This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Thema 2 Voor hetzelfde geld
M5 T2 L3 Lang leve de kortingen!
Slide 1 - Slide
Hoeveel korting krijg je?
A
10%
B
20%
C
30%
D
70%
Slide 2 - Quiz
Wat betekent 30% korting?
A
Je krijgt 30 euro korting
B
Je moet 30 euro meer betalen
C
Je moet 30% van het totale bedrag betalen
D
Je moet 30% van het totale bedrag niet betalen.
Slide 3 - Quiz
Bereken hoeveel de soundbar kost na de korting?
Slide 4 - Open question
Hoeveel euro korting krijg je op je smartphone Oppo?
Slide 5 - Open question
Bereken hoeveel je moet betalen voor de gamestoel.
Slide 6 - Open question
Solden
Tamira helpt mee in de winkel van de minionderneming op school. De minionderneming loopt bijna af en ze geven korting om de laatste spullen te verkopen. Help Tamira om de procenten te afficheren.
Slide 7 - Slide
Bereken hoeveel procent de klant nog moet betalen voor de houten zeshoek deco.
Slide 8 - Open question
Slide 9 - Open question
Hoeveel procent korting moet Tamira op de affiche zetten?
Slide 10 - Open question
Bereken hoeveel procent korting de klanten krijgen voor de bloempot.
Slide 11 - Open question
p 18 - 21
Slide 12 - Slide
Ik kocht een oude fiets voor €200. Ik maakte deze helemaal tiptop in orde. Nu verkoop ik deze fiets voor €350. Maak ik winst of verlies?
winst
verlies
Slide 13 - Poll
Een taart bakken kost de bakker €4,50. Aan het einde van de dag heeft hij nog één taart niet verkocht. Hij biedt deze taart te koop aan voor €3. Maakt hij winst of verlies?
winst
verlies
Slide 14 - Poll
Mama verkoopt haar wagen. Enkele jaren geleden betaalde ze €23000. Ze kan haar wagen nog doorverkopen voor een mooie prijs van €13000. Maakt mama winst of verlies?