. 
  • Bij bijvoeglijk gebruik congrueert het vragend voornaamwoord met het antecedent.

Slide 4 - Slide

Vragend voornaamwoord
  • Voorbeelden:
  • Quis intravit?
  • Wie is naar binnen gekomen? 
  • Quid fecit?
  • Wat heeft hij gedaan?
  • Qui puer intravit?
  • Welke jongen is naar binnen gekomen?
  • Quod bellum gessit?
  • Welke oorlog heeft hij gevoerd?

Slide 5 - Slide

Thaida Quintus amat. Quam Thaida?
Thaida luscam.

Slide 6 - Open question

Unum oculum Thais non habet, ille duos.

Slide 7 - Open question

Quid mihi reddat ager quaeris, Line, Nomentanus?

Slide 8 - Open question

Hoc mihi reddit ager: te, Line, non video.

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Video

Aan het werk. 
  •  
  • Vertaal 19A, c, d en e..

Slide 11 - Slide

Nescio tam multis quid scribas, Fauste, puellis:

Slide 12 - Open question

hoc scio, quod scribit nulla puella tibi.

Slide 13 - Open question

Thais habet nigros, niveos Laecania dentes.

Slide 14 - Open question

Quae ratio est? Emptos haec habet, illa suos.

Slide 15 - Open question

Oculo Philaenis semper altero plorat.

Slide 16 - Open question

Quo fiat istud quaeritis modo? Lusca est.

Slide 17 - Open question

Quae te causa trahit vel quae fiducia Romam, Sexte?

Slide 18 - Open question

Quid aut speras aut petis inde? Refer.

Slide 19 - Open question

Causas, inquis, agam Cicerone disertior ipso

Slide 20 - Open question

atque erit in triplici par mihi nemo foro.

Slide 21 - Open question

Egit Atestinus causas et Civis (utrumque
noras);

Slide 22 - Open question

sed neutri pensio tota fuit.

Slide 23 - Open question

Si nihil hinc veniet, pangentur carmina nobis:

Slide 24 - Open question

“Si nihil hinc veniet, pangentur carmina nobis:
audieris, dices esse Maronis opus.

Slide 25 - Open question

Insanis: omnes, gelidis quicumque lacernis
sunt ibi, Nasones Vergiliosque vides.

Slide 26 - Open question

Slide 27 - Video

Slide 28 - Video

Aan het werk. 
  • Vertaal 19A, f, af.

Slide 29 - Slide

Atria magna colam.

Slide 30 - Open question

Vix tres aut quattuor ista res aluit;

Slide 31 - Open question

pallet cetera turba fame.

Slide 32 - Open question

Quid faciam? Suade:

Slide 33 - Open question

nam certum est vivere Romae.

Slide 34 - Open question

Si bonus es, casu vivere, Sexte, potes.

Slide 35 - Open question

Opdracht bij de tekst
  • Kleur in elke zin:
  • De persoonsvorm.
  • Andere werkwoordsvormen in een andere kleur.
  • Alle Nominativi in een andere kleur.
  • Alle directe en indirecte objecten ieder in een andere kleur.
  • (Dus: lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp).

Slide 36 - Slide

Aan het werk. 
  • Leer de woordjes en grammatica t/m 19B. 
  • Kleur 19B, a en b.. 
  • Vertaal 19a.
  • Leer de woordjes H. 2 t/m 15.
Dit is ook huiswerk.

Slide 37 - Slide